Inleiding
Veel vrouwen hebben een probleem met te zware en/of hangende borsten. Door het gewicht van de borsten kan pijn in de schouders, de rug en de hals ontstaan en snoeren bh-bandjes diep in de huid van de schouders. De borsten kunnen gevoelig of pijnlijk zijn en zelfs irritatie van de huid onder de borsten veroorzaken. Zware borsten zitten bovendien in de weg tijdens het sporten.
Deze pagina geeft u informatie over wat de plastisch chirurg in CWZ met u heeft besproken, zodat u na het gesprek alles nog eens rustig kunt lezen en zich kunt voorbereiden op de opname. Er staat informatie in waar u ook tijdens uw opname wat aan heeft. Bovendien bevat deze pagina adviezen voor als u weer thuis bent.
Wat houdt een borstverkleining in?
Natuurlijk zal er bij deze operatie, voor zover mogelijk, rekening worden gehouden met de gewenste cupmaat. Ook de plastisch chirurg zal, vanuit zijn of haar visie en ervaring, een idee hebben over de meest geschikte grootte. Er wordt geen garantie gegeven dat de operatie tot de gewenste cupmaat zal leiden. De basisbreedte van de borst blijft gelijk en bepaalt mede de uiteindelijke cupmaat.
Een borstverkleining duurt gemiddeld 2 uur, vindt plaats onder algehele verdoving (anesthesie) en is in dagbehandeling. Er bestaan diverse operatietechnieken voor een borstverkleining. Uw plastisch chirurg zal u tijdens het consult informeren over welke techniek hij of zij gebruikt.
Door de operatie wordt een deel van het borstklierweefsel verwijderd met huid, er wordt een nieuw kleiner model borst gevormd en tevens zal de tepelhof verkleind en verplaatst worden. Het verwijderde weefsel wordt voor onderzoek opgestuurd, om eventuele afwijkingen in het verwijderde klierweefsel op te sporen. Mocht dit bijzonderheden opleveren dan hoort u dat van uw plastisch chirurg tijdens de controle op de polikliniek.
Littekens
Afhankelijk van de techniek kunnen littekens verschillen. Uw plastisch chirurg zal u hierover uitleg geven.
Symmetrie
Het is niet altijd mogelijk om de borsten symmetrisch te maken en ook de vorm en de gevoeligheid van de tepels kunnen anders zijn dan u had verwacht.
Borstvoeding
Door de verplaatsing van de tepelhof moet de plastisch chirurg uitvoergangen van de melkklieren en zenuwen doorsnijden. Hierdoor kunt u meestal na de operatie geen borstvoeding meer geven.
Blijvend resultaat
U moet realiseren dat na een borstverkleining de borsten ook weer zwaarder kunnen worden door zwangerschap, pilgebruik, gewichtstoename of ten gevolge van de overgang.
Voorbereiding operatie
Als u samen met uw plastisch chirurg heeft besloten tot een operatie worden een aantal zaken voor u afgesproken.
Roken
Roken zorgt voor een slechte wondgenezing, daarom moet u vanaf 6 weken vóór tot en met 6 weken ná de operatie stoppen met roken.
Verzekering
De aanvraag voor de operatie bij uw zorgverzekeraar wordt gedaan door de secretaresse van de plastisch chirurg. Voor de aanvraag is het noodzakelijk dat uw Body Mass Index (BMI) kleiner is dan 30. Voor meer informatie over verdere vergoedingen kunt u contact opnemen met uw zorgverzekeraar.
Medisch fotograaf
De medisch fotograaf zal foto’s maken van uw borsten voor de operatie. Eventueel worden er een aantal maanden na de operatie weer foto’s gemaakt.
Gewichtsafname
Als u nog wat te zwaar bent en nog verder wilt afvallen is het beter dit voor de operatie te doen. Als u na de operatie (verder) afvalt dan zullen de borsten verslappen. Bent u op uw streefgewicht, maak dan een afspraak met de plastisch chirurg.
Scheren
Tot 5 dagen vóór de operatie mag u uw oksels scheren, daarna niet meer.
Verdoving (anesthesie)
Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd.
Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk. De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt. Daarom heeft de polikliniekassistente een afspraak voor u op het spreekuur van de anesthesioloog gemaakt.
Deze verdoving kan bij de borstverkleining alleen via algehele verdoving, dat wil zeggen dat u slaapt. U zult tijdens de operatie geen pijn voelen. Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. Gebruikt u medicijnen; deze graag in originele verpakking meenemen.
Voorbereidingen thuis
Bloedverdunners/medicijnen
Gebruikt u antistollingsmedicijnen (bloedverdunnende medicijnen) of bent u onder controle van de trombosedienst? Meld dit dan aan uw behandelend arts in CWZ. Denk bij antistollingsmedicijnen (bloedverdunnende medicijnen) aan bijvoorbeeld acenocoumarol, fenprocoumon (Marcoumar®), aspirine, ascal, carbasalaat calcium,dipyridamol, Persantin®, Asasantin®, Duoplavin®, clopidogrel (Plavix®, Grepid®), ticagrelor (Brilique®), apixaban (Eliquis®), dabigatran (Pradaxa®), edoxaban (Lixiana®), rivarixaban (Xarelto®).
Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem dan altijd uw doseerkaart mee naar het ziekenhuis.
Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze antistollingsmedicijnen (bloedverdunnende medicijnen). Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de operatie met het innemen moet stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.
Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen meld dit dan aan de arts, de verpleegkundige of assistente van de polikliniek.
Meld ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.
Meld ook of u preventief antibiotica nodig heeft.
Overige medicijnen mag u gewoon innemen
Wat moet u meenemen?
Tijdens uw opname heeft u nodig:
een stevige sport BH; (2 bh’s in 2 verschillende maten)
ondergoed en nachtkleding (eventueel nachtkleding met een voorsluiting);
kamerjas/pantoffels;
toiletartikelen;
lectuur en dergelijke;
Laat waardevolle spullen (zoals bankpas en sieraden) thuis.
De dag van de operatie
U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de afdeling die u van de opname heeft doorgekregen. Op de afdeling krijgt u een kort gesprek met de verpleegkundige. Als u vragen heeft kan de verpleegkundige deze beantwoorden. Uw partner/begeleider kan bij dit gesprek aanwezig zijn, als u dat prettig vindt.
Niet eten en beperkt drinken (nuchter zijn)
Op de dag van de operatie moet u nuchter zijn. Hierover heeft de anesthesioloog op het spreekuur afspraken met u gemaakt. Meer hierover kunt u lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.
Aftekenen van de borsten
Voor de operatie worden uw borsten door de plastisch chirurg afgetekend. Dit gebeurt in principe op de verkoeverkamer. Het kan ook zijn dat dit op de verpleegafdeling wordt gedaan. Dit is afhankelijk van het operatieprogramma.
Pijnstilling
Voor de operatie start u met de pijnmedicatie. De pijnmedicatie wordt op de verpleegafdeling aan u gegeven. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft. Meer hierover vindt u op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’ onder het kopje ‘Pijnmeting’.
De operatie
Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u deze medicatie voor de ingreep inneemt.
Ook is het belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.
U mag tijdens de operatie geen sieraden dragen.
Op de afdeling krijgt u een operatiejasje aangetrokken.
Bovengenoemde maatregelen zijn er om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en daardoor infecties te voorkomen.
Een kwartier voor de ingreep wordt u naar de verkoeverkamer gebracht, hier worden u nog wat vragen gesteld waarna u naar de operatiekamer wordt gereden.
Direct na de operatie
Na de ingreep blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent en tot alle controles (onder andere bloeddruk, polsslag, ademhaling en pijn) goed zijn.
Een verpleegkundige haalt u weer op. Op de verpleegafdeling belt de verpleegkundige uw contactpersoon/begeleider.
De verpleegkundigen controleren regelmatig de pols, bloeddruk en de doorbloeding van de tepelhof.
Na de operatie kunt u pijn hebben en misselijk zijn. Met behulp van een speciale pijnbestrijdingsmethode wordt de pijn zoveel mogelijk verlicht, zodat u sneller van de operatie herstelt. Tegen de misselijkheid krijgt u eventueel medicijnen.
De wond
Na de operatie zijn de borsten verbonden met gazen en elastisch verband.
Ook kunnen er één of meerdere slangetjes (drains) zitten in het wondgebied. Deze zijn verbonden aan flesjes om overtollig wondvocht en/of bloed uit de operatiewond op te vangen. De verpleegkundige controleert regelmatig de wonden.
Met ontslag
Als alles goed gaat, mag u dezelfde dag naar huis. Als tijdens de operatie drains zijn geplaatst, gaat u waarschijnlijk met deze naar huis. De verpleegkundige neemt nog enkele praktische zaken met u door zoals bijvoorbeeld de leefregels. Zo nodig krijgt u een recept voor verbandmateriaal en of medicijnen. De drains worden verwijderd zodra deze minder dan 30cc in 24 uur hebben geproduceerd. 2 weken na de ingreep worden op de poli de knoopjes van de hechtingen verwijderd.
Weer thuis
Na de operatie kan door zwelling een sterke spanning in de weefsels ontstaan. Het duurt soms wel 4 tot 6 maanden voordat de borsten hun definitieve vorm hebben gekregen. Het is dus raadzaam om onderstaande adviezen op te volgen. Hoe meer rust u de operatiewond geeft, hoe mooier het litteken geneest.
De eerste 6 weken na de operatie mag u niet:
zwaar tillen;
rek/strek/duwbewegingen maken;
vooroverbuigen;
geen bewegingen maken waarbij veel kracht gebruikt moet worden zoals zwaar huishoudelijk werk of beroepsmatig zwaar lichamelijk werk;
sporten;
op uw buik of op de zij liggen;
in de zon of onder de zonnebank liggen. Daarna een half jaar de littekens met beschermingsfactor 30+ insmeren of bedekken met badpak of bikini;
in bad of zwemmen (douchen mag wel).
4 weken na de operatie mag u weer:
fietsen
autorijden
Pijnbestrijding
Als pijnstillers nodig zijn, is paracetamol (500 mg) vaak voldoende. Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Als het nodig is kunt u de eerste dagen de pijn met pijnstillers onderdrukken en dit langzaam afbouwen. Dit doet u als volgt.
De eerste 2 dagen neemt u 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.
Dan 2 dagen 4 keer per dag - om de 6 uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg.
Daarna stopt u en gebruikt u alleen zonodig bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 keer per dag).
Pijn kan ook een signaal zijn dat u te actief bent als teken van een ontsteking. Houdt u dus hierboven beschreven adviezen goed in acht en controleer de wond op ontstekingsverschijnselen zoals toenemende zwelling, roodheid of wijken van de wond.
Douchen
Douchen mag 24 uur ná de operatie (alleen als de drains verwijderd zijn). Na het douchen de wondjes droogdeppen.
U mag de eerste 6 weken niet baden en zwemmen.
Droog houden van de wond bevordert een goede wondgenezing.
BH
Draag gedurende 6 weken na de ingreep dag en nacht een stevige sport BH.
Littekenzalf
Wilt u littekenzalf gebruiken om de littekens sneller soepel te maken, dan mag dit alleen op een volledig genezen wond worden aangebracht.
De arbodienst
U kunt met uw plastisch chirurg overleggen welke consequenties de operatie voor de uitoefening van uw werk heeft. De plastisch chirurg kan wanneer nodig informatie uitwisselen met uw bedrijfsarts. De bedrijfsarts moet hiervoor een schriftelijk verzoek indienen. Zo wordt duidelijk of u (tijdelijk) beperkingen heeft en zo ja, welke. Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts. Uiteindelijk zal de bedrijfsarts uw terugkeer naar het werk begeleiden. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van de operatie en nabehandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de operatie informeert. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeids- omstandighedenspreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt. Bij de arbodienst kan men u vertellen hoe u dit spreekuur kunt bezoeken.
Mogelijke complicaties
Een borstverkleining heeft dezelfde risico’s als elk andere operatie. Een wond kan nabloeden of er kan een infectie optreden. Ook kan de wond iets opengaan, met name net onder de tepel en midden onder de borst in de plooi. In zeldzame gevallen is de bloedcirculatie in de wondranden onvoldoende en kan een deel van het borstweefsel afsterven. Zo kan de tepelhof ook gedeeltelijk of volledig afsterven. Dit risico bestaat vooral bij rokers. Na de operatie kan het gevoel in de tepels verminderd of zelfs geheel verdwenen zijn. Vaak komt het gevoel terug, maar niet altijd volledig. De nieuwe vorm van de borst wordt gemaakt door inwendige verplaatsing van vet en borstklierweefsel. In een enkel geval kunnen onderhuidse verdikkingen ontstaan die aanleiding geven tot pijnklachten en eventueel operatief verwijderd moeten worden.
Wanneer contact opnemen met het ziekenhuis?
Gaat de wond openstaan (wijken)?
Krijgt u ontstekingsverschijnselen (roodheid, toenemende zwelling en toenemende pijn, een kloppend gevoel of koorts)?
Neem dan tijdens kantoortijden contact op met de polikliniek plastische chirurgie, telefoonnummer (024) 365 82 35. U kunt ook ’s avonds, ‘s nachts of in het weekend contact opnemen met de spoedeisende hulp (SEH) van CWZ, telefoonnummer (024) 365 83 22.
Verhindering
Kunt u op de dag van opname voor de operatie niet komen? Laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de afdeling opname, telefoonnummer (024) 365 76 87.
Contact
- Plastische chirurgie
G305-BLaatst bijgewerkt op 10 februari 2026

