Heupluxatie bij heupdysplasie

Behandeling

Informatie voor ouders

Inleiding

Deze pagina is bestemd voor ouders van een kind met een aangeboren heupafwijking. Onlangs bent u, samen met uw kind, op de polikliniek orthopedie geweest, en is er bij uw kind een aangeboren heupafwijking geconstateerd.

Wat leest u in de verschillende hoofdstukken?

  • Hoofdstuk 1 geeft antwoord op de vraag wat een heupluxatie is en wat de oorzaken hiervan zijn.

  • Hoofdstuk 2 geeft informatie over het onderzoek bij heupluxatie.

  • Hoofdstuk 3 beschrijft de behandeling van heupluxatie.

  • Hoofdstuk 4 geeft u praktische tips en adviezen wanneer uw kind behandeld wordt bij een heupluxatie.

  • In hoofdstuk 5 vindt u uitleg over de toekomst na een heupluxatie en tips voor aanvullend informatiemateriaal.

1. Heupluxatie bij heupdysplasie

Een normaal heupgewricht
Een heupgewricht bestaat uit 2 delen: een heupkop en een heupkom. Het heupgewricht is een kogelgewricht: de kop van het dijbeen kan draaien in een kom. De kom is diep genoeg om de kop te omvatten en voldoende steun te geven. 

G324-H normaal heupgewricht

Heupdysplasie
Bij heupdysplasie wordt de heupkop onvoldoende overdekt door de heupkom. De kop zit wel op de juiste plaats in de kom, maar de kom (en soms ook de kop) is onvoldoende ontwikkeld, waardoor het heupgewricht niet goed werkt. Heupdysplasie komt voor bij ongeveer 20 op de 1000 pasgeborenen. Vaak is het de arts op het consultatiebureau die bij de eerste controle concludeert dat er nader onderzoek moet volgen. Wanneer heupdysplasie niet tijdig behandeld wordt, kan dit ertoe leiden dat een kind moeite met lopen krijgt. Wanneer uw kind jongvolwassen is, kan dit leiden tot vroegtijdige slijtage van de heup. 

G324-H heupdysplasie

Heupluxatie
Bij heupluxatie is de heupkop uit de heupkom. Door het optreden van spierverkorting komt de heupkop buiten (meestal boven) de heupkom te staan. Bij heupluxatie is er altijd sprake van heupdysplasie. Heupluxatie komt voor bij ongeveer 1 op de 1000 pasgeborenen. Behandeling is altijd noodzakelijk. 

G324-H heupluxatie

Oorzaken van aangeboren heupafwijkingen
Het is niet precies bekend wat de oorzaak van een aangeboren heupafwijking is. Het is wel bekend dat de kans op heupdysplasie (eventueel gepaard gaande met heupluxatie) groter is in de volgende gevallen:

  • als een kind in stuitligging heeft gelegen

  • als er in de familie aangeboren heupafwijkingen voorkomen

  • als een kind tevens een aangeboren afwijking heeft (bijvoorbeeld aan voet en rug)

  • heupdysplasie komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens

2. Onderzoek en diagnose

Heupdysplasie of heupluxatie kan op verschillende manieren worden vastgesteld.

Consultatiebureau-arts of huisarts
De consultatiebureau-arts of huisarts controleert of de beentjes van uw kind goed gespreid kunnen worden en of er een verschil in de lengte van de beentjes is. Ook kijkt de arts of er een extra bilplooi aanwezig is. Wanneer een van deze symptomen aanwezig is, of als uw kind behoort tot de risicogroep, is het noodzakelijk dat er extra onderzoek plaatsvindt om heupdysplasie of heupluxatie uit te sluiten. U wordt dan doorverwezen naar een orthopeed.

De orthopeed
De orthopeed zal na een gesprek met u, uw kind opnieuw onderzoeken. Er wordt ook een röntgenfoto gemaakt. Dit is pas zinvol vanaf ongeveer de vierde levensmaand van het kind.
Een röntgenfoto levert meestal voldoende gegevens op. Bij een röntgenfoto wordt met behulp van röntgenstraling een foto gemaakt van het bekken van de baby. De hoeveelheid straling die men hierbij gebruikt, is klein, zeker als er maar één of enkele foto’s gemaakt worden. De eerste foto wordt zonder bescherming gemaakt om een volledig beeld van de heupjes te krijgen. Wanneer er meerdere foto’s gemaakt worden, wordt de plek van de eierstokken bij meisjes en de geslachtsdelen van jongetjes, met behulp van een beschermend loodplaatje bedekt. Om de mate van dysplasie te bepalen, worden verschillende metingen gedaan op de röntgenfoto. Als er is vastgesteld dat er sprake is van heupdysplasie of heupluxatie kan de behandeling starten. Het is belangrijk om hier meteen mee te starten, nog voordat het kind gaat lopen. Tijdige behandeling heeft in veruit de meeste gevallen een goed resultaat. Bovendien is de behandeling voor uw kindje niet belastend wanneer hij/zij nog niet kan lopen.

De orthopedisch instrumentenmaker
Na het vaststellen van de diagnose kunt u, als hij aanwezig is, meteen terecht bij de instrumentenmaker. De instrumentenmaker zal bij uw kind het spreidbroekje aanmeten en u instructies geven hoe u zelf dit broekje aan en uit moet doen. Het aanleggen van een spreidbroekje is voor uw kind niet pijnlijk. Wanneer voorradig krijgt u dit broekje meteen mee naar huis. De instrumentmaker zal het spreidbroekje om de 3 weken controleren en zo nodig bijstellen in overleg met de orthopeed.

3. De behandeling van heupluxatie

3.1 Het spreidbroekje
De behandeling vindt in eerste instantie thuis plaats. Na het vaststellen van de diagnose, wordt een spreidbroekje (Pavlik-bandage) aangemeten. Het spreidbroekje zorgt ervoor dat de beentjes gespreid worden en in spreidstand blijven. Hierdoor wordt de heupkop in het centrum van de heupkom gebracht en zal het gewricht gestimuleerd worden zich op de juiste wijze te ontwikkelen.

G324-H Pavlik-bandage

Er wordt gebruik gemaakt van een Pavlik-bandage. De Pavlik-bandage is een soort “tuigje” dat met behulp van gespen om het middel en de beentjes van uw kind vastgemaakt wordt. De Pavlik-bandage werkt alleen goed wanneer deze elke keer goed omgedaan wordt. Dit vergt van u wel enige vaardigheid. Daarnaast is het belangrijk dat de Pavlik-bandage dag en nacht wordt gedragen. Bij het in bad doen en tijdens het aan- en uitkleden mag hij even af.

Uw kind heeft als het goed is geen last van de Pavlik-bandage. Wanneer u vermoedt dat uw kind pijn heeft, moet u contact op nemen met de orthopeed. Wanneer blijkt dat het met behulp van de Pavlik-bandage lukt om het heupje weer in de kom te krijgen, kan de Pavlik-bandage worden vervangen door een Campspreider.

De Campspreider is een afneembare broek van kunststof met een instelbare metalen strip aan voor- en achterzijde.

G324-H Campspreider

Als door de behandeling met de Pavlik-bandage het niet lukt om het heupje weer in de kom te krijgen, brengt de orthopeed u op de hoogte van het vervolgtraject.

4. Praktische tips en adviezen bij de behandeling van een heupluxatie

4.1 Tips en adviezen bij het dragen van een spreidbroekje 

Wassen en verschonen
Tijdens het wassen en aankleden mag de spreidbroek even af. Voor het verschonen van een luier hoeft de spreidbroek niet af. U kunt de luier gewoon aan doen; let wel goed op want luierlekkage komt iets vaker voor.

Kleding
Kleding kan zowel over als onder de spreidbroek gedragen worden. Wanneer de spreidbeugel van kunststofmateriaal is gemaakt kan het soms met name bij heet weer broeien. Het is dan handig om afgeknipte boorden van badstofsokken eerst om de beentjes te doen voordat je de spreidbroek om doet. Broekjes die iets wijder zijn en met drukknoopjes in de binnenbeennaad zijn vaak erg handig. Daarnaast geeft katoenen kleding de minste irritatie.

Vervoer
Er zijn autostoeltjes te koop waarbij de zijkanten gedeeltelijk kunnen worden weggeklapt. Wanneer u al in het bezit bent van een goede autostoel kunt u deze opvullen met een kussen waardoor uw kind hoger komt te zitten en de beentjes over de zijkant kunnen. Het is wel belangrijk om hierbij een tuigje of driepuntsgordel te gebruiken.
Op de fiets is het raadzaam om een fietszitje met open zijkanten te gebruiken. Het is verstandig om uw kind een tuigje om te doen omdat het makkelijk voorover kan vallen.
De wandelwagen moet een soepele zijkant hebben of een buggy met naar voren uitstekende zitting. Eventueel kunt u ook deze met kussentjes op de zitting of achter in de rug verhogen zodat de beentjes over de zijkant kunnen.
Het gebruik van een rugzitje of draagzak is aan te bevelen. De beentjes worden dan vanzelf gespreid.

Bewegen
Ondanks het spreidbroekje kan uw kind toch gewoon leren zitten, kruipen, draaien, staan en zelfs lopen. Meestal is er wel sprake van een kleine achterstand in ontwikkeling, maar dat kan uw kind na de behandelperiode weer heel snel inhalen.

5. De toekomst na een heupluxatie

Na een succesvolle behandeling is controle door een orthopeed tot en met de volwassen leeftijd van uw kind nog van belang.
Is de heup op 4-jarige leeftijd goed ontwikkeld, dan hoeft u meestal niet meer bang te zijn voor latere problemen.
Tot de leeftijd van 4 jaar zal u kind gecontroleerd worden door de orthopeed.

Erfelijkheid

Zoals al eerder vermeld, zijn aangeboren afwijkingen erfelijk. Vooral als een van de ouders of een broertje of zusje een aangeboren heupafwijking heeft gehad, is het zinvol om een volgend kind bij de leeftijd van ongeveer 4 maanden te laten controleren op heupdysplasie/heupluxatie. Overleg dit met de consultatiebureau-arts of uw huisarts.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u in de boekhandel of bibliotheek terecht voor de volgende boeken:

  • Spelen met de baby
    J. Hagstrom en J. Marik
    Uitgever Elmar, Rijswijk

  • Inspelen op baby’s en peuters

  • M. Riksen- Walraven

  • Uitgever Loghum Slaterus, Deventer

  • Hoe houd ik ze bezig
    600 getoetste speltips voor kinderen tot 5 jaar
    Uitgever Cantecleer, De Bilt

  • Pas mode aan, kledingtips voor handicaps
    Uitgever Callenbach bv, Nijkerk

  • De Huiszorg
    Hr. Knops C. Bakker
    Intro Hoensbroek revalidatie-infocentrum

Op internet vindt u meer informatie op:
www.kinderorthopedie.nl
www.heupafwijkingen.nl
www.kindenziekenhuis.nl

Vragen en/of problemen

Ontstaan er ondanks de goede voorbereidingen toch problemen of heeft u na het lezen van deze pagina nog vragen? Neem dan contact op met het telefonisch spreekuur orthopedie.
Telefoonnummers vindt u onderaan deze pagina.

U kunt ook contact opnemen door een e-mail te sturen naar polikliniek.orthopedie@cwz.nl.

Bij problemen - als u na de behandeling/operatie weer thuis bent - kunt u buiten kantooruren en in het weekend contact op nemen met de huisartsenpost.

Kunt u niet komen?

Kunt u niet komen op het afgesproken tijdstip, laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de afdeling waar u de afspraak heeft.

G324-HLaatst bijgewerkt op 3 februari 2026

Inhoudsopgave