Depressie bij ouderen

Behandeling

Inleiding

Depressie bij ouderen komt vaak voor, maar is soms moeilijk te herkennen. Deze pagina geeft informatie over de kenmerken en de behandeling van een depressie bij ouderen.

Wat is depressie?

Depressie komt op alle leeftijden voor. We noemen somberheid een depressie, als iemand zich meer dan twee weken achter elkaar vrijwel voortdurend somber voelt. Meestal is er ook sprake zijn van andere klachten.

Andere klachten, die kunnen samenhangen met de depressie zijn:

  • Moeite met concentreren

  • Vergeetachtigheid

  • Geen/minder interesse meer hebben dan voorheen

  • Gering gevoel van eigenwaarde

  • Angst

  • Slecht slapen, of juist overmatig slapen

  • Piekeren

  • Slechte eetlust en gewichtsverlies

  • Rusteloosheid, boosheid en snel geïrriteerd raken.

  • Besluiteloosheid

  • Gebrek aan initiatief (geen zin om iets te ondernemen)

  • Niet kunnen genieten of plezier beleven

  • Lichamelijke klachten zoals: hartkloppingen, pijnklachten, trillende handen en moeheid

  • Doodsgedachten, of zelfs de gedachte of wens om het leven te beëindigen.

Waardoor ontstaat een depressie?

Een depressie kan vele oorzaken hebben. De meest voorkomende oorzaken zijn:

  • Erfelijke factoren: als in een familie een of meerdere mensen een depressie hebben, dan is de kans dat zich bij een ander familielid een depressie ontwikkelt, duidelijk verhoogd;

  • Een eerdere depressie verhoogt de kans om later in het leven opnieuw een depressie te krijgen

  • Lichamelijke ziekten of handicaps: bijvoorbeeld bij de ziekte van Parkinson, een herseninfarct/bloeding, een hartinfarct of een beginnende dementie, kan een depressie ontstaan;

  • Persoonlijkheidsfactoren: hoe iemand in zijn leven met situaties of problemen omgaat kan mede van invloed zijn op ontstaan van een depressie bij een nieuw probleem.

  • Verlieservaringen: het verlies van belangrijke personen, maar ook bezigheden of werk of een verhuizing met verlies van eigen woning kunnen leiden tot een depressieve stemming;

Is een depressie bij ouderen anders?

Bij ouderen is de uiting van de depressie vaak minder typisch: de typerende somberheid staat vaak minder op de voorgrond.

Vaak bestaan:

  • Apathie, geen tot zeer weinig activiteit ondernemen

  • Lichamelijke klachten: moeheid, lusteloosheid, gebrek aan eetlust, afvallen, trillen, maag-darmklachten, pijn, hartkloppingen etc.

  • Geheugenklachten als uiting van depressie (vaker wordt zelfs gedacht dat de persoon dement aan het worden is). Deze geheugenproblemen worden veroorzaakt door de verminderde concentratie, die bij de depressie vaak kenmerkend is. Door de bemoeilijkte concentratie kan informatie moeilijker worden opgenomen, hetgeen tot geheugenproblemen kan leiden. Deze geheugenproblemen kunnen verbeteren als de depressie opklaart.

Zijn er gevolgen voor de omgeving?

De gevolgen van een depressie blijven zelden beperkt tot de persoon met de depressie zelf. Ook mensen in de directe omgeving, zoals partner of kinderen, zullen met de gevolgen van de depressie geconfronteerd worden. In tegenstelling tot voorheen is de patiënt vaak veel minder enthousiast en geïnteresseerd, hetgeen het gezamenlijk ondernemen van activiteiten bemoeilijkt. Daarbij kan er ook prikkelbaarheid ontstaan, die door de omgeving vaak beter wordt herkend dan door de depressieve persoon zelf.

Duidelijkheid krijgen of er sprake is van een depressie, is daarom van groot belang. Zowel de patiënt als de omgeving zijn gebaat bij adviezen, hoe het beste met de depressie kan worden omgegaan.

Hoe wordt een depressie behandeld?

De behandeling van een depressie kan op verschillende manieren worden ingezet.

Er zijn drie verschillende mogelijkheden, die ook kunnen worden gecombineerd:

  1. Praten: met hulpverlener (huisarts, psycholoog, sociaal psychiatrisch verpleegkundige, maatschappelijk werkende) gevoelens en emoties bespreken, helder krijgen wat de depressie (mede) veroorzaakte. Dit gebeurt soms ook in een gestructureerd therapieprogramma waarbij 1 op 1 of in groepsverband wordt gewerkt aan verbetering van stemming en omgang met problemen.

  2. Pillen: medicijnen, zogenoemde antidepressiva, kunnen helpen de stemming gunstig te beïnvloeden. Deze medicijnen werken op de boodschapper-eiwitten in de hersenen. Vaak duurt het 4-6 weken na start van de medicatie, voordat de stemming wat minder somber wordt. Als iemand dan voorzichtig weer wat activiteiten van voor de depressie oppakt, helpt dat in het verdere herstel. Volledig herstellen duurt vaak nog langer: drie tot zes maanden na het starten met medicijnen. Vaak geven de medicijnen in het begin bijwerkingen die uiteindelijk meevallen als het lichaam aan de medicijnen is gewend.

  3. Structuur: door de depressieve klachten hebben patiënten vaak activiteiten, die voorheen plezier gaven, laten liggen. Het voorzichtig weer oppakken van gewone dagelijkse activiteiten helpt, om het gevoel van eigenwaarde en tevredenheid weer terug te krijgen. Voorbeelden van activiteiten zijn: wandelen, tuinieren, oppakken van hobby’s (zangkoor, gymnastiek, handwerken, puzzelen, biljartclub, kaarten). Het regelmatig onder de mensen zijn is voor de meeste mensen prettig en geeft afleiding: dit geldt zeker ook voor ouderen.

Wat kunt u zelf doen?

  • Accepteer sombere gevoelens en probeer erover te praten in uw omgeving.

  • Probeer mensen op te zoeken, ook al ziet u er tegen op.

  • Zorg voor regelmaat: sta op tijd op, eet drie maaltijden per dag en ga op tijd slapen.

  • Beweeg elke dag: wandelen of fietsen beginnend met 15 minuten tot half uur, en later zeker een half uur of meer per dag. Dit maakt u op een gezonde manier moe en verbetert uw lichamelijke en geestelijke conditie. Ook helpt het uw stemming te verbeteren en maakt het de leefwereld groter.

  • Plan iedere dag iets wat u leuk vindt.

  • Plan per dag niet meer activiteiten dan u aankunt en geef zo nodig taken uit handen.

  • Gun uzelf tijd voor herstel.

Wat kunt u als familielid doen?

  • Een luisterend oor bieden, begrip tonen en aandacht geven zonder te willen opbeuren.

  • Gezelschap, afleiding en stimulans bieden.

  • Meehelpen in het hernemen van eenvoudige bezigheden met als doel het herkrijgen van het eigenwaarde en vertrouwen.

  • Complimenten geven bij ondernomen acties.

  • Structuur aanbrengen in de dag en samen activiteiten ondernemen.

  • Aandacht voor voldoende inname van eten en drinken; liefst samen eten, eventueel maaltijden gezamenlijk bereiden of extern bestellen/cateraar etc.

  • Vermijd het (laten) nemen van belangrijke beslissingen omdat een depressie denken en voelen beïnvloedt: het is beter om beslissingen uit te stellen (indien mogelijk) tot het moment waarop de ander zich beter en minder somber voelt.

  • Laat blijken dat de persoon met de depressie op u kan rekenen hoewel u ook niet altijd weet, wat u moet zeggen of doen.

  • Zorg ook goed voor uzelf wanneer u samenwoont met iemand met een depressie. Dit kan door tijd voor uzelf vrij te houden voor bijvoorbeeld vrienden of hobby’s.

Omgaan met een dierbare met een depressie is niet gemakkelijk. Het kan zijn dat uw dierbare de gehele dag somber is, nergens toe komt en nauwelijks geïnteresseerd is in zijn omgeving. Hopelijk helpen bovenstaande adviezen om uw dierbare hierbij ter zijde te staan.

Heeft u nog vragen?

U kunt uw vragen stellen aan de arts of de verpleegkundige. Wij zijn u graag van dienst. Naast de begeleiding vanuit de polikliniek geriatrie, kan uw huisarts u hierbij mogelijk aanvullend ondersteunen.

G689Laatst bijgewerkt op 22 december 2025

Inhoudsopgave