De stervensfase
Algemeen
Informatie voor mensen die betrokken zijn bij een sterfbed in CWZ
Inleiding
Aan het einde van het leven - soms na een kort, soms na een lang ziekbed - vinden lichamelijke en geestelijke veranderingen plaats die wijzen op het naderend sterven. Op deze pagina wordt uitleg gegeven over wat u kunt verwachten in deze stervenfase.
Niet alle veranderingen die op deze pagina genoemd worden, zien we bij iedere stervende en ook niet altijd op dezelfde manier. Ook de volgorde waarin ze voorkomen verschilt van persoon tot persoon: ieder mens en ieder sterfbed is uniek. De informatie op deze pagina gaat in op mogelijke vragen die u heeft en kan u helpen bij het stellen van nieuwe vragen. Aarzel niet om deze vragen aan uw verpleegkundige, (huis)arts of andere medewerkers te stellen. Deze pagina is gericht op de zorg in CWZ, maar het grootste deel van de informatie gaat over de stervensfase en is dus ook nuttig voor naasten van mensen die buiten CWZ overlijden.
Minder behoefte aan eten en drinken
Mensen die sterven hebben vaak weinig of geen behoefte meer aan eten en drinken. Ze kunnen snel in gewicht afnemen. Het lichaam verandert: de wangen vallen in, de neus wordt spits en de ogen komen dieper in hun kassen te liggen.
Vochttekort leidt normaal tot dorst, maar in de stervensfase heeft iemand geen of bijna geen dorst. Omdat de lippen en de mond vaak droog zijn, kan het prettig zijn als deze vochtig worden gehouden. Dit kan op verschillende manieren. De verpleegkundige kan u hier meer over vertellen.
Hoe minder iemand drinkt, hoe minder hij plast. De sluitspieren van de blaas werken vaak minder goed en er kan sprake zijn van urineverlies. In dat geval kunnen maatregelen worden genomen om het ongemak te beperken met incontinentiemateriaal of een urinekatheter.
Veranderingen in de ademhaling
De ademhaling verandert vaak als iemand in de stervensfase is. Een stokkende en onregelmatige ademhaling bij mensen die stervende zijn is meestal een teken dat de dood snel dichterbij komt. De ademhaling valt regelmatig stil en komt daarna met een diepe zucht weer op gang. De tijd tussen de ademhalingen wordt langer en langer, soms wel tot een halve minuut. De stervende ervaart dit zelf niet als benauwdheid. Het gezicht ziet er bij deze stokkende ademhaling vaak heel ontspannen uit. Alleen als er tekenen van ernstig ongemak zijn, zullen artsen besluiten om extra rustgevende medicijnen te geven.
Iemand is meestal heel diep in slaap. Hierdoor verdwijnen de normale hoest- en slijkprikkels. Slijm kan zich dan ophopen in de keelholte of de luchtpijp, wat kan leiden tot een reutelend geluid bij het ademhalen. Omstanders denken soms dat de stervende dan ernstig benauwd is of zelfs dreigt te stikken, maar het is iets waar hij zelf geen last van heeft.
De fase van onregelmatige ademhaling en reutelen wordt gevolgd door steeds langere adempauzes, oppervlakkiger ademhaling en ten slotte de laatste adem. Dit is in veel gevallen niet meer dan een zuchtje na een (heel) lange stilte.
De bloedsomloop neemt af
Het lichaam houdt zo lang mogelijk de doorbloeding van hart en longen in stand. Omdat het bloed zich meer en meer terugtrekt naar de borst- en buikholte kunnen de handen, armen, voeten, benen en neus koud aanvoelen. Op de benen kunnen paarsblauwe vlekken ontstaan. De gelaatskleur wordt grauw en bij de laatste ademtocht trekt de kleur helemaal uit het gezicht weg (‘doodsbleek’). Later trekt dit weer een beetje bij. Dit zorgt ervoor dat iemand, soms een paar uur nadat hij is overleden, weer meer op zichzelf lijkt.
Minder contact – verandering in bewustzijn
In de stervensfase is iemand minder vaak wakker en de perioden dat iemand wakker is worden korter. De stervende lijkt zich steeds meer terug te trekken en is moeilijker te bereiken. Ook al begrijpt de stervende waarschijnlijk niet alles meer wat wordt gezegd. Hij blijft tot op het laatst gevoelig voor geluid en krijgt misschien wel mee dat er wordt gesproken. Rust rondom de stervende is daarom belangrijk. Niet teveel mensen tegelijk rond het bed en geen harde stemmen of geluiden.
Aanraking kan rustgevend zijn, maar dit verschilt per persoon en per moment. Ook zachtjes praten heeft vaak een rustgevende werking. In de periode voor het overlijden daalt het bewustzijn steeds verder. In de laatste uren raakt iemand hierdoor meestal in een diepe slaap of coma. Als u twijfelt wat u het beste kunt doen voor uw naaste, vraag dan de verpleegkundige of arts om advies.
Onrust en verwardheid
Het kan voorkomen dat iemands gedrag verandert omdat het bewustzijn gedaald is. De patiënt kijkt dan anders uit zijn ogen en kan een onrustige en verwarde indruk maken. Dit wordt een ‘delier’ genoemd. Het lijkt alsof iemand van alles beleeft of ziet. Wat dat precies is, is meestal niet duidelijk.
Dit komt vaak voor in de laatste levensdagen en vooral in de laatste uren. Vaak maakt de patiënt kleine (hand)bewegingen. Alsof hij iets wil plukken of aanwijzen. U kunt steun bieden door rustig aanwezig te zijn. Spreek eventuele waandenkbeelden of hallucinaties niet tegen, maar ga er ook niet in mee. In het geval van tekenen van ernstig ongemak, kan de arts besluiten om rustgevende medicijnen te geven. Als u hierover vragen of zorgen heeft, blijf hier dan niet mee rondlopen en bespreek het met de arts of de verpleegkundige.
Waken - kostbare tijd
Als het sterven nabij is, kunt u afspreken om over te gaan tot waken. Waken houdt in dat op een rustige manier dag en nacht iemand bij de stervende is. Om de beurt of samen. Als u dat wilt kunt u blijven slapen op de kamer van uw naaste of op een van de twee piketkamers. De verpleegkundige kan u hier meer over vertellen.
Als het mogelijk is, kunt u sfeer en rust creëren op de ziekenhuiskamer van uw naaste. Neem bijvoorbeeld foto’s of een eigen bedsprei mee van thuis. U kunt een rustig muziekje aanzetten, samen bidden of een stukje voorlezen. Het branden van echte kaarsen is niet toegestaan in CWZ vanwege de veiligheid. In plaats daarvan kunt u bijvoorbeeld LED-kaarsjes met batterij aanzetten.
Waken kan een tijd zijn voor afscheidsrituelen. Deze zijn voor elke persoon, cultuur en religie uniek. Als u het fijn vindt, kunnen medewerkers van CWZ u hierbij ondersteunen. Bijvoorbeeld een geestelijk verzorger of interculturele zorgconsulent voor patiënten met een niet westerse migratie achtergrond.
Tijdens het waken lijkt de tijd vaak stil te staan. Het overlijden kan lang op zich laten wachten. Wissel elkaar daarom ook regelmatig af en neem voldoende rust. Zorg ervoor dat u zichzelf ook zo comfortabel mogelijk voelt tijdens het waken. Neem bijvoorbeeld een plaid, warme trui, foto’s van vroeger, notitieboekje of een leesboek mee.
Als u het fijn vindt, kan de familiezorg verpleegkundige regelmatig langs lopen en als het nodig is, iets voor u doen.
Het leven loslaten
Sterven betekent het leven loslaten. Alles achterlaten wat je lief is. Iedereen begrijpt dat dit moeilijk is. Vaak is een naaste de aangewezen persoon om de stervende bij te staan. Dat is geen gemakkelijke taak. Praten met mensen die vertrouwd zijn geeft steun, bijvoorbeeld met familie en vrienden. U kunt ook professionele of vrijwillige hulpverleners vragen voor ondersteuning.
Een levensfase vol contrasten en met een eigen tempo
U zult merken dat een stervensproces zowel moeilijke als mooie momenten met zich meebrengt. Momenten van verdriet, angst, machteloosheid, boosheid, maar ook van dankbaarheid, liefde, opoffering, humor en hoop.
Waar heeft iemand steun en houvast aan? Voor de een is dat zijn of haar geloof, voor de ander een levensfilosofie. Het kunnen ook kleine momenten van genieten zijn of een gevoel van samenzijn. Een houding van rust en vertrouwen is belangrijk. Het helpt de stervende vaak als hij voelt dat hij kan gaan. Als u merkt dat er nog zaken zijn die de stervende bezighouden die het stervensproces moeilijk maken, ga dan met elkaar na of hierop ingegaan kan worden.
U kunt daarbij ook denken aan het inschakelen van een geestelijk verzorger, het consultteam palliatieve zorg CWZ of iemand anders met ervaring en deskundigheid op psychosociaal gebied.
Ieder sterfbed kent een eigen tijd en heeft een eigen tempo. Soms lijkt de geest klaar, maar is het lichaam nog niet zo ver, soms is het andersom. Als het sterven nadert kan de stervende een soort verlichting ervaren en dit kan voelbaar zijn voor de omgeving. Alsof de stervende dan loslaat en zich overgeeft.
Na het overlijden
Als uw naaste overleden is, kunt u rustig de tijd nemen om op een voor u goede manier afscheid te nemen. De afdelingsverpleegkundige voert de noodzakelijke laatste verzorging uit. Als u dat wilt, kan u daarbij helpen. De verpleegkundige kan u daarin begeleiden. Hierna wordt uw naaste naar het mortuarium gebracht, ook als u als nabestaanden uw naaste thuis wil opbaren. Intussen kunt u contact opnemen met de uitvaartondernemer.
In het mortuarium is rituele verzorging mogelijk. Hierover dient de uitvaartondernemer een afspraak voor de nabestaande te maken met het mortuarium. Meer informatie over de zorg na het overlijden in CWZ kunt u vinden op de pagina ‘Zorg na overlijden/patienteninformatie/zorg-na-overlijden/’.
Vragen en napraten
Bedenk dat er ook in deze verdrietige periode van afscheid nemen en rouw mensen zijn die u willen bijstaan. Heeft u na het lezen van deze pagina vragen of blijft u met vragen zitten na het overlijden van uw naasten? Neem dan contact op met de afdelingsverpleegkundige.
De tekst op deze pagina is met toestemming van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) gebaseerd op de folder ‘de stervensfase’ van IKNL.
Contact
- OncologiePolikliniek oncologie-kanker (B09)
Telefonisch spreekuur: maandag tot en met vrijdag tussen 8.30 - 09.30 uur en 13.30 - 14.00 uur.
Bij spoed bereikbaar tussen 08.30 - 17.00 uur.
Bij spoed na 17.00 uur en in het weekend is verpleegafdeling B20 bereikbaar: (024) 365 77 78.
(024) 365 87 88
Maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 09.30 uur en van 13.30 tot 14.00 uur. Bij spoed bereikbaar tussen 08.30 - 17.00 uur. Bij spoed na 17.00 uur en in het weekend is verpleegafdeling B20 bereikbaar: (024) 365 77 78.
G862Laatst bijgewerkt op 10 februari 2026

