Borstvergroting

Behandeling

Inleiding

Het is niet eenvoudig aan te geven welke vrouwen voor een borstvergrotende operatie kiezen. De wens naar grotere of stevigere borsten leeft echter bij velen: jaarlijks worden in Nederland en België meer dan 5000 borstvergrotende operaties uitgevoerd. De borsten kunnen al sinds de pubertijd klein of onderontwikkeld zijn. Soms neemt het volume van de borsten af na een zwangerschap of zijn de borsten slapper en kleiner geworden na een vermagerings-dieet. Er zijn geen duidelijke leeftijdsgrenzen voor een borstvergrotende operatie, maar de ingreep zal niet snel worden uitgevoerd vóór het achtiende levensjaar. Het is belangrijk dat u de borstvergrotende operatie zelf wilt. Het moet geen wens zijn van mensen in uw omgeving, bijvoorbeeld uw partner. Een borstvergrotende operatie biedt over het algemeen geen oplossing voor sociale of seksuele problemen.

Voorbereiding operatie

Als u samen met uw arts heeft besloten tot een operatie worden een aantal zaken voor u afgesproken.

Roken
Roken zorgt voor een slechte wondgenezing, daarom moet u vanaf 6 weken vóór tot en met 6 weken ná de operatie stoppen met roken.

Verzekering
Over het algemeen worden borstvergrotende operaties niet vergoed door de zorgverzekeraar. Heeft u vragen over verdere vergoedingen dan kunt u contact opnemen met u zorgverzekeraar.

Medische fotograaf
De medische fotograaf zal foto’s maken van uw borsten voor de operatie. Een aantal maanden na de operatie worden weer foto’s gemaakt.

Scheren
Tot 5 dagen voor de operatie mag u uw oksels scheren; daarna niet meer.

Anesthesie (verdoving)
Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk. Dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd. Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk. De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt. Daarom krijgt u een afspraak op het spreekuur van de anesthesioloog. Bij de borstvergroting kan de verdoving alleen via algehele narcose, dat wil zeggen dat u slaapt. U zult tijdens de operatie geen pijn voelen. Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. Gebruikt u medicijnen deze graag in originele verpakking meenemen.

Bloedverdunners/medicijnen

  • Gebruikt u antistollingsmedicijnen (bloed verdunnende medicijnen) of bent u onder controle van de trombosedienst? Meld dit dan aan uw behandelend arts in CWZ.

  • Denk bij antistollingsmedicijnen (bloed verdunnende medicijnen) aan bijvoorbeeld acenocoumarol, fenprocoumon (Marcoumar®), aspirine, ascal, carbasalaat calcium, dipyridamol, Persantin®, Asasantin®, Duoplavin®, clopidogrel (Plavix®, Grepid®), ticagrelor (Brilique®), apixaban (Eliquis®), dabigatran (Pradaxa®), edoxaban (Lixiana®), rivarixaban (Xarelto®).

  • Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem dan altijd uw doseerkaart mee naar het ziekenhuis.

  • Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze antistollingsmedicijnen (bloed verdunnende medicijnen).

  • Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet te stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.

  • Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen meld dit dan aan de arts, de verpleegkundige of assistent van assistente van de polikliniek.

  • Meld ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.

  • Meld ook of u preventief antibiotica nodig heeft.

  • Overige medicijnen mag u gewoon innemen

Wat moet u meenemen?
Tijdens uw opname heeft u nodig:

  • een stevige sport BH in de afgesproken maat;

  • ondergoed en nachtkleding (eventueel nachtkleding met een voorsluiting);

  • kamerjas/pantoffels;

  • toiletartikelen;

  • lectuur en dergelijke.

Waardevolle bezittingen
Het is raadzaam grotere geldbedragen, sieraden en andere kostbaarheden thuis te laten. De ervaring leert dat het gevaar van zoekraken en diefstal in een openbaar gebouw aanwezig is. Het ziekenhuis kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.

De dag van de operatie

U meld zich op de afgesproken tijdstip op de afdeling waar u wordt opgenomen.

Niet eten en beperkt drinken (nuchter zijn)
Op de dag van de operatie moet u nuchter zijn. Hierover heeft de anesthesioloog op het spreekuur afspraken met u gemaakt. Meer hierover kunt u lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.

Aftekenen van de borsten
Voor de operatie worden uw borsten door de plastisch chirurg afgetekend. Dit gebeurt in principe op de verkoeverkamer. Het kan ook zijn dat dit op de verpleegafdeling wordt gedaan. Dit is afhankelijk van het operatieprogramma.

Pijnstilling
Voor de operatie start u met de pijnmedicatie. De pijnmedicatie wordt op de verpleegafdeling aan u gegeven. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft. Meer hierover vindt u op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’ onder het kopje ‘Pijnmeting’.

De operatie

  • Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.

  • U mag tijdens de operatie geen sieraden dragen.

  • Op de afdeling krijgt u een operatiejasje aangetrokken.

  • Bovengenoemde maatregelen zijn er om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en daardoor infecties te voorkomen.

  • Een kwartier voor de ingreep wordt u naar de verkoeverkamer gebracht, hier worden u nog wat vragen gesteld waarna u naar de operatiekamer wordt gereden. Daar moet u overstappen op een smalle operatietafel.

  • De anesthesioloog geeft u de verdoving, die met u besproken is. Ook zal er voordat de operatie begint algemene of specifieke bewakingsapparatuur aangesloten worden, om lichaamsfuncties zoals bloeddruk, pols en ademhaling tijdens de operatie goed te kunnen observeren.

Direct na de operatie

  • Na de ingreep blijft u in de uitslaapkamer (verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent en tot alle controles (onder andere bloeddruk, polsslag, ademhaling en pijn) goed zijn.

  • Een verpleegkundige haalt u weer op. Op de verpleegafdeling belt de verpleegkundige uw contactpersoon/begeleider.

  • De verpleegkundigen controleren regelmatig de pols en bloeddruk.

  • Na de operatie kunt u pijn hebben en misselijk zijn. Met behulp van een speciale pijnbestrijdingsmethode wordt de pijn zoveel mogelijk verlicht, zodat u sneller van de operatie herstelt. Tegen de misselijkheid krijgt u eventueel medicijnen.

Infuus
Na de operatie heeft u een infuus voor vocht of om medicijnen toe te dienen. Deze wordt verwijderd als u zelf kunt eten en drinken.

De wond
Na de operatie zijn de borsten verbonden met pleisterverband. Deze worden één à twee weken na de ingreep op de polikliniek verwijderd.

Eten en drinken
Bij terugkomst van de operatiekamer mag u vrij snel beginnen met het drinken van water. Uitbreiding daarvan is afhankelijk van uw misselijkheidsklachten.

Met ontslag
De dienstdoende plastisch chirurg zal aan het eind van de operatiedag op de verpleegafdeling bij u langskomen om de operatie met u door te spreken tenzij dit anders met u is afgesproken. Als alles goed gaat mag u dezelfde dag naar huis. De verpleegkundige neemt nog enkele praktische zaken met u door zoals bijvoorbeeld de leefregels. Zonodig krijgt u een recept voor verbandmateriaal en of medicijnen. Twee weken na de ingreep worden op de poli de knoopjes van de hechtingen verwijderd en het verband verwisseld. Deze afspraak wordt voor u gemaakt.

Weer thuis

Na de operatie ontstaat een sterke spanning in de weefsels. Het is dus raadzaam om onderstaande adviezen op te volgen. Hoe meer rust u de operatiewond geeft, hoe mooier het litteken geneest.

De eerste 6 weken na de operatie mag u niet:

  • op uw buik- of zij liggen

  • zwaar tillen

  • vooroverbuigen

  • rek/strek/duwbewegingen maken

  • geen bewegingen maken waarbij veel kracht gebruikt moet worden zoals zwaar huishoudelijk werk of beroepsmatig zwaar lichamelijk werk

  • sporten

  • in de zon noch onder de zonnebank, daarna een half jaar met beschermingsfactor 30 of bedekt met badpak/bikini

  • in bad of zwemmen

4 weken na de operatie mag u weer:

  • fietsen

  • autorijden

Na de operatie mag u alleen op de rug liggen totdat de plastisch chirurg u toestemming geeft voor de zijligging.

Pijnbestrijding
Als pijnstillers nodig zijn, is paracetamol (500 mg) vaak voldoende. Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Als het nodig is kunt u de eerste dagen de pijn met pijnstillers onderdrukken en dit langzaam afbouwen. Dit doet u als volgt:

  • De eerste 2 dagen neemt u 4 x per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.

  • De volgende 2 dagen neemt u 4 x per dag - om de 6 uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg.

  • Daarna stopt u en gebruikt u alleen bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 x per dag).

Pijn kan ook een signaal zijn van wondinfectie. Houdt u zich dus aan de hierboven beschreven adviezen en controleer de wond op ontstekingsverschijnselen zoals toenemende zwelling, roodheid of wijken van de wond.

Douchen
U mag de eerste 24 uur niet douchen, de eerste 6 weken mag u niet in bad en niet zwemmen.
Droog houden van de wond bevordert een goede wondgenezing, dus kunt u beter ook geen afsluitende pleister op de wondjes gebruiken.

Hechtingen
Eventueel gebruikte hechtingen zijn oplosbaar. Mochten er nog hechtingen achterblijven dan worden deze op de polikliniek verwijderd.

BH
Draag gedurende 4 tot 6 weken na de ingreep dag en nacht een stevige sport BH.

Littekenzalf
Wilt u littekenzalf gebruiken om de littekens sneller soepel te maken, dan mag dit alleen op een volledig genezen wond worden aangebracht.

De arbodienst
U kunt met uw plastisch chirurg overleggen welke consequenties de operatie voor de uitoefening van uw werk heeft. De plastisch chirurg kan wanneer nodig informatie uitwisselen met uw bedrijfsarts. De bedrijfsarts moet hiervoor een schriftelijk verzoek indienen. Zo wordt duidelijk of u (tijdelijk) beperkingen heeft en zo ja, welke. Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts. Uiteindelijk zal de bedrijfsarts uw terugkeer naar het werk begeleiden. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van de operatie en nabehandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de operatie informeert. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt. Bij de arbodienst kan men u vertellen hoe u dit spreekuur kunt bezoeken.

Mogelijke complicaties

Een borstvergrotende operatie heeft dezelfde risico’s als elk andere operatie. Een wond kan nabloeden of er kan een infectie optreden. In zeldzame gevallen wordt een prothese uitgestoten. De littekens kunnen na de ingreep tijdelijk rood en dik worden. Een gestoorde wondgenezing kan bovendien een blijvend breed litteken veroorzaken. Het lichaam vormt om elke ingebrachte prothese een bindweefsellaagje. Dit word ook wel kapsel genoemd. Soms trekt het kapsel zich samen waardoor de borsten hard en onnatuurlijk aanvoelen of van vorm veranderen. Het is onmogelijk te voorspellen bij wie dit gebeurt. De kans op complicaties is dus wel aanwezig, maar is klein.

Wanneer contact opnemen met het ziekenhuis?

Is er sprake van een toenemend volume of zwelling van de borst, gaat de wond wijken of krijgt u ontstekingsverschijnselen (roodheid, toenemende pijn of een kloppend gevoel) neem dan contact op met de polikliniek plastische chirurgie, telefoonnummer (024) 365 82 35 tijdens kantoortijden. Ook kunt u ’s avonds, ‘s nachts of in het weekend contact opnemen met de spoedeisende hulp (SEH) van CWZ, telefoonnummer (024) 365 83 22.

Bericht van verhindering

Bent u op de dag van opname voor de operatie verhinderd, laat dit zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de afdeling opname 024 365 76 87.

G632Laatst bijgewerkt op 10 februari 2026

Inhoudsopgave