H2-ademtest

Onderzoek

Inleiding

Met de waterstoftest onderzoekt de arts of uw dunne darm goed werkt. De dunne darm neemt voedingsstoffen op, zoals suikers (bijvoorbeeld lactose en glucose). Als dit niet goed gaat, komen deze suikers in de dikke darm terecht. In de dikke darm horen deze suikers niet. Bacteriën breken ze daar af. Dit zorgt voor gassen, zoals waterstofgas. Dit gas gaat via het bloed naar uw longen en u ademt het uit.

Bij de test blaast u in een apparaat. Dit meet hoeveel waterstof in uw adem zit. Een hoge waarde betekent dat uw dunne darm de suikers niet goed heeft opgenomen. Met deze test kan de arts zien of u bijvoorbeeld lactose-intolerantie heeft of te veel bacteriën in uw dunne darm. De arts kan dan advies geven over uw voeding of behandeling.

Patiënteninformatie

Klik op onderstaande button voor meer informatie.

H2-ademtest (Divi)

In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten een H2-ademtest te laten doen.

Aan de hand van een waterstof-ademtest onderzoekt de arts de werking van uw maagdarmkanaal. Het onderzoek heet in medische termen een ‘H2-ademtest’. Op deze pagina vindt u informatie over de gang van zaken bij het onderzoek. Verder leest u welke voorbereidingen nodig zijn om het onderzoek goed te laten verlopen.

Verklaring van de test

De dunne darm neemt bepaalde bestanddelen uit het voedsel op: zetmeel en verschillende soorten suikers zoals lactose, glucose en lactulose. Als de dunne darm onvoldoende functioneert, komen deze bestanddelen in de dikke darm terecht. Zij horen daar niet thuis en gaan gisten waardoor gassen ontstaan (onder andere waterstofgas). Via het bloed komen de gassen in de longen terecht. Bij uitademing verlaten de gassen het lichaam. Met behulp van de waterstoftest meet de arts of uw adem waterstof bevat. Aan de hoeveelheid waterstof in uw adem kan hij zien in welke mate uw dunne darm voedselbestanddelen opneemt.

Voorbereiding

Wij vragen u de aanwijzingen goed op te volgen omdat anders de uitslag van de test onbetrouwbaar kan zijn.

Een week vóór de test
U mag geen medicijnen tegen infecties (zoals penicilline) innemen. Wij raden u aan hierover contact op te nemen met uw huisarts.

De dag vóór de test

  • De hoofdmaaltijd van de dag vóór de test mag u tot uiterlijk 15.00 uur gebruiken.

  • Vóór 19.00 uur mag u nog een broodmaaltijd nemen; gebruik dan geen melkproducten. En daarna mag u niets meer eten.

  • Neem na 22.00 uur geen medicijnen meer in en drink alleen water en thee zonder toevoegingen.

De ochtend van de test

  • U kunt uw tanden poetsen maar u mag daarbij geen tandpasta gebruiken.

  • Gebruik ook geen parfum, eau de toilet, deodorant, scheerschuim of aftershave.

  • Wacht met eten en het innemen van medicijnen tot na de test.

  • Drink uitsluitend water en thee zonder toevoegingen.

Eén uur vóór de test
U mag niet meer drinken en roken.

Melden

Op het afgesproken tijdstip meldt u zich. De afdeling waar het onderzoek plaatsvindt staat op uw afspraakbrief.

Onderzoek

De test is eenvoudig en niet pijnlijk. De polikliniekmedewerker of verpleegkundige vraagt u zo diep en lang mogelijk in een speciale spuit te blazen. Uw adem wordt opgevangen en onderzocht. Vervolgens krijgt u een suikerdrank te drinken. Daarna moet u weer blazen. De duur van de test en het aantal keren dat u moet blazen, is afhankelijk van het voedselbestanddeel dat wordt bekeken.

Glucosetest
Duur: ongeveer 3 uur.

  • 1 keer blazen.

  • Glucosedrank drinken.

  • Vervolgens iedere 30 minuten blazen gedurende 3 uur.

Lactosetest
Duur: ongeveer 2 uur.

  • 1 keer blazen.

  • Lactosedrank drinken.

  • Na 2 uur nog 1 keer blazen.

Lactulosetest
Duur: ongeveer 3 uur en 30 minuten.

  • 3 keer blazen

  • Lactulosedrank drinken

  • Vervolgens iedere 15 minuten blazen gedurende 3 uur.

Tijdens de test kunt u niet eten, drinken of roken. Rondwandelen is wel toegestaan. Om de tijd door te brengen, raden wij u aan een boek of tijdschrift mee te nemen. Het kan voorkomen dat de suikerdrank buikklachten veroorzaakt zoals lichte pijn, rommelingen en kortdurende diarree. Als u deze klachten krijgt, zeg dit dan direct tegen de polikliniekmedewerker of verpleegkundige.

Na het onderzoek

Na de test kunt u naar huis. Tijdens de vervolgafspraak neemt de specialist de onderzoeksresultaten met u door en bespreekt eventuele verdere behandeling.

Vragen

Als u vóór of tijdens het onderzoek vragen heeft, stelt u deze dan gerust aan degene die bij u het onderzoek uitvoert.

Bericht van verhindering

Als u verhinderd bent, geef dit dan zo snel mogelijk door. Het telefoonnummer vindt u op uw afspraakbrief.

Divi en G396-A

Inhoudsopgave