Borstvorming bij de man - Gynaecomastie

Behandeling

Inleiding

Deze pagina geeft u informatie over borstvorming bij de man (gynaecomastie) en de behandelingsmogelijkheden.

Hoe ontstaat gynaecomastie?

Bij de geboorte hebben zowel meisjes als jongens kleine klierschijven achter de tepel. In de kindertijd verdwijnen deze klierschijven bij jongens weer. Bij meisjes zullen in de puberteit onder invloed van hormonen borsten ontstaan.
In de pubertijd kunnen ook bij jongens de borstklieren opzwellen, dit kan aan 1 of 2 kanten gebeuren. Deze zwelling is meestal van korte duur maar in een enkel geval kan dit een paar jaar duren.

  • Het is normaal dat dit bij baby’s en in de pubertijd zwelling van de borstklier voorkomt en daarna weer verdwijnt. Het is ook normaal dat vanaf middelbare leeftijd de borstklier bij de man weer kan gaan opzwellen. Dit noemen we fysiologische gynaecomastie.

  • Andere factoren kunnen ook een rol spelen bij het ontstaan van gynaecomastie. Dit noemen we niet fysiologisch gynaecomastie. Deze factoren zijn:

    • Een bijwerking van bepaalde medicijnen;

    • Een reactie op stofwisselingsveranderingen bij een lever- of nierziekte;

    • Een verandering in de productie van hormonen (te geringe productie door de zaadbal of bij stress);

    • Het slikken van hormonen;

    • Hormoonproducerende gezwellen aan de zaadballen of de luchtwegen;

    • Borstkanker

  • Als de borst of borsten gezwollen zijn door vetweefsel maar niet door zwelling van de borstklier dan noemen we dit pseudo gynaecomastie.

  • Meestal wordt voor gynaecomastie geen echte oorzaak gevonden.

Onderzoek en diagnose

Gynaecomastie bij baby’s en in de puberteit zal door de plastisch chirurg onderzocht worden door middel van een lichamelijk onderzoek.

Soms wordt aanvullend onderzoek gedaan zoals:

  • Bloedafname om bepaalde stoffen in het bloed te onderzoeken.

  • Er kan een echo worden gemaakt van de borstklier, van de zaadballen of van de lever.

  • Soms wordt er een röntgenfoto gemaakt van de borstklier of de longen.

  • Bij het vermoeden van een kwaadaardige aandoening kan een celonderzoek worden ingezet. Er wordt dan met een naaldje in het weefsel geprikt om cellen te verkrijgen (punctie).

De behandelingsmogelijkheden

Bij gynaecomastie wordt meestal een aantal maanden gewacht met behandelen omdat het vanzelf weer kan verdwijnen. Als de gynaecomastie het gevolg is van medicijngebruik wordt bekeken of u kunt stoppen met het medicijn of een ander medicijn kunt gebruiken. Wanneer de oorzaak niet duidelijk is, kan afhankelijk van de omstandigheden en de klachten worden besloten tot een operatie.

Voorbereiding operatie

Als u samen met uw plastisch chirurg heeft besloten tot een operatie worden een aantal zaken voor u afgesproken.

Roken
Roken zorgt voor een slechte wondgenezing, daarom moet u vanaf 6 weken vóór tot en met 6 weken ná de operatie stoppen met roken.

Scheren
Tot 5 dagen vóór de operatie mag u uw oksels scheren, daarna niet meer.

Verzekering
De aanvraag voor de operatie bij uw zorgverzekeraar wordt gedaan door de secretaresse van de plastisch chirurg. Over verdere vergoedingen kunt u contact opnemen met uw zorgverzekeraar.

Medisch fotograaf
De medisch fotograaf of de plastisch chirurg zal foto’s maken van uw borsten vóór de operatie. Eventueel worden er een aantal maanden na de operatie weer foto’s gemaakt.

Verdoving (anesthesie)
Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd. Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk. De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt. Daarom heeft de polikliniekassistente een afspraak voor u op het spreekuur van de anesthesioloog gemaakt. Deze verdoving kan bij gynaecomastie alleen via algehele verdoving, dat wil zeggen dat u slaapt. U zult tijdens de operatie geen pijn voelen. Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen.’
Gebruikt u medicijnen? Deze graag in originele verpakking meenemen.

Bloedverdunners/medicijnen

  • Gebruikt u antistollingsmedicijnen (bloed verdunnende medicijnen) of bent u onder controle van de trombosedienst? Meld dit dan aan uw behandelend arts in CWZ.
    Denk bij antistollingsmedicijnen aan bijvoorbeeld acenocoumarol, fenprocoumon (Marcoumar®), aspirine, ascal, carbasalaat calcium, dipyridamol, Persantin®, Asasantin®, Duoplavin®, clopidogrel (Plavix®, Grepid®), ticagrelor (Brilique®), apixaban (Eliquis®), dabigatran (Pradaxa®), edoxaban (Lixiana®), rivarixaban (Xarelto®), enoxaparine (Clexane®), nadroparine (Fraxiparine®, Fraxodi®).

  • Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem dan altijd uw doseerkaart mee naar het ziekenhuis.

  • Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze antistollingsmedicijnen. Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet te stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.

  • Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen meld dit dan aan de arts, de verpleegkundige of assistent van assistente van de polikliniek.

  • Meld ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.

  • Meld ook of u preventief antibiotica nodig heeft.

  • Overige medicijnen mag u gewoon innemen

Wat moet ik meenemen?
Tijdens uw opname heeft u nodig:

  • Borstband (wordt tijdens uw poli bezoek geregeld)

  • Ondergoed en nachtkleding (eventueel met voorsluiting)

  • Kamerjas, pantoffels

  • Toiletartikelen

  • Lectuur en dergelijke

  • Laat waardevolle spullen (zoals bankpas en sieraden) thuis

De dag van de operatie

U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de afdeling die u van de opname heeft doorgekregen.

Niet eten en beperkt drinken (nuchter zijn)
Op de dag van de operatie moet u nuchter zijn. Hierover heeft de anesthesioloog op het spreekuur afspraken met u gemaakt. Meer hierover kunt u lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.

Pijnstilling
Voor de operatie start u met de pijnmedicijnen. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat de pijnmedicijnen na de operatie meer effect heeft. Meer hierover vindt u op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’ onder het kopje ‘pijnmeting’.

De operatie
De plastisch chirurg zal het klierweefsel onder de tepel verwijderen. Via een litteken op de rand van de tepelhof. Dit weefsel wordt vervolgens in het laboratorium onderzocht.

De operatie duurt ongeveer 60 minuten en er wordt vaak ook gebruik gemaakt van liposuctie en eventueel huidreductie. Na de operatie krijgt u een borstband om, deze moet u de aankomende 2 weken dag en nacht dragen.

Weer thuis

Na de operatie kan door zwelling een sterke spanning in de weefsels ontstaan. Volg daarom onderstaande adviezen goed op:

  • Na de operatie krijgt u strak verband om.

  • De volgende dag draagt u zoals afgesproken een borstband of strak hemd, deze moet u de aankomende 2 weken, 24 uur per dag dragen.

  • Na 24 uur (nadat eventuele drains eruit zijn) mag u weer douchen.

  • De hechtpleisters laat u zitten tot de eerste controle op de poli.

  • Ongeveer 2 weken na de operatie worden op de poli de knoopjes van de oplosbare hechtingen verwijderd. U krijgt hiervoor een afspraak.

  • Na het douchen goed droog deppen.

De eerst 2 weken na de operatie mag u niet:

  • zwaar tillen

  • vooroverbuigen

  • rek/strek/duwbewegingen maken

  • sporten

  • op de buik liggen

  • zwemmen of in bad, douchen mag wel

  • fietsen

  • autorijden

Na ongeveer 2 weken kunt u uw dagelijkse werkzaamheden langzaam weer oppakken.

Pijnbestrijding
Als pijnstillers nodig zijn, is paracetamol (500mg) vaak voldoende.
Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Als het nodig is kunt u de eerste dagen de pijn met pijnstillers onderdrukken en dit langzaam afbouwen.
Dit doet u als volgt:

  • De eerste 2 dagen neemt u 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.

  • Dan 2 dagen 4 keer per dag - om de 6 uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg.

  • Daarna stopt u en gebruikt u alleen zo nodig bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 maal daags).

Pijn kan ook een signaal zijn dat u niet genoeg rust neemt.

De arbodienst
U kunt met uw plastisch chirurg overleggen welke consequenties de operatie voor de uitoefening van uw werk heeft. De plastisch chirurg kan wanneer nodig informatie uitwisselen met uw bedrijfsarts. De bedrijfsarts moet hiervoor een schriftelijk verzoek indienen. Zo wordt duidelijk of u (tijdelijk) beperkingen heeft en zo ja, welke. Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts. Uiteindelijk zal de bedrijfsarts uw terugkeer naar het werk begeleiden. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van de operatie en nabehandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de operatie informeert.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding of wondinfectie.
Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk. Omdat er onder de tepel weefsel wordt verwijderd, kan de tepel na de operatie intrekken. De doorbloeding van de tepel kan in het gedrang komen en er kan littekenvorming rond de tepel optreden. Bij een huidreductie zijn er meer littekens en kunnen de eerste maanden littekens rood en breder zijn. Soms zijn de littekens blijvend rood, breed en pijnlijk (hypertrofisch)

Wanneer contact opnemen met het ziekenhuis?

  • Als de wond open gaat staan.

  • Als u ontstekingsverschijnselen (roodheid, toenemende zwelling en toenemende pijn, een kloppengevoel eventueel met een temperatuur hoger dan 38 graden) krijgt.

  • Bij hevige pijnklachten die niet verdwijnen als u pijnstillers gebruikt.

Neem dan contact op met de polikliniek plastische chirurgie, telefoonnummer (024) 365 82 35 tijdens kantooruren.
Ook kunt u ’s avonds, ’s nachts of in het weekend contact opnemen met de spoedeisende hulp (SEH) van CWZ (024) 365 83 22.

Verhindering

Bent u op de dag van de behandeling onverhoopt verhinderd, laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de afdeling opname tijdens kantooruren bereikbaar op telefoonnummer (024) 365 76 87.

G686Laatst bijgewerkt op 10 februari 2026

Inhoudsopgave