Blaaskatheter via de buik

Behandeling

Suprapubische katheter

Inleiding

Uw uroloog heeft met u gesproken over de noodzaak om bij u een suprapubische katheter aan te leggen. Op deze pagina kunt u alles nog eens rustig doorlezen. We hebben geprobeerd alle belangrijke informatie voor u zo goed mogelijk op een rijtje te zetten.

Het is niet de bedoeling dat deze pagina de persoonlijke gesprekken met uw uroloog vervangt. U kunt met problemen en vragen, ook naar aanleiding van deze pagina bij hem of bij de polikliniekmedewerker van de polikliniek urologie terecht.

Wat is een suprapubische katheter?

Een blaaskatheter kan ingebracht worden via de plasbuis of door middel van het aanprikken van de blaas boven het schaambeen (os pubis). Deze pagina gaat over de suprapubische katheter. Een suprapubische blaaskatheter zorgt ervoor dat de urine goed uit de blaas kan stromen. De meest voorkomende reden om deze katheter in te brengen is retentie (het onvermogen om de urine op natuurlijke wijze te lozen) en soms incontinentie (ongewenst urineverlies). De katheter blijft permanent in de blaas, en wordt daarom ook wel verblijfskatheter genoemd.

G538-F suprapubische katheter met cijfers.jpg

  1. Suprapubische katheter

  2. Blaas

  3. Plasbuis

  4. Balzak

  5. Prostaat

  6. Anus

  7. Endeldarm

Voorbereiding op het inbrengen van een suprapubische katheter

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, is het belangrijk dat u (afhankelijk van de soort bloedverdunner) daar enige dagen voor de ingreep in overleg met uw arts mee stopt.

Stop nooit op eigen initiatief met het gebruik van bloedverdunners.

De ingreep gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving op de polikliniek urologie. U hoeft hiervoor niet nuchter te zijn.

Het plaatsen van de suprapubische katheter gebeurt onder steriele omstandigheden om infecties te voorkomen. Het is prettig als u met een volle blaas kan komen. Voor het aanprikken van de suprapubische katheter is dit noodzakelijk. Als de blaas niet voldoende gevuld is, wordt op de polikliniek via de plasbuis een katheter ingebracht waarmee vloeistof in de blaas wordt gebracht. Voor de ingreep scheert de polikliniekmedewerker de buikwand tussen navel en schaambeen. Na desinfectie van de buikwandhuid met jodium wordt de huid verdoofd via een injectie.

Hoe wordt een suprapubische katheter ingebracht?

Om een suprapubische katheter in te brengen maakt de arts een kleine snede in de verdoofde huid en prikt de blaas aan met een dikkere naald. Dit kan gevoelig zijn. De naald zit in een hol buisje. Na verwijdering van de naald wordt de katheter via dit buisje in de blaas geplaatst. Het buisje wordt verwijderd en de ballon van de katheter wordt gevuld met steriel water om te voorkomen dat de katheter uit de blaas valt. De katheter wordt soms ook met een hechting vastgezet. Deze hechting wordt ongeveer een week na de ingreep verwijderd. Na plaatsing van de suprapubische katheter wordt de blaaskatheter, die zonodig was aangebracht om de blaas te kunnen vullen (vulkatheter), verwijderd. De insteekopening van de suprapubische katheter wordt bedekt met een steriel gaas. De ingreep duurt ongeveer 15 minuten. Na de ingreep kunt u meteen weer naar huis. Geadviseerd wordt voor begeleiding en vervoer te zorgen. Om de 12 weken moet de katheter verwisseld worden. De eerste wissel vindt altijd plaats op de polikliniek na 6 weken met een consult bij de uroloog. Daarna kunnen de wissels à 12 weken worden uitgevoerd door een polikliniekmedewerker, of door uw huisarts of (wijk) verpleegkundige.

Na het inbrengen van een suprapubische katheter

De suprapubische verblijfskatheter vereist een verzorging, maar dat kunt u (of een directe naaste) zelf doen. Soms is hierbij hulp van een (wijk)verpleegkundige nodig.

Na 24 uur mag u het gaasje van de insteekopening verwijderen en weer douchen. Het wondje is dan voldoende dicht. Als het gaasje vastzit aan het wondje kunt u het onder de douche losweken. Na het douchen het wondje droogdeppen.

Dagelijkse verzorging van de insteekopening

  • Was de huid rondom de plaats waar de katheter is ingebracht met water en droog de huid zorgvuldig.

  • Rondom de insteekopening hoeft u geen verband of pleisters aan te brengen, tenzij er urine of wondvocht uit de opening lekt.

  • Komt er pus uit de insteekopening dan doet u een beetje betadine zalf rondom de insteekopening en bedekt dit met een gaasje.

  • De insteekopening rondom de katheter kan rood, soms gezwollen zijn. Dit is normaal en meestal geen ontsteking.

  • U kunt gewoon douchen en baden met de katheter.

Urinezakje

Het is noodzakelijk een urinezakje aan te sluiten op de katheter. Dit zakje kan op het been gefixeerd worden met een speciaal bandsysteem. Voor de nacht kan dit zakje worden gekoppeld aan een nachtzak. De nachtzak kan met een urinezakhouder uit het pakket bevestigd worden aan de bedrand. De urinezak moet altijd lager hangen dan het niveau van de blaas! Op de polikliniek wordt u uitleg gegeven over het verwisselen van de katheterzakken. Het is belangrijk dat u goed uw handen wast voor en na het loskoppelen of vervangen van de katheterzak. De katheterzakken kunt u zeven dagen gebruiken. Bij het dagelijks wisselen van de katheterzak is het raadzaam om de ontkoppelde katheterzak door te spoelen met water en deze op een schone plek neer te hangen tot deze weer opnieuw wordt aangesloten. Zorgt u ervoor dat ook het aansluitpunt van de katheterzak schoon blijft. U kunt het beste loszittende kleding dragen zodat de katheterslang niet wordt afgeknikt of er druk op wordt uitgeoefend. Nieuwe katheterzakken kunt u bestellen bij de medisch speciaalzaak. In het pakket dat u heeft meegekregen, zit een kaartje met contactgegevens.

Katheterventiel

Er bestaat ook een speciaal katheterventiel (‘kraantje’ of ‘flipflow’).

Hiermee kunt u overdag de katheter afsluiten, zodat u geen beenzak hoeft te gebruiken. Bij gebruik van een katheterventiel dient u regelmatig te gaan plassen (bijvoorbeeld elke drie tot vier uur). Indien het plassen niet op de normale manier lukt, leegt u de blaas door het katheterventiel open te zetten. Daarna sluit u het katheterventiel weer. U mag het katheterventiel alleen gebruiken in overleg met uw uroloog als besloten wordt de blaas te gaan trainen. Voor de nacht koppelt u een nachturineopvangzak aan het katheterventiel aan en zet u het katheterventiel open. De urine kan dan continu aflopen.

Werkwijze gebruik katheterventiel

  • Na het plassen zet u het ventiel open en laat de urine die in de blaas is achtergebleven weglopen.

  • Als u de hoeveelheid achtergebleven urine moet meten, vangt u deze op in een maatbeker.

  • Deze hoeveelheid noteert u op de speciale lijst die u van de uroloog of dokters assistenten heeft meegekregen. Neem deze lijst mee bij uw volgende bezoek aan de uroloog.

  • Als het niet lukt om spontaan te plassen of er blijft te veel urine achter (meer dan 100ml) moet u de katheterzak aansluiten en de urine continu laten aflopen. Anders is de belasting voor de blaas te groot.

Klachten na het inbrengen van een suprapubische katheter

Nadat de suprapubische katheter is ingebracht, kunnen enkele klachten optreden. De katheter kan irriteren, waardoor soms blaaskrampen ontstaan. De krampen worden eventueel behandeld met spasmen remmende medicijnen.

Blaaskrampen kenmerken zich door gevoel van aandrang om te plassen, urineverlies uit de plasbuis of pijn aan de top van de penis (eikel) of in de schaamlippen. Controleer bij deze klachten ook altijd even of de afvoer van urine uit de katheter niet is belemmerd door een knik in de katheterslang of door een bloedstolsel in de urine. Let op met onnodig gebruik van antibiotica, omdat een verblijfskatheter altijd bacteriën in de urine met zich meebrengt. Antibiotische behandeling is pas noodzakelijk als u tekenen van een infectie hebt.

Het gebruik van een verblijfskatheter veroorzaakt soms neerslag (slijm of gruis) in de blaas. Dit hangt samen met afgestoten blaaswandslijmvlies. Soms worden er ook stenen gevormd. Om dat te voorkomen is het vooral belangrijk dat u voldoende drinkt. Dit wil zeggen méér dan 2000 ml (2 liter) per 24 uur. Zo nodig kan op advies van de uroloog de blaas gespoeld worden (zie pagina ‘Spoelen van de blaas’).

Contact opnemen

Neemt u contact op met de polikliniek urologie CWZ als:

  • De katheter eruit gevallen is. Er moet zo spoedig mogelijk - bij voorkeur binnen 1 tot 2 uur - een nieuwe katheter worden ingebracht, omdat de insteekopening zich anders sluit.

  • U aanhoudende buikpijn heeft welke met 4 keer per dag, 2 tabletten (om de 6 uur) paracetamol van 500 mg niet verdwijnt.

  • U koorts heeft boven de 38,5°C of langer dan 24 uur vanaf 38°C.

  • De katheter verstopt is (er komt geen urine in de opvangzak) en blaasspoeling - als dit afgesproken is - niet lukt.

  • De urine bloederig is met stolsel(tje)s.

Tijdens kantooruren belt u de polikliniek urologie 024 365 82 55. Buiten kantooruren belt u met de verpleegafdeling urologie 024 365 78 00.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze pagina nog vragen, bespreekt u deze dan met uw behandelend arts of polikliniekmedewerker.

Bericht van verhindering

Bent u voor een afspraak verhinderd, bel dan zo snel mogelijk de polikliniek urologie. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen.

G538-FLaatst bijgewerkt op 6 februari 2026

Inhoudsopgave