Halve knieprothese
Behandeling
Klachten door artrose in uw knie zijn te verhelpen met een knieprothese. Dit kunstgewricht kan uw knie weer goed laten bewegen.
Veel mensen met een versleten kniegewricht hebben baat bij een operatie waarbij een gedeelte van het kniegewricht wordt vervangen (knieprothese). Zo’n operatie is geen kleinigheid en de revalidatie vraagt veel wilskracht en inspanning van de patiënt en zijn familie.
Samen met uw arts/de verpleegkundig specialist heeft u het besluit genomen om deze operatie te plannen.’ Een goed begin is het halve werk’ geldt ook voor een halve knieoperatie. Een goede voorbereiding zal zeker bijdragen aan een vlot herstel.
Hier vindt u informatie over wat de orthopeed met u bespreekt, zodat u na het gesprek alles nog eens rustig kunt lezen en u zich voor kunt bereiden op de opname. We raden u aan om deze informatie goed te bewaren. Er staat informatie in waar u ook tijdens uw opname wat aan heeft. Bovendien bevat de brochure uitgebreide adviezen voor als u weer thuis bent.
Het kniegewricht
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=750&q=100)
Een gezond gewricht
Gewrichten in ons lichaam vormen de beweeglijke verbindingen tussen twee beenstukken. Een gewricht bestaat uit twee botdelen die zo zijn gevormd, dat ze precies tegen elkaar aan kunnen liggen of in elkaar passen. De boteinden van beide botdelen (de gewrichtsvlakken) zijn bekleed met een laagje kraakbeen, zodat ze gemakkelijk over elkaar glijden. Het kraakbeen is glad en veerkrachtig en wordt gevoed door het gewrichtsvocht. De botdelen van een gewricht worden op hun plaats gehouden door een stevig kapsel. Om dit kapsel bevinden zich pezen en spieren. De spieren zorgen voor de beweeglijkheid, de benige gedeelten van een gewricht zorgen voor de stevigheid.
Het kniegewricht
Er bestaan verschillende soorten gewrichten. De knie is een scharniergewricht en vormt de verbinding tussen bovenbeen en onderbeen. In de gewrichtsspleet bevinden zich aan de binnen- en buitenzijden de meniscus. Aan de voorzijde zit de knieschijf die via de knieschijfpees vastzit aan het onderbeen.
Oorzaak van pijnklachten
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=750&q=100)
Er zijn verschillende afwijkingen die slijtage van het kniegewricht kunnen veroorzaken, zoals kraakbeen- en stofwisselingsziekten en kraakbeenbeschadigingen door een breuk. Wanneer in het verleden de meniscus is verwijderd, is er een verhoogde kans op slijtage. Reumapatiënten bijvoorbeeld hebben vaker knieproblemen omdat deze ziekte het kraakbeen aantast. Een gedeelte van het kniegewricht kan zo ernstig beschadigd zijn dat vervanging door een halve knieprothese noodzakelijk is.
Klachten
Bij een beschadigde of versleten knie treedt pijn op. Meestal bij (trap)lopen en lang staan. Ook startpijn komt voor. Fietsen levert doorgaans de minste pijnklachten op. In een vergevorderd stadium treedt verstijving op. Er ontstaat dan bewegingsbeperking waardoor volledige strekking van de knie onmogelijk wordt. Ook kan zich een X- of O-beenstand ontwikkelen waarbij de knie in toenemende mate moe en instabiel aanvoelt. Als er een halve knieprothese wordt geplaatst zit de slijtage aan een kant van het kniegewricht: meestal aan de binnenkant.
Verminderen van de klachten:
Er zijn verschillende mogelijkheden om de klachten te verminderen:
Met behulp van pijnstillers die de arts voorschrijft.
Met behulp van fysiotherapie. De fysiotherapeut zal door middel van oefeningen de pijn proberen te verlichten en uw kniegewricht zo beweeglijk mogelijk proberen te houden.
Door middel van een operatie. Als pijnstillers en fysiotherapie onvoldoende helpen, is een operatie vaak de enige oplossing.
Besluit om te opereren
Voordat u zich aan uw knie laat opereren, moet u goed weten waarom een operatie nodig is, wat de operatie inhoudt en hoe het herstel na de operatie zal verlopen. De operatie is geen kleinigheid en vraagt veel wilskracht en inspanning van u en van uw familie/ directe naasten. Wanneer u deze informatie leest, heeft de orthopedisch chirurg met u besproken dat een operatie nodig is en hebt u zelf besloten om de operatie te laten plaatsvinden.
Afspraak opname
Op de polikliniek, na het bezoek aan uw behandelend arts hebt u van de afdeling operatieplanning orthopedie een datum en tijd van opname meegekregen.
Voorbereiding op de operatie
De Arbodienst
U kunt met uw arts overleggen welke consequenties de operatie en de daarbij behorende klachten voor de uitoefening van uw werk heeft. De arts kan wanneer nodig informatie uitwisselen met uw bedrijfsarts. Zo wordt duidelijk of u (tijdelijk) beperkingen heeft en zo ja, welke. Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts. Uiteindelijk zal de bedrijfsarts uw terugkeer naar het werk begeleiden. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van de operatie en nabehandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de operatie informeert. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de Arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt. Bij de Arbodienst kan men u vertellen hoe u dit spreekuur kunt bezoeken.
Verdoving (anesthesie)
Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk. Hierover kunt u meer lezen in de folder “Verdoving (anesthesie) bij volwassenen”. Voor de operatie en de verdoving zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd.
Spreekuur anesthesioloog
De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt. Daarom heeft de doktersassistente een telefonisch afspraak of een afspraak op het spreekuur van de anesthesioloog gemaakt voor u.
Verpleegkundig spreekuur
Aansluitend aan uw afspraak op de polikliniek anesthesie heeft u een afspraak voor het verpleegkundig spreekuur orthopedie op de polikliniek orthopedie. De orthopedisch verpleegkundige bespreekt met u de voorbereidingen en de nazorg.
Wat moet u meenemen?
Tijdens uw opname heeft u nodig:
Krukken
Ondergoed en bedkleding (bij voorkeur met korte of oprolbare mouw)
Gemakkelijk zittende kleding (niet te strakke rok of broek)
Pantoffels (geen slippers)
Toiletartikelen (geen handdoek en washandjes)
Lectuur en dergelijke
Goede schoenen
Geldige legitimatie (paspoort of rijbewijs)
Medicijnen
Waardevolle bezittingen
Het is raadzaam grotere geldbedragen, sieraden en andere kostbaarheden thuis te laten. De ervaring leert dat het gevaar van zoekraken en diefstal in een openbaar gebouw aanwezig is. Het ziekenhuis kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.
Medicijnen
De medicijnen die u tijdens uw verblijf nodig heeft, ontvangt u van de ziekenhuisapotheek. Neem geen medicijnen in zonder hierover overleg te plegen. Een combinatie van geneesmiddelen kan namelijk bij ondeskundig gebruik gevaarlijk zijn. Omdat het van belang is te weten welke medicijnen u tot de opnamedag heeft gebruikt, verzoeken wij u deze medicijnen, in de originele verpakking, bij opname mee te nemen.
Dieet
Als u een bepaald dieet volgt, vragen wij u dit aan de verpleegkundige mede te delen. Dan wordt bekeken of wijzigingen hierin al dan niet noodzakelijk zijn.
Allergie
Wanneer u weet dat u voor bepaalde stoffen allergisch (overgevoelig) bent, is het belangrijk dit te melden. Hiermee wordt dan rekening gehouden bij uw behandeling en verpleging.
Bloedverdunners
Bij het gebruik van bloedverdunnende geneesmiddelen is het soms nodig deze voor de operatie te stoppen. Uw arts geeft aan of dit voor u van toepassing is. Stop nooit op eigen initiatief met het gebruik van bloedverdunners. Bent u bekend bij de trombosedienst, neem dan de doseringskaart mee bij opname.
Krukken
In de thuissituatie heeft u al met krukken geoefend. U wordt verzocht zelf krukken mee te nemen. U kunt deze huren bij de Thuiszorgwinkel, ook kunt u ze huren of kopen op de verpleegafdeling A44.
De dag van de operatie
Operatie opname afdeling
U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij Meldpunt 2C op de Electieve Opname Afdeling (EOA). Op deze afdeling vindt de voorbereiding plaats voor uw operatie. De operatie opname afdeling is speciaal ingericht om u in een prettige sfeer te ontvangen. U blijft tot kort voor de operatie in een wachtkamer in plaats van in een bed. De verpleegkundige vertelt u nog kort over de gang van zaken rond de operatie. Zo nodig wordt er nog bloed afgenomen. Als u dat prettig vindt, kan uw partner/begeleider bij het opnamegesprek aanwezig zijn. Zo kan iemand uit uw naaste omgeving een goed beeld krijgen van de gang van zaken rond de operatie. Meer informatie over de electieve opname afdeling (EOA) vindt u in de folder die u hierover gekregen heeft. Na de operatie wordt u opgenomen op de verpleegafdeling orthopedie/traumachirurgie (A44).
Beperkt eten en drinken, nuchter
Omdat de operatie onder anesthesie plaatsvindt, is het nodig dat u nuchter bent. Hierover heeft de anesthesioloog op het spreekuur afspraken met u gemaakt. Meer informatie hierover kunt u lezen in de folder ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.
Pijnstilling
Voor de operatie start u met de pijnmedicatie. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft.
Voorbereiding operatie
Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u eerst op de afdeling de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u deze medicatie voor de ingreep inneemt. Ook is het belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is. U mag tijdens de operatie geen sieraden of make-up dragen. Wanneer u een gebitsprothese of piercings in heeft moet u deze uit doen voor de operatie. Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje dat u op de afdeling alvast aantrekt. Bovengenoemde maatregelen zijn er om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en daardoor infecties te voorkomen. Een kwartier voor de ingreep wordt u naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling gebracht. Hier worden u nog wat vragen gesteld en krijgt u een kunststof naaldje in een bloedvat in uw arm, waarop het infuus wordt aangesloten. U gaat in uw bed naar de operatiekamer en schuift op een smalle operatietafel. De anesthesioloog geeft u de verdoving, die met u besproken is. Ook zal er voordat de operatie begint bewakingsapparatuur aangesloten worden, om lichaamsfuncties zoals bloeddruk, pols en ademhaling tijdens de operatie goed te kunnen observeren.
De operatie
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=640&q=100)
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=384&q=100)
Bij de operatie wordt de knie opengemaakt door een snee van ongeveer 8 centimeter over de voorkant van de knie. Spieren blijven hierbij intact. Tijdens de operatie verwijdert de chirurg het aangetaste gewrichtsvlak en de meniscus. Vervolgens wordt met speciale instrumenten het bot aangepast aan de vorm van de prothese waardoor een goede verankering in het boven- en onderbeen mogelijk is. Een kunststofschijf tussen de metalen delen van de prothese zorgt voor een soepel scharnieren. Het gewrichtskapsel, de spieren worden weer dichtgemaakt. De huid wordt gehecht met oplosbare hechtingen. De operatie duurt ongeveer 2 uur.
Landelijke registratie
Uw operatiegegevens zullen worden geregistreerd in de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten. Als u hier bezwaar tegen heeft kunt u dit kenbaar maken aan uw behandelend specialist.
Direct na de operatie
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer). Hier zal men regelmatig uw bloeddruk, polsslag, temperatuur en ademhaling controleren. Als u weer goed wakker bent, gaat u naar de verpleegafdeling. Op de verpleegafdeling belt de verpleegkundige die voor u zorgt uw contactpersoon/begeleider. Na de operatie kunt u pijn hebben en wat misselijk zijn. Met behulp van een speciale pijnbestrijdingsmethode (zie folder ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’) wordt de pijn zoveel mogelijk verlicht, zodat u sneller van de operatie kunt herstellen. Tegen de misselijkheid krijgt u eventueel medicijnen.
Medicijnen
U krijgt via een injectie bloedverdunnende middelen. Het is de bedoeling dat u tijdens de opname aangeleerd wordt om u zelf de bloedverdunnende injecties te geven. Mocht u bekend zijn met het gebruik van bloedverdunnende middelen, dan is het mogelijk dat er voor u een ander beleid van toepassing is, dat hoort u bij uw bezoek aan de arts.
Infuus, katheter
Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht krijgt. Verder krijgt u via het infuus een antibioticum toegediend. Het infuus wordt de volgende ochtend verwijderd. Na de operatie kan het zijn dat u een wonddrain heeft. Dit is een slangetje wat uit de wond komt met daarop aangesloten een opvangpot. Deze zuigt (door het vacuüm) continu het overtollige wondvocht en bloed af. De drain wordt de eerste dag na de operatie verwijderd. Om uw knie is een drukverband aangelegd. Dit voorkomt zwelling. Het drukverband wordt de dag na de operatie verwijderd.
Liggen
Het is belangrijk dat uw knie zoveel mogelijk gestrekt ligt. Vandaar dat er geen kussen onder de geopereerde knie mag liggen. Zijligging op beide zijden is toegestaan, eventueel met een kussen tussen de benen.
Eten en drinken
Bij terugkomst van de operatiekamer mag u vrij snel beginnen met het drinken van water. Uitbreiden daarvan is afhankelijk van uw misselijkheidklachten
Na de operatie
De eerste dag heeft u bij uw lichamelijke verzorging nog hulp nodig van een verpleegkundige. Het is echter de bedoeling dat u zo snel mogelijk weer dingen zelf gaat doen. Het versleten gedeelte van uw knie is immers vervangen en verder bent u niet ziek.
Revalideren
De eerste dag na de operatie krijgt u een elastische kous aangemeten. Deze moet u 3 dagen continu aan houden. Na de derde dag hoeft u deze alleen overdag aan. Blijf de kous dragen tot 2 weken na de operatie. De fysiotherapeut controleert uw houding in bed en start met de looptraining. Tijdens de loopoefeningen is het raadzaam om makkelijk zittende kleding en stevige schoenen (dicht en met veters of een goede instapschoen) aan te hebben.
Röntgenfoto
De dag na de operatie wordt er een controlefoto van uw knie gemaakt.
Hechtingen verwijderen
De huid is gesloten met onderhuidse hechtingen. Deze zijn na 6 tot 8 weken vanzelf opgelost.
Naar huis
Wanneer u zelfstandig met behulp van krukken kunt lopen, de pijn onder controle is, de wond rustig is en u de knie voldoende kunt bewegen, mag u naar huis.
Ontslaggesprek
De verpleegkundige heeft met u een ontslaggesprek. Besproken wordt of alles naar verwachting is verlopen en of alles voor het verder revalideren thuis duidelijk is. De verpleegkundige geeft u de controle afspraak mee, de brief voor de huisarts wordt digitaal verstuurd. Ook krijgt u nog de voorgeschreven thuismedicatie op de afdeling uitgereikt (met uitzondering van paracetamol).
Fysiotherapie
Bij ontslag krijgt u een verwijsbrief en een overdrachtsbrief mee voor vervolg van de fysiotherapie. U geeft deze af bij het eerste bezoek aan de fysiotherapie. U neemt zelf contact op met de fysiotherapeut die u verder behandelt. Aanpassingen in huis Na de operatie is het prettig om thuis een hoge rechte stoel met leuningen te hebben. Haal losse kleedjes op een gladde vloer weg vanwege het gevaar van uitglijden. De trap moet voorzien zijn van een stevig bevestigde trapleuning. Een toiletverhoger en handgrepen in de douche en toiletruimte kunnen ook handig zijn, evenals een lange schoenlepel en een helping-hand (grijptang). Deze hulpmiddelen kunt u zelf lenen of kopen bij de Thuiszorgwinkel. Het is raadzaam om dit voor uw opname te regelen.
Weer thuis
Resultaat van de operatie
De eerste tijd na de operatie zal uw knie en het gebied rondom de wond dik en warm aanvoelen. Dit wordt geleidelijk minder maar kan terugkomen door het oefenen met lopen. Ook hebt u mogelijk enkele bloeduitstortingen (blauwe plekken) bij de wond maar deze verdwijnen vanzelf.
Meestal is gebruik van pijnstillers na verloop van tijd niet meer nodig. Mocht u toch nog pijn hebben dan kunt u paracetamol nemen. Maximaal 4 keer per dag 2 tabletten van 500 mg.
Complicaties
Net als bij iedere andere operatie kunnen ook bij een knieoperatie complicaties optreden zoals wondinfectie, trombose of nabloeding.
Wanneer een arts waarschuwen?
Het is belangrijk dat u in de volgende gevallen contact opneemt met het verpleegkundig spreekuur orthopedie of uw huisarts:
Als de operatiewond gaat lekken;
Als de wond of de knie steeds dikker wordt;
Als de wond steeds meer pijn gaat doen ook al bent u minder gaan oefenen en bewegen;
Als u niet meer op het geopereerde been kunt staan, terwijl u dat eerst wel kon;
Als u koorts gaat ontwikkelen hoger dan 38,5° graden Celsius;
Vermeld bij contact met de huisarts altijd dat u geopereerd bent en hoe lang dit geleden is.
Bezoek huisarts/tandarts
Zolang u de prothese heeft, blijft het risico van infectie bestaan. In verband hiermee is het belangrijk dat u alert bent bij een operatieve ingreep. Uw huisarts is van de operatie op de hoogte gebracht. Als u bij andere specialisten in behandeling komt, vermeldt dan altijd dat u een prothese heeft. Antibiotica gebruik bij tandheelkundige ingrepen is niet meer nodig. Een goede mondhygiëne is wel belangrijk bij het voorkomen van infecties. Bezoek regelmatig uw tandarts voor een controle.
Beweegadvies na het plaatsen van een halve knieprothese
Oefeningen met bewegen en lopen
Voor de periode na de operatie krijgt u van de fysiotherapeut oefeningen om uw beenspieren te versterken en om de beweeglijkheid van de knie te verbeteren. De eerste 4 à 6 weken loopt u met krukken. Het is belangrijk dat u de beweeglijkheid van de knie en de spierkracht onderhoudt. Dit doet u door regelmatig te bewegen en lopen en dit af te wisselen met voldoende rust. Het kan zijn dat uw knie op het oefenen reageert met zwelling of door warm aan te voelen. Het is dan raadzaam om de oefenactiviteiten en de loopafstand iets te verminderen.
Zwelling van de wond of knie
Na de operatie kan de wond zwelling vertonen. U kunt de wond zelf koelen met ijs. Bij de drogist of apotheek kunt u zogenaamde coldpacks kopen die u thuis in de vriezer koelt. Een andere mogelijkheid is dat u een zak gedroogde erwten invriest en gebruikt om de wond te koelen. Pak deze wel in een doek om bevriezing van de huid te voorkomen. Koel bij beide opties niet langer dan 15 minuten en laat minimaal 3 uur zitten tussen de volgende koeling. Om zwelling van de knie tegen te gaan draagt u een struvakous die op de afdeling is aangemeten, de eerste 3 dagen draagt u deze 24 uur, daarna mag u deze overdag dragen en ’s nachts uit. Wanneer de zwelling is afgenomen, mag u de kous af laten.
Draaien
Stap voor stap; niet staand draaien op de voet van het geopereerde been. Vermijd bewegingen zoals hurken en op de knieën zitten.
Liggen
Het is belangrijk dat uw knie helemaal gestrekt kan worden, leg daarom geen kussen onder de knie.
Traplopen
Dit oefent u met de fysiotherapeut. Omhoog: eerst het beste been (niet geopereerde), dan bijsluiten; het geopereerde been en de elleboogkruk. Omlaag: eerst de elleboogkruk met het geopereerde been, dan bijsluiten. Aandachtspunten bij het gebruik van elleboogkrukken De krukken worden door de fysiotherapeut afgesteld. Let er altijd op dat de krukken op de goede hoogte zijn afgesteld. De krukken staan op de goede hoogte afgesteld wanneer u kunt staan met de handen op de handgrepen van de krukken en als de ellebogen bijna gestrekt zijn.
Gaan zitten
Wanneer u wilt gaan zitten, loopt u naar achteren totdat u het bed of de stoel met de achterkant van uw benen voelt. Zet de krukken eerst aan de kant en steun met beide handen op de leuningen van de stoel of op het bed. Let erop dat u tijdens het gaan zitten, uw geopereerde been wat naar voren zet.
Gaan staan
Wanneer u wilt gaan staan vanuit een stoel, verplaatst u zich eerst naar de rand van de zitting, dus naar voren. Drukt u zich dan op met beide armen vanaf de armleuningen. Let ook hierbij op dat u uw geopereerde been iets naar voren zet bij het gaan staan. Probeer nooit op te staan door u op te drukken vanaf de krukken, dit is onstabiel waardoor u kunt vallen.
Lopen
Wanneer u met krukken loopt, doe dit in de goede houding. Houd uw hoofd rechtop en kijk recht vooruit. Wanneer u naar uw voeten kijkt, bestaat de mogelijkheid dat u struikelt en valt. Bovendien raakt u hiervan ook meer vermoeid. Loop rustig. Het is niet nodig dat u zich haast.
Controleer of de doppen van de krukken nog voldoende profiel hebben.
Kijk uit voor natte en/of gladde vloeren!
Conclusie: doe het rustig aan en wees voorzichtig.
De meest gestelde vragen na het plaatsen van een halve knieprothese
Hoe lang zal mijn knie pijnlijk blijven?
Na de operatie zult u merken dat de pijn geleidelijk minder wordt. Tot 3 à 4 maanden na de operatie treedt er nog steeds verbetering op. Startpijn of pijn bij de eerste stappen kan nog een poosje aanhouden. Sommige mensen voelen een doffe pijn na lange wandelingen tot ongeveer een jaar na de operatie.
Hoe lang blijft mijn knie dik?
De zwelling vermindert de eerste maanden na de operatie. De zwelling is meestal ’s avonds het grootst en neemt af als u blijft oefenen. De zwelling vermindert als u regelmatig uw been hoog legt (op een stoel).
Hoe vaak moet ik oefenen?
3 Keer per dag 10 minuten oefenen is voldoende. Voer de oefeningen serieus uit maar overdrijf niet.
Wanneer mag ik weer gaan autorijden/fietsen?
Als u voor de operatie ook al regelmatig fietste, mag u na ongeveer 6 weken na de operatie weer gaan fietsen. U moet wel voldoende controle over uw been hebben en uw knie 95 tot 100 graden kunnen buigen. In verband met de lage instap is in eerste instantie een damesfiets aan te raden. Het is raadzaam om eerst op een hometrainer te oefenen. Autorijden is in principe mogelijk wanneer u geen hulpmiddel meer nodig heeft bij het lopen.
Wanneer mag ik weer gaan douchen/in bad?
U kunt al snel weer onder de douche. Als u een goede sta-functie heeft, kunt u in principe vanaf 3 dagen na de operatie onder de douche. Zorg ervoor dat u onder de douche niet kunt uitglijden en u eventueel aan een stevige grijpstang kunt vasthouden. U mag weer in bad wanneer de wond volledig gesloten is en er geen korstjes meer op de wond zitten.
Wat voor soort schoenen kan ik het beste aantrekken?
Het is verstandig om schoenen te dragen die vast aan de voet zitten en een brede hak hebben. Hoge hakken en slippers moet u de eerste 3 maanden vermijden.
Hoe verzorg ik mijn wond?
De wond moet schoon en droog blijven. De huid rondom de hechtingen kan er wat rood of geïrriteerd uit zien. Soms is deze iets gezwollen. Dit zal langzaam afnemen. Wanneer het wondgebied erg gezwollen is, rood wordt, warm aanvoelt of als er vocht uit komt, is het verstandig contact op te nemen met specialistische verpleegkundige/poli orthopedie om met te overleggen wat u moet doen. U kunt de wond gewoon wassen. Het is wel beter om deze van boven naar beneden te wassen, in plaats van links naar rechts. Let er ook op dat u rond het wondgebied geen crème of lotion gebruikt.
Waar moet ik op letten na de operatie?
Gedurende de eerste 3 maanden na de operatie is het erg belangrijk dat u de beweegadviezen goed in acht neemt. Deze beweegadviezen kunt u hier nog eens nalezen.
Mag ik sporten?
Na ongeveer 2 maanden mag u, op geleide van pijn weer rustig aan beginnen met sporten.
Hoe lang moet ik gebruik maken van een loophulpmiddel?
Patiënten met een halve knieprothese lopen gemiddeld 4 tot 6 weken na de operatie met een loophulpmiddel.
In overleg met uw fysiotherapeut wordt dit afgebouwd. Hierbij geldt: niet te vroeg met één kruk gaan lopen in verband met het aannemen van een verkeerde houding.
Hoe ga ik om met bloedverdunnende middelen?
Als u in het ziekenhuis gestart bent met bloedverdunnende injecties moet u deze gedurende 4 weken blijven gebruiken.
Als u voor de operatie al bloedverdunnende middelen gebruikte via de trombosedienst wordt dit in overleg tussen arts en trombosedienst weer opgestart. U krijgt hier uitleg over door de verpleegkundige.
Vragen en/of problemen
Ontstaan er ondanks de goede voorbereidingen toch nog problemen of zijn er na het lezen van de folder nog vragen, neem dan contact op met het verpleegkundig spreekuur.
Telefoonnummers vindt u onderaan.
Bij problemen - als u na de behandeling/operatie weer thuis bent kunt u buiten kantooruren en in het weekend contact op nemen met uw huisarts, die kan u zo nodig verwijzen naar de spoedeisende hulp (SEH) van CWZ.
Kan de operatie niet doorgaan?
Mocht de geplande operatiedatum niet door kunnen gaan bijvoorbeeld omdat:
er meer voorbereiding nodig blijkt te zijn door een andere specialist
u ziek bent met koorts (griep);
u verhinderd bent door onverwachte privéomstandigheden.
Laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt naar de afdeling operatieplanning orthopedie, bereikbaar op werkdagen tussen 8.30 - 12.00 uur, op telefoonnummer (024) 365 88 36. Als u tijdig belt, kan er nog een andere patiënt gepland worden en maken wij met u een nieuwe afspraak.
Contact
- Orthopedie
G581Laatst bijgewerkt op 12 maart 2026

