Inleiding
Uw behandelend arts heeft u voor een buikwandbreuk naar de poli chirurgie van CWZ verwezen. Deze pagina geeft u informatie over wat de chirurg in CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kan nalezen. Ook zijn de gebruikelijke behandelingsmogelijkheden voor u op een rij gezet.
Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Wat is een buikwandbreuk
Een breuk (hernia) is een uitstulping van het buikvlies door een zwakke plek of opening in de buikwand. De breuk is herkenbaar als een zwelling ter plaatse. De zwakke plek of opening in de buikwand is de breukpoort. Deze kan ontstaan door aangeboren oorzaken of door uitrekking van de buikwand. Uitrekking kan optreden in de loop van het leven, bijvoorbeeld door toename in lichaamsgewicht, persen, veel hoesten, vaak zwaar tillen. Het is mogelijk dat de uitstulping van het buikvlies - de breukzak genoemd - een gedeelte van de buikinhoud bevat. Bij verhoging van de druk in de buik (zoals bij staan, bij persen of hoesten) kan er meer buikinhoud in de uitstulping (de breukzak) komen. De breuk wordt dan groter.
Het gevaar van een breuk schuilt in de mogelijkheid van beklemming van de breukinhoud bij een relatief nauwe breukpoort. Alleen op zuigelingenleeftijd kan nog een spontaan herstel van de zwakke plek in de buikwand optreden, daarna is het niet meer te verwachten. Bij klachten is operatie dan ook meestal nodig. Een operatie kan via een snede (incisie) of via een zogenaamde kijkoperatie (laparoscopisch) worden gedaan. De chirurg bespreekt wat u uw geval het beste is. Meer informatie vindt u op de pagina ‘Kijkoperaties in de buik’.
De navelbreuk
Bij de navelbreuk wordt onderscheid gemaakt tussen de aangeboren navelbreuk en de op latere leeftijd ontstane navelbreuk.
De aangeboren navelbreuk
Bij de aangeboren navelbreuk treedt meestal spontaan herstel op binnen de eerste 6 levensjaren. Er is dan ook geen sprake van een ernstige aandoening. Beklemming van een navelbreuk op de kinderleeftijd is zeldzaam.
Hoe kan het behandeld worden?
Als na 6 jaar nog geen spontaan herstel is opgetreden, kan een operatie overwogen worden. Bij meisjes zal men hier eerder toe besluiten in verband met mogelijke problemen van de navelbreuk bij een latere zwangerschap. Bij een operatie is alleen het sluiten van de breukpoort voldoende. De ingreep gebeurt in dagbehandeling. Zie ook de pagina ‘Behandeling liesbreuk bij kinderen’.
De navelbreuk op latere leeftijd (vanaf ongeveer 12 jaar)
Deze breuk ontstaat als gevolg van verhoogde druk in de buikholte al dan niet gepaard met een zwakke plek in de buikwand. Dit kan zijn door bijvoorbeeld zwangerschappen, vetzucht, zwaar lichamelijk werk. Omdat de navel de dunste laag is van de buikwand kan daar onder deze omstandigheden een breuk ontstaan. De inhoud van de navelbreuk bestaat meestal uit vetweefsel, maar kan bij grotere breuken ook uit een deel van de darmen bestaan. Een navelbreuk hoeft geen klachten te geven. Als er beklemming optreedt zal pijn op de voorgrond staan. Als de inhoud bestaat uit vetweefsel zal dit geen levensbedreigende situatie geven, maar als er darm in de breuk bekneld raakt is dit wel het geval.
Hoe kan het behandeld worden?
Als er geen klachten zijn, hoeft er niet perse geopereerd te worden. Bij herhaaldelijke pijnklachten of steeds terugkerende beklemming is opereren wel aan te bevelen. De uit te voeren operatie is afhankelijk van de grootte van de breuk. Een kleine breuk kan behandeld worden door sluiten van de breukpoort. Deze ingreep kan vaak in dagbehandeling gebeuren. Als de breuk wat groter is, wordt tegenwoordig steeds meer gebruik gemaakt van kunststofmateriaal om de buikwand te verstevigen. Er is dan vaker een opname nodig,
De bovenbuiksbreuk (hernia epigastrica)
Boven de navel komen ook breuken voor die berusten op een zwakke plek in de buikwand. Het verschil met de 'gewone' breuk is, dat bij deze breuk meestal geen buikinhoud naar buiten puilt, maar alleen vetweefsel. De breuk komt nogal eens op meerdere plaatsen voor en wordt vaker gezien bij mannen. Meestal geeft deze breuk geen klachten, maar een enkele keer kan er pijn optreden. Omdat meestal alleen vetweefsel aanwezig is, zal een eventuele beklemming geen ernstige gevolgen hebben.
Hoe kan het behandeld worden?
Als er klachten zijn, kan een operatie uitkomst bieden. Hierbij wordt het defect in de buikwand gesloten. Bij de operatie wordt ook gelet op het voorkomen van meerdere van dergelijke breuken, die dan gelijktijdig verholpen kunnen worden. Dit kan dus betekenen dat het litteken langer wordt dan u had verwacht.
Mogelijke complicaties
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij dit soort operaties de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking.
Bij een wondgenezingsstoornis of een wondinfectie kan uiteindelijk opnieuw een breuk (een recidief breuk) ontstaan.
Als een operatie in de buik heeft plaats gevonden, blijft er een litteken over. Als hier een zwakke plek in ontstaat met uitpuilen van buikinhoud als gevolg, is er sprake van een littekenbreuk (zie de pagina Littekenbreuk).
Op zich hoeft een littekenbreuk geen klachten te geven. Eventuele klachten zijn mede afhankelijk van de grootte van de breuk. Beklemming kan soms optreden. Bij een grote breuk en sterk uitpuilen ervan kunnen rugklachten optreden.
Voorbereiding voor de operatie
Spreekuur anesthesioloog
De operatie vindt onder volledige narcose plaats. Hierover kunt u meer lezen op de CWZ-pagina “Verdoving (anesthesie) bij volwassenen”.
Voor de operatie en de anesthesie zijn enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd. Daarom gaat u naar het spreekuur van de anesthesioloog.
De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt.
De anesthesioloog spreekt ook overige voorbereidingen met u af zoals medicijngebruik (bloedverdunners) en nuchter zijn voor de operatie.
U bezoekt ook het verpleegkundig spreekuur heelkunde.
De operatiedag
Meestal wordt de ingreep in dagbehandeling uitgevoerd, soms is een opname van enkele dagen in het ziekenhuis verstandiger.
Enkele uren tot maximaal 1 dag (dagbehandeling)
Enkele dagen
Op de pagina ‘afdeling C52 (dagbehandeling)’ of de pagina ‘EOA (Electieve Operatie Afdeling)’ kunt u meer over de opname lezen.
Volgens de afspraken met de anesthesioloog op het anesthesiespreekuur bent u eventueel gestopt met (bloedverdunnende) geneesmiddelen. Zie voor informatie de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.
Als u op de dag van de ingreep weer naar huis mag, kunt u niet zelf deelnemen aan het verkeer. Regel van tevoren vervoer naar huis en vraag, als dit mogelijk is, een familielid of naaste u te begeleiden. Het is vaak raadzaam om gedurende de eerste 24 uur na de behandeling thuis iemand in de buurt te hebben die u kan helpen als dat nodig is. Ook dient er een contactpersoon bereikbaar te zijn gedurende de tijd dat u in het ziekenhuis bent.
U meldt zich op het afgesproken tijdstip op Meldpunt 2C.
Wanneer u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden dragen. Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd.
Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Daar krijgt u een infuus. U gaat daarna naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel. Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten.
Na de operatie
Na de operatie ontwaakt u op de verkoever- of uitslaapkamer. Als u goed wakker bent, gaat u in principe terug naar de verpleegafdeling. Daar controleert de verpleegkundige regelmatig de bloeddruk, het hartritme, de urineproductie en de wond.
Na de operatie krijgt u volgens een vast protocol pijnstillers. Het kan zijn dat u toch pijn blijft houden. U kunt dit aangeven bij de verpleegkundige. Zie hiervoor ook ‘Pijnmeting’ in de pagina ‘Anesthesie’. De verpleegkundige zal u, in overleg met de zaalarts, betere pijnstillers geven.
Na de operatie zal het operatiegebied pijnlijk zijn. Korte tijd na de operatie is het vaak raadzaam het wondgebied wat te ondersteunen met uw hand, met name bij drukverhoging (hoesten, persen).
Bij ontslag krijgt u uitleg over de nazorg en eventueel een afspraak voor de poliklinische controle.
Uw huisarts krijgt automatisch bericht van de uitgevoerde operatie.
Meestal wordt gebruik gemaakt van oplosbare hechtingen, die niet verwijderd hoeven te worden. Als hechtingen moeten worden verwijderd vertelt de verpleegkundige u wanneer (na ongeveer 2 weken) u dit door de huisarts laat doen.
Adviezen voor thuis
Afhankelijk van de operatiemethode, de grootte van de ingreep en persoonlijke factoren zult u na ontslag uit het ziekenhuis nog enige tijd hinder kunnen ondervinden van het operatiegebied. Ook het hervatten van uw dagelijkse activiteiten zullen daarvan afhankelijk zijn.
Pijnbestrijding
Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor de genezing. Gebruik bij pijn de voorgeschreven medicijn(en) die u op recept mee naar huis heeft gekregen. Zodra u minder pijn heeft, kunt u medicijnen tegen de pijn afbouwen. Dit is tenzij uw arts iets anders met u heeft besproken
Wondverzorging
Een kleine operatiewond sluit in principe binnen 24 uur. Eventuele pleisters mogen na 48 uur verwijderd worden. Als de wond droog is, kunt u beter geen nieuwe pleister plakken. Dit bevordert de wondgenezing. Mocht de kleding irritatie aan de wond geven, dan kunt u uiteraard wel een pleister op de wond plakken. De wond is goed genezen als de wond helemaal dicht is. Het duurt ongeveer twee weken totdat er een stevig litteken gevormd is in de buik. Wanneer u littekencrème wil toepassen, mag dit pas toegepast worden als alle korstjes van de wond verdwenen zijn. De hechtingen die u heeft zijn oplosbaar, tenzij u anders gehoord heeft van uw arts of verpleegkundige.
Wanneer contact opnemen?
Binnen 48 uur wanneer u de situatie niet vertrouwd, rechtstreeks met afdeling B14, bijvoorbeeld bij:
Koorts hoger dan 38.5 graden en/of als er pus uit de wond komt;
Toenemende pijn in het algemeen;
Aanhoudende misselijkheid/braken waardoor u niet of nauwelijks kunt eten en/of drinken;
Aanhoudende diarree (meer dan 5 keer per 24 uur).
Contactgegevens afdeling B14
Telefoon 024 365 77 60
Het liefst bellen tussen 10.00 en 14.00 uur.
De verpleegkundige overlegt zo nodig met de dienstdoende arts.
Bij wie kan ik terecht na deze 48 uur?
Na deze 48 uur kunt u tot 14 dagen na opname (met klachten die niet kunnen wachten tot de poliklinische afspraak) contact opnemen met:
Binnen kantooruren: polikliniek chirurgie B58, telefoon 024 365 82 60.
Buiten kantooruren (alleen bij klachten die niet kunnen wachten): Afdeling B14, telefoon 024 365 77 60.
Werkhervatting
Vraagt u zich af of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk? Overleg dan met uw bedrijfsarts. Zo wordt duidelijk of u (tijdelijk) beperkingen heeft en zo ja, welke. De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van uw aandoening of behandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandigheden-spreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt.
Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor eventueel overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts.
Tips bij de hervatting van diverse activiteiten?
Gouden regel is dat u geleidelijk aan weer van alles mag gaan doen en uitproberen, zolang dit geen aanhoudende toename van klachten geeft.
Wissel de eerste dagen rust en activiteit steeds af, waarbij u geleidelijk aan steeds actiever wordt en minder hoeft te rusten.
In het algemeen kunt u zes weken na de operatie alle activiteiten weer doen die u voor de operatie ook kon.
Wandelen
Lopen is goed om uw conditie weer wat te verbeteren en u mag dit doen naar kunnen.
Wissel de eerste dagen lopen en rusten goed af. En onthoud: (spier)pijn mag, mits dit na een nachtrust weer verminderd is.
Tillen
Beperk de eerste 6 weken zowel vaak als zwaar tillen. Bouw dit langzaam op. Na een week kunt u normale (lichte) huishoudelijke activiteiten meestal weer gewoon doen.
Fietsen
Zodra u zich probleemloos kunt bewegen, mag u het fietsen, mits u dat tevoren ook deed, weer gaan uitproberen.
Autorijden
Als u zich probleemloos kunt bewegen, kunt u ook weer gaan autorijden.
Sporten
Wanneer de dagelijkse dingen en wandelen weer probleemloos gaan, kunt u, als u dat gewend was, na een week weer rustig beginnen met sporten. Begin met ontspannen bewegen en bouw dit uit naar het niveau van voor de operatie.
Seks
Vrijen hoeft geen probleem te zijn mits u hierbij de gouden regel in acht neemt. Dus dat u geleidelijk aan weer van alles mag gaan doen en uitproberen, zolang dit geen aanhoudende toename van klachten geeft.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of de verpleegkundige.
Verhindering
Bent u op de dag van de behandeling onverhoopt verhinderd, laat dit dan zo snel mogelijk weten. Bel naar de afdeling opname- en patiëntenplanning, tijdens kantooruren bereikbaar op telefoonnummer (024) 365 71 30.
Kunt u niet komen naar een afspraak op de polikliniek of voor een onderzoek? Bel dan zo spoedig mogelijk de betreffende afdeling.
Contact
- Chirurgie
G480-NLaatst bijgewerkt op 11 januari 2026

