De diabetische voet

Behandeling

Wat is het, hoe ontstaat het? Voetzorg en schoenadviezen bij diabetes mellitus

Inleiding

Diabetes mellitus is een ziektebeeld waarbij het evenwicht in de bloedsuikerspiegel verstoord is (suikerziekte). Veel mensen met diabetes mellitus krijgen problemen aan de voeten, ook wel een diabetische voet genoemd.

Er kunnen verschillende voetafwijkingen ontstaan, zoals overmatige eeltvorming en rode plekjes of grote wonden die slecht of niet willen genezen.

Als voetwonden verwaarloosd of onvoldoende behandeld worden, kan dit op langere termijn leiden tot amputatie van een teen, deel van de voet of zelfs het gehele (onder)been. Goede zorg voor uw voeten is daarom heel belangrijk!

Doel van deze pagina

Het doel van deze pagina is dat u inzicht heeft in wat een diabetische voet is en wat de oorzaken zijn voor het ontstaan van een diabetische voet, voetzorg bij diabetes mellitus en schoenadvies.

Wat zijn de symptomen?

Een diabetische voet kunt u herkennen aan één of meerdere onderstaande symptomen:

  • Droge voeten, kloofjes of schilfering

  • Overmatige eeltvorming

  • Afwijkende stand van de voet/tenen, bijvoorbeeld klauw- of hamertenen

  • Rode (druk-)plekjes

  • Wondjes die moeilijk genezen

  • Een veranderd gevoel in de voeten, zoals een verminderd gevoel, een doof gevoel en/of het gevoel op watten te lopen

  • Tintelingen, overgevoeligheid of pijn in de voeten

Wat zijn de oorzaken?

Een verhoogde bloedsuikerspiegel (zeker bij patiënten die al langer diabetes hebben) kan leiden tot:

  • beschadiging van de zenuwen (neuropathie),

  • beschadiging van kleine en grote bloedvaten/slagaders (angiopathie)

  • beperkte beweeglijkheid van de gewrichten (Limited Joint Mobility).

Hierdoor kan een diabetische voet ontstaan. Onderstaand worden de genoemde oorzaken voor het ontstaan van een diabetische voet verder toegelicht.

1. Beschadiging van de zenuwen (Neuropathie)

Als de zenuwbanen zijn aangetast spreken we van neuropathie. Neuropathie kan in 3 verschillende vormen voorkomen, maar komen bij diabetes mellitus meestal in combinatie voor:

  • Motorische neuropathie

Bij deze vorm van neuropathie zijn de zenuwen beschadigd, die betrokken zijn bij het functioneren van de spieren. Hierdoor werken de spieren in met name de voeten minder goed, waardoor de stand van de voet kan veranderen en de voet stijver wordt. De meest geziene standsafwijkingen aan de voet zijn een holvoet, platvoet, klauwteen of hamerteen. Dit veroorzaakt drukplekken die kunnen leiden tot eelt, blaren en wonden. Voorkeursplaatsen voor het ontstaan van eelt zijn de teentoppen, onder de bal van de voet en de hielen. Om wonden (drukplekken door het teveel aan eelt) te voorkomen, dient het eelt soepel te zijn en regelmatig (om de 4-6 weken) te worden verwijderd door een - in diabetes gespecialiseerde - pedicure (of podotherapeut).

  • Autonome neuropathie

Deze vorm van neuropathie beschadigt de zenuwen, die met het functioneren van de huid te maken hebben. De kwaliteit van de huid verandert, waardoor de huid erg droog kan worden, er meer eelt wordt gevormd en er een risico ontstaat op het ontstaan van kloofjes en wonden.

  • Sensorische neuropathie

Bij deze vorm van neuropathie zijn de zenuwen beschadigd, die betrokken zijn bij het gevoel in benen en voeten. Dit kan gepaard gaan met hevige pijnen (scheuten, krampen) in de voeten en benen, maar meestal met een verminderd gevoel. De klachten bij zo’n gevoelsafname zijn niet altijd even duidelijk en kunnen per individu verschillen. Soms lijkt het alsof u door rul zand of op watten loopt, maar het kan ook zijn dat u nauwelijks iets opvallends merkt. Bij onderzoek kan dan toch blijken dat het gevoel in uw benen of voeten is afgenomen. Dat is gevaarlijk omdat u zich dan ongemerkt kunt verwonden of verbranden. Wanneer u dat te laat in de gaten heeft, kunnen hardnekkige wondjes en zelfs infecties ontstaan.

2. Beschadiging van kleine en grote bloedvaten/slagaders (angiopathie)

Als gevolg van diabetes mellitus kunnen veranderingen ontstaan in de grote en in de kleine bloedvaten, bijvoorbeeld in de toppen van de tenen. Diabetes versnelt het proces van slagaderverkalking (arteriosclerose), waardoor de bloedtoevoer (en daarmee de toevoer van zuurstof en andere belangrijke stoffen) kan stagneren. Daardoor kan een ontstaan wondje minder goed genezen, maar kan er ook gangreen ontstaan: de cellen sterven af en de teen wordt zwart. In dat stadium is de teen meestal niet meer te redden. Naast de kleinere bloedvaten kunnen ook de grotere vaten in het onderbeen aangetast zijn door verkalkingen (arteriosclerose), waardoor de hele voet gevaar kan lopen. Heeft u regelmatig last van kramp in de onderbenen tijdens het lopen waardoor u even moet stilstaan (etalagebenen), nachtelijke pijn die verbetert door het been te laten hangen en/of witte/blauwe verkleuringen van de tenen, is het goed dit vroegtijdig met uw behandelend arts te bespreken.

3. Stijfheid van gewrichten (Limited Joint Mobility)

Door diabetes verstijft het bindweefsel in het hele lichaam. Hierdoor is de mobiliteit van uw voetgewrichten beperkt. De gevolgen voor de voet zijn vrij ingrijpend: de voet wordt een stuk minder beweeglijk, waardoor de stand van de voet verandert. Hierdoor kan de voet zich minder goed aanpassen aan de schoen en de ondergrond waarop de voet staat/loopt.

4. Een combinatie van bovenstaande oorzaken

De voeten worden extra kwetsbaar bij een combinatie van een verminderde doorbloeding, verminderd gevoel en minder beweeglijke gewrichten. U merkt dan bijvoorbeeld niet snel genoeg dat uw schoenen te klein zijn of dat er een steentje in uw schoen zit. De kans bestaat dat u gewoon blijft doorlopen en er ongemerkt een wondje ontstaat. Als er dan een verminderde doorbloeding is, geneest een klein wondje of zweertje slecht en kan dit leiden tot ernstige gevolgen!

Een verminderd gevoel, verminderde doorbloeding en stijfheid van gewrichten wordt mede veroorzaakt door een (structureel) te hoge bloedsuikerwaarde. Het is dus belangrijk uw bloedsuikerspiegel goed onder controle te houden.

Preventie en wat kunt u zelf doen en wat verwachten we van u?

U heeft zelf een belangrijke rol in het voorkomen van (verergering van) voetproblematiek. We vragen daarom ook uw inzet en motivatie!

Uiteraard kunnen wij u adviezen geven, maar voor een groot deel bent u zelf verantwoordelijk voor het toepassen van (preventieve) maatregelen.

Om beschadiging van uw voeten te voorkomen of te voorkomen dat bestaande problemen erger worden, vragen wij u de onderstaande adviezen op te volgen. Wanneer u bepaalde adviezen niet zelf kunt opvolgen en uitvoeren, is het belangrijk dit aan een familielid te vragen of thuiszorg hiervoor in het schakelen.

Algemeen/dagelijkse verzorging

  • Loop nooit op blote voeten! Maar draag altijd schoenen (indien u heeft aangepast schoeisel), de schoenen hebben een beschermende functie voor de kwetsbare voet.

  • Spoel/was dagelijks uw voeten af met lauwwarm water. Pas op met de temperatuur van het water; het kan zijn dat u de temperatuur met uw voeten niet meer goed kunt voelen, waardoor een brandwond kan ontstaan. Controleer daarom de temperatuur van het water altijd eerst met uw elleboog of met een thermometer.

  • Neem nooit een voetbad; dat maakt de voeten week en daarmee ook kwetsbaar.

  • Droog uw voeten zorgvuldig af, vooral tussen de tenen. Gebruik hiervoor een dunne zachte handdoek, zodat u er goed bij kunt. Zo beschadigt u de huid tussen uw tenen minder snel.

  • Houdt uw huid soepel door uw voeten dagelijks in te smeren met een zachte crème. Zorg ervoor dat er geen crème tussen de tenen komt; de huid tussen uw tenen kan hierdoor week worden en sneller beschadigen. Zorg ervoor dat u uw voeten niet insmeert vlak voordat u uw schoenen aandoet; hierdoor kunnen de voeten gaan schuiven in de schoenen. Smeer uw voeten `s avonds in voordat u naar bed gaat; de zalf kan dan de hele nacht intrekken.

  • Trek dagelijks schone soepele sokken of kousen aan. Deze mogen niet te groot of te klein zijn. Zorg ervoor dat de naden van de sokken of kousen niet voor drukplekjes zorgen. Er zijn naadloze sokken en panty’s verkrijgbaar.

  • Onderzoek elke dag uw voeten op rode plekjes, blaartjes, kloofjes, wondjes en/of verkleuringen. Kijk ook tussen de tenen en vooral ook aan de onderkant van de voet. Wanneer u de onderkant van uw voet niet (goed) kunt zien: gebruik dan een (hand)spiegel.

  • Onderzoek/controleer, voordat u uw schoen aantrekt, de binnenkant van uw schoenen op spijkertjes, steentjes, harde naden of opgekrulde zolen etc. Voel met de hand naar beschadigingen (drukpunten). Verzeker u ervan dat de binnenzool van de schoen vlak is. Zorg dat uw schoenen goed passen.

  • Knip de nagels recht en niet te kort af waardoor ze niet kunnen ingroeien. Het advies is echter altijd: teennagels laten knippen door een pedicure met diabetes aantekening of podotherapeut. In ieder geval:

  1. Als u een voetwond(je) hebt gehad

  2. Als u niet goed meer kunt zien

  3. Als uw handfunctie verminderd is

  4. Als u kalknagels heeft

  5. Als u overmatige eeltvorming heeft

  6. Als u niet goed bij uw voeten kunt

Uw huisarts kan u adviseren bij wie u het beste terecht kunt hiervoor.

  • Verwijder geen eelt met schaartjes of mesjes. Ga ook hiervoor naar een pedicure met diabetesaantekening of podotherapeut.

Let op: maak bij een (nieuw) wondje echter altijd een afspraak bij uw behandelend arts. Verbind een wondje aan de voet altijd, zodat er zo min mogelijk kans is op infectie.

Schoenadvies

Door verandering van voetvorm, verminderd gevoel en/of veranderingen van de huid is het belangrijk om aandacht te besteden aan de schoenen. Zodat u weet waar u op moet letten bij het aanschaffen en het dragen van schoenen. Hierdoor kan beschadiging van uw voeten voorkomen worden of voorkomen worden dat bestaande problemen erger worden.

Hieronder een aantal punten waar u op moet letten bij het aanschaffen en het dragen van schoenen.

  • Koop uw schoenen altijd rond het middaguur. In de loop van de dag worden uw voeten namelijk dikker. Laat eventueel uw voeten opmeten in de winkel.

  • Koop goed passende schoenen. Uw schoenen moeten minimaal een centimeter groter zijn dan uw grootste teen om goed te kunnen afwikkelen. Er moet voldoende ruimte zitten rond de voorvoet. Dit houdt in dat de tenen vrij zijn in de schoen. Koop echter niet te grote schoenen, want ook het schuiven in de schoen kan voor wondjes zorgen.

  • De schoen moet goed aansluiten bij de hiel en de wreef. Schoenen met veter- of klittenbandsluiting houden de voet beter op de plaats in de schoenen en voorkomt het schuiven van de voet in de schoen.

  • De hak van de schoen mag maximaal 2 tot 3 cm zijn. Als de hak hoger is, ontstaat een verhoogde druk onder de voorvoet. Voor een goede stabiliteit van de voet dient de hak breed te zijn.

  • Koop schoenen van soepel leer met zo min mogelijk stiksels, vooral in het gebied van de voorvoet. Stiknaden maken het leer minder soepel en kunnen drukplekken geven. Zorg tevens voor een zacht voetbed in de schoen.

  • Heeft u steunzolen of een orthese die u wilt dragen in de schoenen? Neem deze dan mee naar de winkel en pas de schoenen met uw steunzolen of orthese. Haal een eventueel uitneembaar voetbed uit de schoen als u steunzolen draagt. Op die manier verliest u minder ruimte in de schoen.

  • Draag nieuwe schoenen niet gelijk de hele dag, maar bouw het dragen op en controleer regelmatig uw voet op rode drukplekken/wondjes.

  • Loop nooit op blote voeten, maar draag altijd schoenen. De schoenen hebben een beschermende functie voor de kwetsbare voet.

  • Controleer voor het aantrekken van uw schoenen of er geen losse voorwerpen of harde stiknaden in de schoen aanwezig zijn die kunnen zorgen voor drukplekken of wondjes.

  • Gebruik geen losse verbandmaterialen ter bescherming van de voeten, deze nemen alleen maar ruimte in beslag en kunnen zorgen voor problemen.

  • Controleer uw schoenen iedere maand of deze niet scheef uitgelopen zijn. Dit zorgt voor verhoogde druk op bepaalde gedeelten van de voet.

  • Het is mogelijk dat, door uw voetvorm of door herhaalde wondjes, uw confectieschoenen niet voldoende bescherming bieden. Uw huisarts of behandelend specialist kan u dan doorverwijzen naar een gecombineerd spreekuur van de revalidatiearts en orthopedisch schoenmaker. Deze kunnen u adviseren in het soort schoenen dat past bij uw problemen aan de voeten. Hierbij kan gedacht worden aan een aanpassing aan confectieschoenen of (semi)orthopedische schoenen.

Overige adviezen

  • Voorkom hoge bloedsuikers (een hoge bloedglucosespiegel).

  • Als u rookt moet u hiermee stoppen. Consulteer zo nodig uw huisarts voor hulp hierbij.

Verder is het noodzakelijk om jaarlijks uw voeten te laten controleren door uw behandelend arts. Dit onderzoek kan zowel door de huisarts, praktijkondersteuner of diabetesverpleegkundige verricht worden.

Door dit onderzoek kan de betreffende zorgverlener zien of er afwijkingen aan uw voeten zijn. Mogelijke problemen kunnen dan tijdig behandeld worden. Afhankelijk van een bepaalde risicoklasse (SIMM’s classificatie) wordt u door uw behandelend arts voor verdere voetzorg doorverwezen.

Wanneer moet u contact opnemen met uw behandelend specialist?

  • Bij een nieuw ontstaan wondje aan de voet/teen

  • Als u een flink temperatuurverschil bemerkt aan uw voeten of benen

  • Als u een (bacteriële of schimmel-) infectie vermoedt, dus bij roodheid, zwelling en pijn in (een gedeelte van) de voet/teen

  • Als u pijn heeft in de kuiten en hierdoor niet meer dan 100 meter kunt lopen

  • Bij overige klachten, vragen of onduidelijkheden over uw voet(en) en/of de ingezette behandeling.

Als u niet (meer) behandeld wordt door het team in CWZ kunt u contact opnemen met uw huisarts.

Als u behandeld wordt of recent behandeld bent in CWZ, kunt u contact opnemen met polikliniek heelkunde (024) 365 82 60.

G767Laatst bijgewerkt op 22 januari 2026

Inhoudsopgave