Buikwandcorrectie (Abdominoplastiek)
Behandeling
Verwijderen van overtollig buik en vet weefsel door de plastisch chirurg
Inleiding
Door gewichtsverlies en zwangerschappen, veroudering of operaties kan de buikwand verslappen. De overtollige huid kan dan gaan hangen. Men kan dit als hinderlijk ervaren. Door het verwijderen van overtollig huid en het straktrekken van de buikspieren kan een buikwandcorrectie zorgen voor een mooie platte buik. Deze operatie wordt abdominoplastiek of buikwandplastiek genoemd.
Wat houdt een buikwandcorrectie in?
Een buikwandcorrectie heeft tot doel om overtollige huid en vet te verwijderen en eventueel de buikwand en spieren te verstevigen.
Resultaat
Resultaten van een operatie zijn niet altijd even gemakkelijk te voorspellen. Daarom streeft uw plastisch chirurg ernaar u zo duidelijk mogelijk uit te leggen wat u kan verwachten. Als uw verwachtingspatroon van de ingreep reëel is, Voorkomt dit teleurstellingen achteraf. Als u te zwaar bent is het verstandig vóór de buikwandcorrectie af te vallen om een beter resultaat te krijgen. Wanneer u dit ná de operatie doet zal de buikhuid weer kunnen verslappen.
Littekens
De littekens na een buikwandcorrectie komen vlak onder de bikinilijn en vlak boven de schaamstreek te liggen. Het litteken loopt van heup tot heup. Ook komt er een klein littekentje rondom de navel.
Mogelijke gevolgen
Een buikwandcorrectie heeft dezelfde risico’s als elk andere operatie. U kunt een nabloeding krijgen, de wond kan opengaan en u kan een infectie krijgen. De meeste kans op infectie bestaat bij mensen die te veel onderhuids vetweefsel hebben. Het is daarom van belang om vóór de operatie een normaal mogelijk gewicht te hebben. Soms is er een deel van de buikhuid dat gevoelloos aanvoelt, meestal verdwijnt dit na enkele maanden maar in een enkel geval blijft er een “doffe” plek over. Na een buikwandcorrectie kan er wat overtollige huid en vet overblijven bij de heupen. Soms is het nodig dit te verbeteren door een aanvullende lipsculptuur of littekencorrectie. Dit kan meestal onder plaatselijke verdoving. Nicotine vergroot de kans op problemen bij de wondgenezing. Deze wordt hierdoor vertraagd, met name bij de navel. Uw arts raad u daarom aan om minstens 6 weken voor de operatie tot 6 weken na de operatie volledig te stoppen met roken.
Voorbereiding operatie
Als u samen met uw arts heeft besloten tot een operatie worden een aantal zaken voor u afgesproken.
Verzekering
De aanvraag voor de operatie bij uw verzekeraar wordt gedaan door de secretaresse van de plastisch chirurg. Over verdere vergoedingen kunt u contact opnemen met u zorgverzekeraar.
Medisch fotograaf
De medische fotograaf zal foto’s maken van uw buik voor de operatie. Eventueel worden er een aantal maanden na de operatie weer foto’s gemaakt.
Gewichtsafname
Als u te zwaar bent is het advies om voor de operatie af te vallen om een beter resultaat te krijgen. Als u op het streefgewicht bent gekomen maakt u een afspraak met de plastisch chirurg. De operatie kan dan zonder onnodige risico’s worden uitgevoerd met een goede kans op een mooi resultaat.
Anesthesie (verdoving)
Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk. Deze verdoving kan bij de buikwandcorrectie alleen via algehele narcose. U zult tijdens de operatie geen pijn voelen. Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’ Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd. De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt.
Bloedverdunners/medicijnen
Gebruikt u antistollingsmedicijnen (bloedverdunnende medicijnen) of bent u onder controle van de trombosedienst? Meld dit dan aan uw behandelend arts in CWZ. Denk bij antistollingsmedicijnenaan bijvoorbeeld acenocoumarol, fenprocoumon (Marcoumar®), aspirine, ascal, carbasalaat calcium, dipyridamol, Persantin®, Asasantin®, Duoplavin®, clopidogrel (Plavix®, Grepid®), ticagrelor (Brilique®), apixaban (Eliquis®), dabigatran (Pradaxa®), edoxaban (Lixiana®), rivarixaban (Xarelto®).
Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem dan altijd uw doseerkaart mee naar het ziekenhuis.
Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze antistollingsmedicijnen.
Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet te stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.
Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen meld dit dan aan de arts, de verpleegkundige of de assistente van de polikliniek.
Meld ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.
Meld ook of u preventief antibiotica nodig heeft.
Overige medicijnen mag u gewoon innemen
Wat moet u meenemen?
Tijdens uw opname heeft u nodig:
drukkleding voor de buik (wordt bij het intake gesprek met u afgesproken)
ondergoed en nachtkleding
kamerjas, pantoffels
toiletartikelen
lectuur en dergelijke
Waardevolle bezittingen
Het is raadzaam grotere geldbedragen, sieraden en andere kostbaarheden thuis te laten. De ervaring leert dat het gevaar van zoekraken en diefstal in een openbaar gebouw aanwezig is. Het ziekenhuis kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.
De dag van de operatie
U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de afdeling die u van de opname heeft doorgekregen. Op de afdeling krijgt u een kort gesprek met de verpleegkundige. Als u vragen heeft kan de verpleegkundige deze beantwoorden. Uw partner/begeleider kan bij het opnamegesprek aanwezig zijn, als u dat prettig vindt.
Niet eten en beperkt drinken (nuchter)
U wordt in principe op de dag van de operatie opgenomen. Omdat de operatie onder anesthesie plaatsvindt, is het nodig dat u nuchter bent. Hierover heeft de anesthesioloog op het spreekuur afspraken met u gemaakt. Meer hierover kunt u lezen op de CWZ-pagina ‘anesthesie bij volwassenen’. Hebt u een langdurige voorbereiding nodig dan wordt u een dag eerder opgenomen.
Pijnstilling
Voor de operatie start u met de pijnmedicatie. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft. Meer hierover vindt u op de CWZ-pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’ onder het kopje ‘pijnmeting’.
Aftekenen
Voor de operatie wordt u buik door de plastisch chirurg afgetekend. Dit gebeurt in principe op de verkoeverkamer. Het kan ook zijn dat dit op de verpleegafdeling wordt gedaan dit is afhankelijk van het operatieprogramma.
Voorbereiding operatie
Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u deze medicatie voor de ingreep inneemt. Ook is het belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is. U mag tijdens de operatie geen sieraden dragen. Op de afdeling krijgt u een operatiejasje aangetrokken. Bovengenoemde maatregelen zijn er om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en daardoor infecties te voorkomen. Een kwartier voor de ingreep wordt u naar de verkoeverkamer gebracht, hier worden u nog wat vragen gesteld waarna u naar de operatiekamer wordt gereden. Daar moet u over stappen op een smalle operatietafel. De anesthesioloog geeft u de verdoving, die met u besproken is. Ook zal er voordat de operatie begint algemene of specifieke bewakingsapparatuur aangesloten worden, om lichaamsfuncties zoals bloeddruk, pols en ademhaling tijden de operatie goed te kunnen observeren.
De operatie
De ingreep wordt uitgevoerd op de operatiekamers in CWZ. Een buikwandcorrectie gebeurt onder algehele verdoving (anesthesie). De operatie duurt ongeveer anderhalf tot twee uur. Bij de operatie maakt de arts de buikhuid geheel los van de onderliggende spierlaag, tot aan de ribbenboog en het borstbeen. De navel wordt rondom omsneden zodat deze op zijn plaats blijft. Daarna trekt de plastisch chirurg de huid strak en verwijdert hij de overtollige huid en onderhuidse vetweefsel. Als de buikspieren uitgerekt zijn, worden deze meteen weer strak gemaakt. Om de navel weer naar buiten te laten komen, wordt een gaatje in de buikhuid gemaakt. Daar wordt de navel vervolgens in gehecht. Tijdens de operatie brengt de chirurg een aantal drains (dunne slang) in waarlangs het wondvocht naar buiten kan. De littekens van een buikwandcorrectie lopen rond de navel en binnen de ‘bikinilijn’.
Na de operatie
Na de ingreep blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent en tot alle controles (o.a. bloeddruk, polsslag, ademhaling en pijn) goed zijn. Een verpleegkundige haalt u weer op. Op de verpleegafdeling belt de verpleegkundige uw contactpersoon/begeleider. De verpleegkundigen controleren regelmatig de pols, bloeddruk en het wondgebied. Na de operatie kunt u pijn hebben en misselijk zijn. Met behulp van een speciale pijnbestrijdingsmethode wordt de pijn zoveel mogelijk verlicht, zodat u sneller van de operatie herstelt. Tegen de misselijkheid krijgt u eventueel medicijnen.
Infuus
Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht krijgt. Als u op de operatiedag ’s avonds weer zelf kunt eten en drinken en alle controles goed zijn mag het infuus de volgende dag verwijderd worden.
De wond
Na de buikwandcorrectie is de wond afgeplakt met pleisters. De drains moeten blijven zitten tot er niet veel wondvocht meer wordt aangemaakt. Meestal duurt dit één á twéé dagen. Als tijdens de buikwandcorrectie ook uw buikspieren weer strak gemaakt zijn, moet u desnoods de dag na de operatie strikte bedrust houden.
Met ontslag
De dag na de operatie mag u met ontslag mits er geen complicaties zijn opgetreden. U krijgt een controle afspraak mee, die ongeveer twee weken na de operatie plaatsvindt. De verpleegkundige neemt nog enkele praktische zaken met u door zoals bijvoorbeeld de leefregels. Zo nodig krijgt u een recept voor verbandmateriaal en of medicijnen. Eventuele drains worden voor het ontslag verwijderd. De eerste 6 weken na de operatie mag u niet:
zwaar tillen of persen
rek/strek/duwbewegingen maken
sporten
op de buik liggen
in bad liggen
fietsen
autorijden
Over het algemeen is een buikwandcorrectie niet erg pijnlijk maar u krijgt wel een strak gevoel. Om de buikwand goed aan te laten leggen, moet u gedurende zes weken drukkleding dragen. De totale herstelperiode van een buikwandcorrectie is ongeveer vier tot zes weken. Daarna zijn alle normale bewegingen weer mogelijk en kunt u ook weer sporten. De hechtingen lossen vanzelf op; als de hechtingen verwijderd moeten worden, wordt dit met u afgesproken. Dit gebeurd op de polikliniek. Massage met een litteken crème of lotion kunnen de littekens sneller soepel maken. U mag hiermee beginnen zodra de wond goed genezen is.
Pijnbestrijding
Als de verdoving uitgewerkt is, kunt u wat pijnklachten hebben, waarvoor u pijnstillers als paracetamol kunt gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben. De pijn van de operatiewond na de ingreep is afhankelijk van de plaats en de grootte. Heeft u pijn dan is het raadzaam dat u de eerste 2 dagen de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. Dit doet u als volgt:
de eerste 2 dagen gebruikt u 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.
Dan 2 dagen 4 keer per dag - om de 6 uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg.
Daarna stopt u en gebruikt alleen zo nodig bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 keer per dag).
De arbodienst
U kunt met uw arts overleggen welke consequenties de operatie voor de uitoefening van uw werk heeft. De arts kan wanneer nodig informatie uitwisselen met uw bedrijfsarts. De bedrijfsarts moet hiervoor schriftelijk verzoek indienen. Zo wordt duidelijk of u (tijdelijk) beperkingen heeft en zo ja, welke. Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts. De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van uw aandoening of behandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt.
Wanneer contact opnemen met het ziekenhuis
Gaat de wond wijken en krijgt u ontstekingsverschijnselen (koorts, roodheid, toenemende zwelling en toenemende pijn of kloppend gevoel) of als u tijdens de herstelperiode last krijgt van abnormale pijn, zwelling of koorts moet u contact opnemen met de polikliniek plastisch chirurg. Telefoon (024) 365 82 35 tijdens kantoortijden. ’s Avonds, ’s nachts of in het weekend neemt u contact op met de Spoedeisende hulp.
Bericht van verhindering
Mocht de geplande operatiedatum niet door kunnen gaan bijvoorbeeld omdat:
er meer voorbereiding nodig blijkt te zijn door longarts of cardioloog
u ziek bent met koorts 38°C
u verhinderd bent door onverwachte privé omstandigheden
Laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de polikliniek plastische chirurgie. Als u tijdig belt, kan er nog een andere patiënt gepland worden en maken we met u een nieuwe afspraak.
Vragen
U wordt naar beste kunnen behandeld, maar er kan geen garantie gegeven worden op een goed resultaat of een ongestoord verloop. Mocht u na het lezen toch nog vragen hebben, dan verzoeken wij contact met ons op te nemen. Wij zijn u graag van dienst! U kunt uw vragen ook stellen aan de arts en verpleegkundige vóór de behandeling.
G325Laatst bijgewerkt op 10 februari 2026

