Inleiding
Uw kind krijgt binnenkort een waterstof (H2)-ademtest. Dit onderzoek vindt plaats op de kinderafdeling A24 van CWZ. Hier krijgt u informatie over deze ademtest en welke voorbereidingen nodig zijn om het onderzoek goed te laten verlopen.
U kunt het beste de informatie zelf eerst doorlezen. Daarna vertelt u in eigen woorden aan uw kind hoe deze ademtest verloopt. Het is belangrijk dat uw kind goed geïnformeerd is. Wanneer kinderen weten wat er gaat gebeuren, reageren ze over het algemeen rustiger. Onderaan deze pagina vindt u hiervoor een aantal suggesties.
Is één van onderstaande punten voor uw kind van toepassing?
Uw kind heeft koorts (38 graden Celsius of hoger);
Uw kind heeft de laatste 14 dagen een kinderziekte doorgemaakt;
Uw kind heeft voor de opname contact gehad met een kind met waterpokken.
Is één van de punten van toepassing? Neem dan vóór de geplande opname telefonisch contact op met de kinderafdeling. Telefoonnummers vindt u aan het einde van deze pagina.
Doel van het onderzoek
Misschien heeft uw kind al enige tijd buikpijn of diarree klachten. Het kan zijn dat deze klachten veroorzaakt worden door de stof ‘lactose’, ook wel melksuiker genoemd. Een waterstof(H2)-ademtest is een onderzoek waarbij gemeten wordt of uw kind in staat is melksuikers (lactose) te verteren.
Wat houdt de ademtest in?
Aan de hand van deze ademtest onderzoekt de arts de werking van het maagdarmkanaal. Het onderzoek heet in medische termen een ‘H2-ademtest’. Hierbij wordt een lactoseoplossing via de mond toegediend die vervolgens via de slokdarm en de maag in de dunne darm terechtkomt. Normaal gesproken wordt de lactose in de dunne darm afgebroken en opgenomen in het bloed. Gebeurt dit niet, dan komt de lactose in de dikke darm terecht. Door de aanwezige bacteriën in de dikke darm ontstaat vervolgens waterstofgas. Dit gas (H2) wordt in je bloed opgenomen en adem je uiteindelijk uit. Daarom kan dit waterstofgas in de uitademingslucht worden gemeten.
Voorbereiding thuis op het onderzoek
Wij vragen u de aanwijzingen goed op te volgen omdat anders de uitslag van de test onbetrouwbaar kan zijn, of het onderzoek niet door kan gaan.
Uw kind mag vanaf 2 weken voor het onderzoek géén antibiotica gebruikt hebben. Is dit wel het geval? Bespreek dit dan met de kinderarts. De arts besluit of het onderzoek wel of niet kan doorgaan.
Geef uw kind vanaf 1 week voor het onderzoek géén laxeermiddelen waar lactulose of lactilol in zit (zoals: Duphlac, Importal of Legendal). Laxeermiddelen met macrogol mag u wel geven (zoals: Forlax, Movicolon).
Uw kind mag de dag vóór het onderzoek geen volkorenbrood, roggebrood, muesli, koolsoorten, spruitjes, uien, prei, radijs, paprika, knoflook, erwten, bonen en/of pasta eten. Koolzuurhoudende dranken zijn de dag vóór het onderzoek ook niet toegestaan.
Roken wordt afgeraden. Mocht uw kind toch roken dan is dit niet meer toegestaan de dag vóór het onderzoek na middernacht (0.00 uur).
Uw kind mag de dag vóór het onderzoek tot 17.00 uur melkproducten drinken/ eten (let op: bij de warme maaltijd géén bereiding met melkproducten en/of nagerecht met melkproducten)
Uw kind moet de warme maaltijd de dag vóór het onderzoek voor 18.00 uur op hebben.
Uw kind moet nuchter zijn vóór het onderzoek. Dat wil zeggen dat uw kind de dag vóór het onderzoek na 22.00 uur niet meer mag eten en/of drinken tot aan het onderzoek. Toegestaan is alleen water of thee (zonder melk en suiker).
Het onderzoek bestaat uit blazen. U kunt dit zo mogelijk gaan oefenen door uw kind bijvoorbeeld een ballon weg te laten blazen. Eventueel door een rietje. Als het kan moet uw kind een diepe ademteug nemen, deze maximaal 15 seconden vasthouden en daarna door het rietje de ballon wegblazen. Voor kleine kinderen is dit heel moeilijk of zelfs onmogelijk.
Dag van het onderzoek
U meldt zich op de afgesproken dag met uw kind op de kinderafdeling bij de secretaresse. Deze brengt u naar de kamer waar de test gedaan wordt.
Het onderzoek
De kinderverpleegkundige legt eerst uit hoe het onderzoek gaat. Ook zal ze uw kind een keer laten oefenen met blazen in een pijpje wat vast zit aan een meetapparaat. Hierna start het onderzoek.
Uw kind moet een flinke ademteug nemen en deze maximaal 15 seconden vasthouden.
Vervolgens de mond goed om het pijpje sluiten en de lucht uitblazen. Het apparaat meet nu de waterstof in de uitademing. Deze handeling wordt nog een keer herhaald. Dit is de eerste meting. Wanneer uw kind niet goed kan blazen in het pijpje dan zal uw kind gaan blazen via een kapje.Nu krijgt uw kind een lactoseoplossing te drinken. Dit smaakt zoet, maar is niet lekker. Het is de bedoeling dat de oplossing binnen 10 minuten opgedronken wordt. Vanaf het moment dat de lactoseoplossing op is, wordt de meting nog 6 keer gedaan met tussenpozen van 30 minuten.
Als uw kind de lactoseoplossing niet kan drinken, wordt er een sonde ingebracht. Dit is een dun slangetje wat via de neus ingebracht wordt naar de maag.
Tijdens het onderzoek zal er een kinderarts langskomen om uw kind te onderzoeken.
Na iedere meting mag uw kind gaan spelen in de speelkamer. Na de laatste meting mag uw kind weer eten en drinken. Het is dan ongeveer 12.30 uur. Daarna mag uw kind weer naar huis.
Complicaties
Het kan voorkomen dat de lactosedrank buikklachten veroorzaakt zoals lichte pijn, rommelingen en kortdurende diarree doordat uw kind de lactose niet goed verdraagt.
Uitslag
De uitslag van het onderzoek krijgt u van de kinderarts bij het volgende polikliniekbezoek of via een telefonisch consult. U krijgt van de secretaresse van de kinderafdeling een afspraakkaartje mee.
Wat vertelt u uw kind?
Afhankelijk van de leeftijd en het karakter van uw kind, kunt u het voorbereiden op de waterstof (H2)-ademtest. Vertel uw kind eerlijk en in eenvoudige bewoordingen waarom het naar het ziekenhuis gaat en wat er gaat gebeuren. Herhaal de informatie regelmatig, kinderen onthouden namelijk niet alles in één keer. U kunt het blazen ook thuis meerdere keren oefenen.
U kunt de volgende zaken vertellen:
Dat uw kind en u naar het ziekenhuis gaan voor onderzoek. Vertel ook waarom uw kind naar het ziekenhuis gaat (bijvoorbeeld omdat uw kind regelmatig buikpijn heeft.)
Dat uw kind niet in het ziekenhuis blijft slapen en dat u tijdens het onderzoek bij uw kind mag blijven.
De onbekende omgeving van het ziekenhuis en de onbekende mensen.
Dat uw kind voor het onderzoek niets mag eten en/of drinken.
Dat uw kind in het ziekenhuis een drankje moet drinken wat niet lekker is. Vertel uw kind hierbij dat het wel héél belangrijk is dat uw kind dit drankje drinkt.
Dat uw kind moet blazen via een pijpje en daarna weer even kan spelen.
Dat uw kind na het onderzoek weer mag eten en drinken. Het zal dan middag zijn.
Dat uw kind na het onderzoek weer naar huis mag.
Het is prettig voor uw kind als het een eigen knuffel of speeltje meeneemt. Op die manier hebben zij iets vertrouwds bij zich. Ander speelgoed is er voldoende in de speelkamer.
Mag u erbij zijn als ouder/verzorger?
U mag tijdens het gehele onderzoek bij uw kind aanwezig zijn. Uw medewerking wordt zeer op prijs gesteld. Het is voor uw kind fijn als u bij het onderzoek bent, omdat u een vertrouwd persoon bent.
Heeft u vragen?
Als u vragen heeft over dit onderzoek kunt u terecht bij de behandelend arts van uw kind of bij de polikliniekmedewerker van de polikliniek kindergeneeskunde.
Als u voorafgaand aan het onderzoek voorziet dat dit onderzoek problemen kan opleveren bij uw kind, neem dan tijdens kantooruren contact op met de pedagogisch medewerkster van de kinderafdeling. Telefoonnummers vindt u op de laatste pagina.
Afspraak voor het onderzoek
Uw kind krijgt het onderzoek op:
…………...........................................................dag
…………...........................................................datum
…………...........................................................tijd
G548Laatst bijgewerkt op 11 februari 2026

