Gehoorgangverwijdingsoperatie

Behandeling

Meatusplastiek

Inleiding

Uw behandelend arts heeft voorgesteld om vanwege uw oorklachten een ooroperatie te laten verrichten. Deze pagina geeft u informatie over wat de KNO-arts in CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kunt nalezen.

Vernauwde gehoorgangen kunnen klachten geven van ophoping van oorsmeer en/of ontstekingen, zeker wanneer er in het verleden een zogenaamde radicaaloperatie heeft plaatsgevonden. Verder kan een vernauwde gehoorgang problemen geven bij het dragen van gehoorapparaten.

Als de vernauwing zich alleen bevindt aan het begin van de gehoorgang, bij de overgang oorschelp naar de gehoorgang, kan de vernauwing verholpen worden door een gehoorgangverwijdingsoperatie. Hierbij wordt er wat huid, bindweefsel en kraakbeen uit de oorschelp aan de achterzijde van de gehoorgang verwijderd.

Hoe werkt het oor?

Het oor is onder te verdelen in:

  1. Uitwendige gehoorgang;

  2. Trommelvlies waarachter zich het middenoor bevindt. Hierin bevinden zich de drie gehoorbeentjes en via de buis van Eustachius is het middenoor verbonden met de neus- en keelholte;

  3. Het eigenlijke gehoororgaan: daar waar het geluid door zenuwen wordt opgevangen en naar de hersenen wordt geleid (dit wordt het slakkenhuis genoemd).

De trillingen in de lucht die we geluid noemen, komen via het oor en onze uitwendige gehoorgang op het trommelvlies terecht. Het trommelvlies vangt de trillingen op en voert deze door via de gehoorbeentjes naar het slakkenhuis.
De signalen die als gevolg van het geluid in het slakkenhuis ontstaan, worden via de gehoorzenuw naar de hersenen getransporteerd. Wanneer deze signalen tenslotte aan de buitenkant van de hersenen, de hersenschors, zijn aangekomen, dan orden we het geluid gewaar of anders gezegd: dan horen we het geluid.

De gehoorgang verbindt de oorschelp met het middenoor, is bekleed met huid en haartjes en bevat klieren die oorsmeer (cerumen) uitscheiden. De haartjes en het oorsmeer beschermen het trommelvlies tegen schade van buitenaf. De gehoorgang reinigt zichzelf normaal gesproken van een teveel aan oorsmeer, maar bij een vernauwing van de gehoorgang kan oorsmeer zich soms ophopen waardoor er ontstekingen kunnen ontstaan.

Wanneer wordt een gehoorgangverwijding aangeraden?

Een vernauwd gehoorgang kan aangeboren zijn, maar ook het gevolg zijn van terugkerende ontstekingen of doordat u in het verleden geopereerd bent via een snede achter de oorschelp. Dit kan ertoe leiden dat oorsmeer zich ophoopt en/of dat ontstekingen vaker terugkomen. Soms kan een hoortoestel niet goed gedragen worden door een te nauwe gehoorgang. Dit kan verholpen worden door de gehoorgang operatief te verwijden.

Voorbereiding ooroperatie

Het secretariaat KNO regelt de opname- en operatieplanning. Op de polikliniek krijgt u onder voorbehoud de datum waarop de operatie gepland is. Deze wordt ongeveer een week van tevoren schriftelijk bevestigd door het secretariaat KNO. Heeft u nog geen operatiedatum gekregen? Dan neemt het secretariaat KNO nog contact met u op.

De operatie

Onder plaatselijke verdoving
Bij plaatselijke verdoving wordt u geadviseerd 1 uur voor de ingreep 2 tabletten paracetamol (500 mg) in te nemen. Natuurlijk alleen wanneer u niet overgevoelig bent voor dit geneesmiddel.

Het operatiegebied wordt gereinigd en daarna verdoofd met een injectie. Vervolgens maakt de arts een snede op de overgang van de oorschelp richting de gehoorgang. Hierna wordt er een stukje kraakbeen, huid en bindweefsel aan de achterzijde van de gehoorgang uit uw oorschelp verwijderd, waardoor de ingang van de gehoorgang ruimer wordt. Het wondje wordt gesloten met oplosbare hechtingen en er wordt een tampon met antibioticazalf in uw gehoorgang geplaatst. Dit duurt ongeveer 30 minuten.

Onder narcose
In sommige gevallen vindt de operatie onder narcose plaats. Hierover kunt u meer lezen op de CWZ-pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. De operatie vindt in dagbehandeling plaats.

Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd.

  • Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen of bent u onder controle van de trombosedienst? Meld dit dan aan uw behandelend arts in CWZ. Denk bij bloedverdunnende medicijnen aan bijvoorbeeld acenocoumarol of fenprocoumon en/of aspirine.

  • Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem uw doseerkaart altijd mee naar het ziekenhuis. Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze bloedverdunnende medicijnen. Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet te stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.

  • Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen zeg dit dan tegen de arts, de verpleegkundige of de assistent van de polikliniek.

  • Meld ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.

  • Meld ook of u preventief antibiotica nodig heeft.

Spreekuur anesthesioloog

De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt. U krijgt een telefonische of fysieke afspraak bij de anesthesist.

De dag van de operatie

Volgens de afspraken met de anesthesioloog op het anesthesiespreekuur blijft u nuchter en bent u eventueel gestopt met (bloedverdunnende) geneesmiddelen.
U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij Meldpunt 2C (Behandelcentrum dagkliniek).

Na een opnamegesprek met de verpleegkundige krijgt u de voor bereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is. Wanneer u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt, moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden, piercings, make-up en nagellak dragen. Als u lang haar heeft, wordt u verzocht dit te vlechten. Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd dat u al vast aantrekt.

Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Vervolgens krijgt u een infuus. U gaat naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel. Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten. Na toediening van een snelwerkend slaapmiddel bent u binnen een halve minuut in een diepe slaap.

Na de operatie

Na de ingreep onder narcose blijft u in de uitslaapruimte(verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent. Daarna haalt een verpleegkundige van de verpleegafdeling u weer op.

U heeft een tampon in het geopereerde oor, waardoor u minder goed kunt horen. Ondanks deze tampon kan er de eerste dagen na de operatie soms bloed uit het oor komen, dit stopt vrijwel altijd vanzelf. U kunt de oorschelp met een vochtig doekje reinigen.

In principe kunt u op de dag van de operatie weer naar huis.

De tampon in de gehoorgang wordt een week na de ingreep op de polikliniek verwijderd. U krijgt hiervoor een afspraak op de polikliniek. Hierna worden meestal voor één week oordruppels voorgeschreven. De oplosbare hechtingen hoeven niet verwijderd te worden.

Richtlijnen voor de eerste twee weken thuis

De eerste twee weken na de operatie moet u voorkomen dat er drukverhoging in het oor ontstaat.
Dit kunt u voorkomen door:

  • Niet te bukken, te tillen en te persen.

  • Niezen met de mond open.

U mag douchen en de haren wassen, maar houdt dan een bekertje op het oor zodat er geen water inloopt.

Pijnbestrijding

Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u de eerste 2 dagen de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt.

Dit doet u als volgt:

  • Dag 1 en 2: neem 4 keer per dag, 2 tabletten (om de 6 uur) paracetamol van 500 mg.

  • Dag 3 en 4 : neem 4 keer per dag, 1 tablet (om de 6 uur) paracetamol van 500 mg.

  • Daarna stopt u met de pijnmedicatie en gebruikt u alleen bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg (maximaal 4 keer per dag).

Is er een kans op complicaties?

Bij alle operaties kunnen complicaties optreden zoals een nabloeding of wondinfectie. Gelukkig komt dit bij deze ingreep bijna nooit voor. Zelden treedt er na verloop van tijd opnieuw een vernauwing op. Mocht dat toch gebeuren, dan kan er weer opnieuw geprobeerd worden de gehooringang door eenzelfde ingreep wijder te maken.

Heeft u vragen?

Als u na het lezen van de informatie nog vragen heeft, schrijf deze dan op of vraag iemand met u mee te gaan naar de afspraak. De KNO-arts beantwoordt graag uw vragen over uw gehoor- en oorproblemen en de behandeling daarvan. De anesthesioloog zal de vragen over de anesthesie beantwoorden. Voor vragen over de operatie, de opname en de nazorg kunt u bij de verpleegkundige terecht.

U kunt ook bij de patiëntenvereniging terecht voor steun of met vragen.

Hoormij∙NVVS
Telefoon algemeen: (030) 261 76 16
Teksttelefoon: (030) 261 76 77
Website: https://www.stichtinghoormij.nl/

Kunt u niet komen?

Kunt u op het afgesproken tijdstip niet komen, meldt u dit dan zo snel mogelijk aan het secretariaat KNO. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen.
Telefoon: (024) 365 87 11
U kunt het secretariaat ook e-mailen: secretariaat.kno@cwz.nl

Contact

G941Laatst bijgewerkt op 4 februari 2026

Inhoudsopgave