Carpale tunnelsyndroom (CTS) en Nervus ulnaris transpositie

Behandeling

Nazorg

Inleiding

U bent in CWZ behandeld voor een carpale tunnelsyndroom aan de hand of pols of een nervus ulnaris transpositie aan de bovenarm. Op deze pagina staan enkele richtlijnen om het herstel zo spoedig mogelijk te laten verlopen.

Richtlijnen nazorg

  • Na 48 uur mag u de zwachtel, watten en het gaasje verwijderen en douchen. De wond is dan voldoende dicht.

  • Als het gaasje vast zit aan de wond kunt u het onder de douche losweken. Na het douchen moet u de wond droog deppen.

  • U mag u niet baden en zwemmen totdat de hechtingen verwijderd zijn. Bij oplosbare hechtingen mag u gedurende de eerste week niet baden of zwemmen.

  • Het droog houden van de wond bevordert een goede wondgenezing. U kunt dus beter geen afsluitende pleister op de wond gebruiken; deze maakt de wond vochtig.

Drukverband arm/hand

  • U moet de eerste 2 dagen de arm in een mitella dragen of hoog op een kussen leggen.

  • Verder is het goed de schouder en vingers regelmatig te bewegen.

  • Gedurende 1 week mag u zo min mogelijk de arm belasten. Wringen en tillen zijn dan niet bevorderlijk voor het genezingsproces.

Pijnbestrijding

Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u de eerste 2 dagen de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. Dit doet u als volgt.

  • De eerste 2 dagen neemt u 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.

  • Dan neemt u 2 dagen 4 keer per dag - om de 6 uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg.

  • Daarna stopt u met het innemen van tabletten. Alleen als dat nodig is, bij pijn, mag u 2 tabletten paracetamol van 500 mg innemen (maximaal 4 keer per dag).

G545-LLaatst bijgewerkt op 4 februari 2026

Inhoudsopgave