Fistel bij de anus

Behandeling

Peri-anale fistel

Inleiding

Uw behandelend arts heeft u voor klachten aan de anus naar de polikliniek chirurgie van CWZ verwezen. Deze pagina geeft u informatie over wat de chirurg in CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kunt nalezen. Ook zijn de gebruikelijke behandelingsmogelijkheden voor u op een rij gezet.

Wat is een peri-anale fistel

Fistel betekent pijpzweer. Het is een onnatuurlijke verbinding van een lichaamsholte of een klier met de huid (of met een andere lichaamsholte). Een peri-anale fistel is een fistel bij de anus: een abnormale verbindingsgang vanuit de endeldarm via de huid naar buiten. Door deze verbinding kunnen kleine beetjes ontlasting of pus naar buiten komen.

Een fistel ontstaat vaak na een ontsteking. Tussen de binnenste en buitenste kringspier van de anus liggen enkele slijmklieren. Een ontstoken slijmklier kan leiden tot een grotere ontsteking eromheen, waarna een abces gevormd kan worden (een met pus gevulde holte). Dit abces breekt soms door naar buiten of wordt chirurgisch geopend. Als de ontsteking is verdwenen, blijft er eventueel een verbinding naar buiten bestaan (de fistel).

Een fistel in de anus loopt bijna altijd door het onderste deel van de sluitspier van de anus. Het verbindingsgangetje kan rechtstreeks van de endeldarm naar buiten lopen. Meer grillige vormen zijn ook mogelijk, bijvoorbeeld een inwendige verbinding tussen een fistelopening bij de rechterbil en de linkerkant van de endeldarm. Soms lijkt het alsof het fistelwondje is genezen, maar meestal komt er na enige tijd toch weer vuil of vocht uit. Als het ontstekingsvocht van de fistel niet goed weg kan lopen, dan kunt u pijn krijgen en kan er een zwelling ontstaan.

Onderzoek

De arts stelt de diagnose peri-anale fistel meestal aan de hand van de anamnese (uw verhaal over de klachten en de voorgeschiedenis) en het lichamelijk onderzoek. De arts zal het onderzoek doen, waarbij u op uw linkerzij op de onderzoekstafel moet liggen. Daarbij kijkt hij naar de omgeving van de anus en de anus zelf en voert soms ook nog met de vinger een inwendig onderzoek van de anus en het aansluitende deel van de endeldarm uit.

Vaak wordt er nog een MRI gedaan.

Op grond van het lichamelijk onderzoek en de anamnese vermoedt de arts soms dat de klachten ontstaan door een darmziekte. Dit komt overigens slechts zelden voor. De peri-anale fistel is dan een uiting van die onderliggende ziekte.

Bestaat dit vermoeden, dan verwijst de huisarts u naar een MDL-arts. Deze zal de darm verder onderzoeken.

Behandeling van een peri-anale fistel

Een peri-anale fistel geneest niet spontaan. Bij aanhoudende klachten is een operatieve ingreep de enige oplossing.

De operatie duurt meestal een half uur.

Aanvankelijk zijn er 2 opties:

  • Open snijden (lay-open)

  • Plaatsen seton

Mocht er een 2e operatie volgen, dan zijn er 3 opties:

  • Seton 6 maanden laten zitten en dan verwijderen

  • LIFT procedure

  • Mucosale verschuivingsplastiek (MAP)

Afhankelijk van de operatie en uw algemene lichamelijk gezondheid duurt de opname enkele uren tot maximaal 1 dag (dagbehandeling).

Op de pagina ‘afdeling C52’ kunt u meer over de opname lezen.

Complicaties

Iedere ingreep brengt risico’s met zich mee. Ook bij de operatieve behandeling van een fistel bij de anus kunnen ‘normale’ complicaties voorkomen, zoals een ontsteking van de wond, een nabloeding of trombose (bloedstolsel).

Het gebied rond de anus heeft veel bloedvaten, waardoor de kans op een nabloeding wat groter is. Bovendien wordt de wond opengelaten om infecties te voorkomen, wat de kans op nabloedingen ook vergroot.

De operatie vindt plaats in (de buurt van) de sluitspier. Dit kan vlak na de operatie problemen geven met de continentie (het vermogen om winden, slijm en diarree op te houden). Winden en vocht moet u misschien wat bewuster ophouden dan voor de operatie: u moet de kringspier bewust aanspannen. Over het algemeen is dit tijdelijk, maar een klein aantal mensen heeft blijvend last van incontinentie. Vooral het verlies van vocht (anaal slijm met of zonder ontlastingsvezels, soiling genoemd) is hinderlijk.

Voorbereiding voor de operatie

Spreekuur anesthesioloog

De operatie vindt onder volledige narcose of regionale verdoving (ruggenprik) plaats. Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.

Voor de operatie en de anesthesie zijn enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd. Daarom gaat u naar het spreekuur of krijgt u een telefonische afspraak met de anesthesioloog.

De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt.

De anesthesioloog spreekt ook overige voorbereidingen met u af zoals medicijngebruik (bloedverdunners) en nuchter zijn voor de operatie. Aansluitend gaat u naar het verpleegkundig spreekuur heelkunde.

Opname

Volgens de afspraken met de anesthesioloog bent u eventueel gestopt met (bloedverdunnende) geneesmiddelen. Zie voor informatie de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.

U meldt zich op het afgesproken tijdstip op Meldpunt 2C.

Voor de operatie krijgt u de voorbereidende medicijnen voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.

Wanneer u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden dragen. Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd en geen ondergoed.

Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Daar krijgt u een infuus.

U gaat daarna naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel. Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten en volgt er nog een Time-Out procedure. Hierbij wordt nogmaals naar uw naam en geboortedatum gevraagd. Dit zal overigens eerder en verder in het zorgproces steeds worden herhaald.

Na de operatie

Na de operatie ontwaakt u op de verkoever- of uitslaapkamer. Als u goed wakker bent, gaat u terug naar de afdeling.

Daar controleert de verpleegkundige regelmatig de bloeddruk, het hartritme, de wond en de urineproductie.

Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u zonodig de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. Daarnaast kan de Physician Assistant of de zaalarts u nog eventueel andere pijnstilling voorschrijven.

Zorg ervoor dat u paracetamol in huis heeft na uw ontslag.

Dit doet u als volgt:

  • Dag 1 en 2: neem 4 keer per dag, 2 tabletten (om de 6 uur) paracetamol van 500 mg.

  • Dag 3 en 4 : neem 4 keer per dag, 1 tablet (om de 6 uur) paracetamol van 500 mg.

  • Daarna stopt u met de pijnmedicatie en gebruikt u alleen bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 keer per dag).

Voor het ontslag krijgt u van de verpleegkundige instructies over de wondverzorging. Thuis moet iemand uit uw eigen omgeving u zonodig bij deze wondverzorging helpen.

Uw huisarts krijgt automatisch bericht van de uitgevoerde operatie.

Adviezen voor thuis

De open wondjes in de buurt van de anus zijn niet prettig. Net na de operatie kunnen ze ook pijnlijk zijn. Een eenvoudige pijnstiller helpt meestal voldoende. Afhankelijk van de operatiemethode, de grootte van de ingreep en persoonlijke factoren zult u na ontslag uit het ziekenhuis nog enige tijd hinder kunnen ondervinden van het operatiegebied. Ook het hervatten van uw dagelijkse activiteiten zullen daarvan afhankelijk zijn.

Wondverzorging

  • U moet gewoon douchen en de wond 2x daags uitspoelen met de douchekop. De wond dept u hierna voorzichtig droog. U kunt een dun maandverbandje in uw ondergoed dragen om het bloedverlies op te vangen.

  • Na ontlasting de wond goed spoelen of droog deppen.

  • Voor een goede wondgenezing is het belangrijk dat de ontlasting niet te hard is en u niet hard hoeft te persen. Eet daarom vezelrijk voedsel en drink veel; een tot anderhalve liter per dag. Gebruik de eerste periode zonodig de laxeermiddelen; hiervoor heeft u dan een recept gekregen.

Wanneer contact opnemen?

Neemt u de eerste week na de operatie contact op met het ziekenhuis bij:

  • Hevige pijnklachten die niet verdwijnen als u pijnstillers gebruikt.

  • Bloedverlies; aanhoudend en ernstig bloedverlies uit de anus, bijvoorbeeld meer dan 3 maandverbanden per dag.

  • Infectie:

    • wond is gezwollen, rood en warm, gaat open en/of er komt wondvocht uit en

    • temperatuur hoger dan 38,5 graden kort na de operatie.

Tijdens kantooruren belt u de polikliniek heelkunde (024) 365 82 60. Buiten kantooruren belt u CWZ (024) 365 76 57 en vraagt u naar de dienstdoende chirurg.

Werkhervatting

Meestal kunt u snel na het ontslag weer - eventueel aangepast - met werken beginnen.

Vraagt u zich af of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk? Overleg dan met uw bedrijfsarts. De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert of zo spoedig mogelijk na de ingreep op de hoogte brengt. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandigheden-spreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt.

Tips bij activiteiten

Wandelen

Lopen is goed om uw conditie weer wat te verbeteren en u mag dit doen naar kunnen.

Zitten

U kunt gewoon zitten. Het prettigste is dit op een stoel of bank met een zachte zitting. Gebruik geen (wind)ring of zwemband om op te zitten. Hierdoor neemt de pijn juist toe.

Fietsen

Zodra u probleemloos kunt zitten en bewegen, mag u het fietsen weer gaan uitproberen.

Autorijden

Als u probleemloos kunt zitten en bewegen, kunt u ook weer gaan autorijden.

Sporten

Als u gewend was om te sporten kunt u dat - wanneer de dagelijkse dingen en wandelen weer probleemloos gaan- oppakken. Als u gewend was om te zwemmen of fitnessen en u hebt het gevoel dit weer te kunnen, probeer het dan rustig uit. U kunt pas gaan zwemmen als er geen gaasje meer in of op de wond nodig is.

Seks

Vrijen hoeft geen probleem te zijn mits u hierbij de gouden regel in acht neemt. Dus dat u geleidelijk aan weer van alles mag gaan doen en uitproberen, zolang dit geen aanhoudende toename van klachten geeft.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of de verpleegkundige. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de poli Heelkunde.

Verhindering

Bent u op de dag van de behandeling onverhoopt verhinderd, laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de afdeling opname- en patiëntenplanning, tijdens kantooruren bereikbaar op telefoonnummer (024) 365 71 30. Kunt u een afspraak op de polikliniek of voor een onderzoek niet nakomen, bel dan zo spoedig mogelijk de betreffende afdeling/polikliniek.

G493-KLaatst bijgewerkt op 12 januari 2026

Inhoudsopgave