Glasvochtoperatie

Behandeling

Vitrectomie

Inleiding

Deze pagina geeft u informatie over wat de oogarts met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op de operatie.

Wat is glasvocht?

Het glasvocht (ook wel glasachtig lichaam genoemd) is een gelei die het grootste deel van het oog opvult. De gelei zit achter de ooglens. Normaal glasvocht laat lichtstralen door naar het netvlies. Het netvlies zijn zenuwcellen die het licht opvangen, zodat we kunnen zien.

G450-G oog met tekst.png

Wanneer is een glasvochtoperatie (vitrectomie) nodig?
Een glasvochtoperatie is bijvoorbeeld nodig als u last heeft van:

  • glasvocht troebelingen (zie ook pagina ‘Glasvocht-troebelingen’).

  • een glasvochtbloeding.

  • littekenweefsel op het netvlies.

  • een gaatje in het midden van het netvlies (maculagat).

Troebelingen houden lichtstralen tegen, waardoor u een vlek of vlekken kunt zien. Door littekenweefsel of een gaatje werkt het netvlies niet goed en daardoor kan u minder goed zien.

Troebelingen en littekenvorming kunnen vele oorzaken hebben. De belangrijkste zijn:

  • een glasvochtloslating.

  • suikerziekte (zie ook de pagina ‘Diabetes mellitus en de gevolgen voor de ogen’).

  • afwijkingen van bloedvaten in het oog.

  • een ongeluk en door ouderdom.

Soms kan het littekenweefsel vervorming van de gele vlek veroorzaken (macula pucker). In andere gevallen kan het een gaatje in de gele vlek veroorzaken waardoor het centrale zien veel minder wordt (macula gat).

Wat gebeurt er bij een glasvochtoperatie?
Bij een glasvochtoperatie wordt het glasvocht vervangen door vloeistof, gas of lucht. Gas en lucht worden gebruikt om het netvlies na de operatie enige tijd steun te geven.
De keuze voor vloeistof, gas of lucht wordt voor de operatie met u besproken. Soms moet de oogarts tijdens de operatie een andere keuze maken, dan van tevoren met u is besproken.

De vloeistof wordt snel vervangen door oogvocht dat het oog zelf maakt. Ook gas en lucht wordt door eigen oogvocht vervangen, maar blijft langer in het oog. Zolang er een grote gasbel in het oog zit, kunt u weinig zien. Na ongeveer 1 week merkt u dat u over de gasbel heen kunt kijken en de bel langzaam uit het oog verdwijnt. Bij een operatie voor een maculagat is het meestal nodig dat u gedurende een aantal dagen na de operatie een bepaalde houding aanneemt (‘leeshouding’, met de neus naar beneden gericht).

Belangrijk!

  • Als de operatie onder narcose gebeurt, moet u nuchter blijven zoals de anesthesioloog met u heeft afgesproken. (Lees de pagina “Verdoving (anesthesie) bij volwassenen”).

  • U hoeft niet nuchter te blijven als de operatie met plaatselijke verdoving gebeurt. U krijgt dan een prik naast het oog.

  • Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, latex, pleisters of andere stoffen meld dit dan aan de arts, de verpleegkundige of assistente van polikliniek.

  • Meld aan uw behandelend arts als u bloed verdunnende medicijnen gebruikt of onder controle bent van de trombosedienst. Denk bij bloed verdunnende medicatie aan bijvoorbeeld acenocoumarol of fenprocoumon en/of aspirine. U hoeft voor de operatie niet te stoppen met bloedverdunners.

  • Meld het ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.

  • Op de dag vóór de operatie begint u thuis te druppelen volgens het schema dat u meekrijgt.

  • U krijgt verschillende oogdruppels (of het recept) mee van de assistente.

  • U mag het te opereren oog zelf druppelen, maar mag het ook iemand anders laten doen. U kunt hiervoor ook de thuiszorg inschakelen.

  • Een dag voor de operatie tussen 10.00 en 14.00 uur wordt u gebeld. U krijgt dan te horen hoe laat u wordt verwacht voor de operatie.

  • U mag geen make-up gebruiken en uw nagels mogen niet gelakt zijn.

  • Sieraden moet u thuis te laten.

  • Gebruik schone wegwerpzakdoekjes als u het oog wil deppen, geen stoffen zakdoek. Een stoffen zakdoek kan een infectie veroorzaken.

De dag van de operatie (onder narcose)

  • U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de afgesproken afdeling.

  • U krijgt een infuus in uw arm tijdens de voorbereiding op de operatie.

  • Als u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd dat u aantrekt na het opnamegesprek.

  • Als u een hoorapparaat draagt moet u die aan de kant van het te opereren oog verwijderen voor de operatie. Direct na de operatie mag u deze weer dragen.

  • Een verpleegkundige rijdt u met uw bed of behandelstoel naar de voorbereidingsruimte van de operatie afdeling.

De dag van de operatie (plaatselijke verdoving)

  • U meldt zich op de afgesproken tijdstip bij de meldbalie van BO1 en neemt daarna plaats in de wachtkamer van de operatiekamer op de oogkliniek.

  • In de voorbereidingsruimte krijgt u een OK schort over uw eigen kleding heen.

  • Als u een hoorapparaat draagt moet u die aan de kant van het te opereren oog verwijderen voor de operatie. Direct na de operatie mag u deze weer dragen.

  • De arts of OK assistent rijdt u met de behandelstoel naar de operatiekamer.

Resultaat
Na de operatie verbetert het zien beetje bij beetje in de loop van enkele weken tot maanden. Hoe goed de werking van de gele vlek (het scherpe zien) wordt, hangt af van de oorzaak en de oogafwijking.

Meestal herstelt het gezichtsveld zich bijna volledig. Na 2 weken kan met een gezichtsveldonderzoek bepaald worden hoeveel u ziet, als de gasbel of vochtbel is weggetrokken. Het uiteindelijke resultaat van de operatie is soms moeilijk te voorspellen. De verwachtingen worden voor de operatie zo goed mogelijk met u besproken.

Soms zijn meerdere glasvochtoperaties nodig om het doel te bereiken. Soms wordt de glasvochtoperatie gecombineerd met een lensoperatie (cataract operatie). Bij een lensoperatie wordt de eigen ooglens vervangen door een kunstlens.

Welke complicaties kunnen optreden?

  • Zoals bij iedere operatie kan ook na een glasvochtoperatie een nabloeding of infectie optreden. Bij een bloeding blijft het hele beeld wazig. Een bloeding verdwijnt meestal vanzelf. Een infectie komt bijna nooit voor, maar kan ernstige gevolgen voor het zien hebben.

  • Als u nog niet aan staar geopereerd bent, heeft u na een glasvochtoperatie een staaroperatie nodig. Bij patiënten op hogere leeftijd zal de staar zich binnen 1 tot 3 jaar ontwikkelen. Bij jongere patiënten kan dit veel langer duren. Het ontstaan van staar merkt u op door een langzame achteruitgang van de gezichtsscherpte.

  • Soms is na de operatie de oogdruk tijdelijk te hoog of te laag. De oogdrukverhoging wordt meestal met extra oogdruppels behandeld.

  • Soms treedt na de operatie een netvliesloslating op. Bij een netvliesloslating valt een deel van het gezichtsveld weg. De kans op een netvliesloslating is het grootst in de eerste maanden na de glasvochtoperatie. Het is verstandig in deze periode het gezichtsveld af en toe zelf te controleren. Dit kunt u doen door uw hand in het gezichtsveld te bewegen, terwijl u recht vooruit blijft kijken en het niet geopereerde oog dicht houdt. Uw hand moet dan rondom overal evengoed zichtbaar zijn. Bij een netvliesloslating is een nieuwe operatie nodig.

Nabehandeling
U gebruikt tot enkele weken na de operatie oogdruppels. Het oog blijft enkele weken wat gevoelig, rood en gezwollen.
In deze tijd verdraagt u fel licht waarschijnlijk slecht. Na enkele weken kunt u alweer verder gaan met al uw bezigheden.

U krijgt een groen bandje om uw pols als gas gebruikt wordt tijdens de operatie. Uw mag zolang het gas in het oog zit, niet vliegen en niet boven de 1000 meter komen ivm het dan uitzetten van de gasbel. Tijdens de controle 2 weken na de operatie wordt het bandje verwijderd als het gas helemaal verdwenen is.

Informeer elke behandelaar (arts/tandarts) dat u een gasbel in het oog heeft voordat u een chirurgische of tandheelkundige ingreep ondergaat. Laat de behandelaar eventueel contact opnemen met uw oogarts. Bel naar 024 365 82 15.

Nazorg
Als er gas in het oog is ingebracht tijdens de operatie, dan ziet u een wazige vlek. Het duurt een aantal weken voordat deze vlek verdwenen is. Het kan zijn dat u na de operatie een houdingsadvies krijgt. Het is daarbij de bedoeling dat u zo veel mogelijk in deze houding blijft zitten/liggen. U dient het druppelschema (Tobradex) verderop op deze pagina te volgen.

Wat mag u?

  • Na één tot enkele weken kunt u uw normale werkzaamheden weer hervatten.

Wat dient u te vermijden tot de tweede controle in het ziekenhuis plaatsvindt?

  • Wrijf niet in uw (geopereerde) oog.

  • Til geen zware voorwerpen.

  • Niet langdurig voorover bukken.

  • Niet zwemmen.

  • Geen zware langdurige inspanning doen.

  • Doe de eerste 7 dagen na de operatie het kapje op het oog, voordat u gaat slapen, om wrijven in het oog te voorkomen. De eerste week na de operatie mag u geen make-up dragen.

Belangrijk

Neemt u in de volgende gevallen direct contact op:

  • het oog doet heftig pijn,

  • bij een sterke zwelling van de oogleden,

  • bij misselijkheid en braken,

  • bij toenemende roodheid van het oogwit in combinatie met pijn,

  • bij afwijkingen van de huid rond uw geopereerde oog,

  • bij afwijkingen in het gezichtsveld. Na 2 weken (als de gasbel of luchtbel weg is), kunt u het gezichtsveld controleren door uw goede oog af te dekken.

Uiteraard kunt u bij vragen en of twijfel altijd met ons contact opnemen via onderstaand nummer.

Tijdens kantooruren (08.00-16.30) belt u met de polikliniek oogheelkunde: 024 365 88 49.
Buiten kantooruren of in het weekend belt u met de spoedeisende hulp: 024 365 83 22.

Druppelschema u start hiermee direct de dag na de operatie:

1e week

  • 4 keer per dag Tobradex (bij ontbijt, lunch, avondeten en voor het slapen gaan)

2e week

  • 3 keer per dag Tobradex (bij ontbijt, lunch en avondeten)

3e week

  • 2 keer per dag Tobradex (bij ontbijt en avondeten)

4e week

  • 1 keer per dag Tobradex (bij ontbijt)

Wanneer u diabeet bent, druppelt u na de operatie ook met Nevanac voor 4 weken.
In het schema van 1 keer per dag (‘s’morgens) 4 weken lang.

De dag na de operatie en 2 weken na de operatie krijgt u een controle afspraak.
Deze afspraken vind u in MijnCWZ en/of u krijgt een mailbericht.

Houdingsadvies na de operatie:

 Geen houdingsadvies.

 Vanaf de operatie tot en met 3 dagen na de operatie dient u zoveel mogelijk met uw hoofd naar beneden te zitten. Tijdens het liggen/slapen dient u op de buik of zij te gaan liggen. Niet op de rug! Elke 2 uur mag u een kwartier pauze nemen om wat te eten/ naar het toilet te gaan enzovoort.

Vragen?

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel deze dan gerust aan de medewerkers van de oogkliniek of aan uw oogarts.

Meer informatie?

Ook kunt u op www.oogartsen.nl bij het kopje “glasvocht en netvlies”, meer informatie vinden of op https://www.cwz.nl/afdelingsinformatie-oogheelkunde/. Zoekt u informatie over de operatie, kijk dan bij “glasvochtoperatie”. Ook is hier informatie te vinden over “maculagat” (gaatje in de gele vlek) of “maculapucker” (vliesje over de gele vlek), mocht bij u één van deze twee aandoeningen de reden zijn van deze operatie.

Bericht van verhindering
Kunt u echt niet komen op uw afspraak? Voor de vooronderzoeken of (na)controle? Bel dan zo snel mogelijk de oogkliniek. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen.
Kunt u echt niet komen naar uw operatie? Bel dan de opnameplanning oogheelkunde via 024 365 71 34.

Bij vragen over de operatiedatum of verhindering voor de operatie, kunt u contact opnemen met de afdeling Opname en patiëntenplanning (B02)
Telefoon (024) 365 71 34

G450-GLaatst bijgewerkt op 1 februari 2026

Inhoudsopgave