Wat zijn behandelmogelijkheden bij een diep veneuze trombose?
Vanwege een diep veneuze trombose moet u antistollingsmedicijnen gaan gebruiken. Dat zijn medicijnen die ervoor zorgen dat uw bloed minder goed stolt.
Patiënteninformatie
Klik op onderstaande button voor meer informatie.
Behandelmogelijkheden bij diep veneuze trombose (Divi)
Inleiding
De behandeling van een diep veneuze trombose zorgt ervoor dat de bloedstolsels niet verder aangroeien. Het lichaam lost het stolsel vervolgens zelf op. Daarnaast is de behandeling gericht op het voorkomen van complicaties zoals het posttrombotisch been.
De behandeling bestaat uit:
bloedverdunners (antistollingsmedicijnen);
compressietherapie (druk op het been uitoefenen met zwachtels en therapeutische elastische kousen).
De behandeling kan thuis plaatsvinden. U hoeft hiervoor niet opgenomen te worden.
Behandeling longembolie
De behandeling van een longembolie zorgt ervoor dat de bloedstolsels niet verder aangroeien. Het lichaam lost het stolsel vervolgens zelf op.
De behandeling bestaat uit:
bloedverdunners (antistollingsmedicijnen)
en, als dat nodig is, ondersteunende behandeling met bijvoorbeeld zuurstof of pijnstillers.
mag u geen bloedverdunners, dan zal de arts andere behandelmogelijkheden met u bespreken.
Afhankelijk van uw situatie kan het zijn dat u moet worden opgenomen in het ziekenhuis. Dit kan verschillende redenen hebben. De meest voorkomende redenen zijn:
een lage bloeddruk ten gevolge van de longembolie;
een verhoogd risico op bloedingen bij het starten van bloedverdunners;
noodzaak tot extra zuurstof ten gevolge van de longembolie;
voor pijnstilling.
In sommige ernstigere gevallen kan het zo zijn dat u kortdurend op een bewaakte afdeling moet worden opgenomen. Dit is een afdeling in het ziekenhuis waar onder andere continu de hartslag, bloeddruk en het zuurstofgehalte in de gaten kan worden gehouden.
In zeldzame gevallen is de longembolie zó ernstig, dat u behandeld moet worden met medicijnen die het stolsel direct oplossen. Dit zijn medicijnen met een hoger risico op bloedingsproblemen. Deze medicijnen worden daarom altijd op een bewaakte afdeling toegediend. Als u deze medicijnen nodig blijkt te hebben, zal uw arts dit altijd met u en uw naasten bespreken.
Bloedverdunners (antistollingsmedicijnen)
Antistollingsmedicijnen zorgen ervoor dat bloed minder snel stolt. Nadat de diagnose is gesteld, moet u zo snel mogelijk starten met deze antistollingsmedicijnen.
DOAC’s (dabigatran, rivaroxaban, apixaban of edoxaban). Deze middelen zijn vaak de 1e keuze van behandeling. Controle bij de trombosedienst is niet nodig;
Vitamine K-antagonisten (acenocoumarol of fenprocoumon). Dit zijn bloedverdunners waarbij de werking moet worden gecontroleerd door de trombosedienst;
Heparine. Dit zijn antistollingsmedicijnen via een infuus of via een injectie onder de huid (spuitjes). Deze worden vaak tijdelijk gebruikt ter overbrugging, totdat een ander antistollingsmedicijn in tabletvorm voldoende werkzaam is of omdat u de andere medicijnen niet mag gebruiken, bijvoorbeeld bij een zwangerschap.
Behandelduur van antistollingsmedicijnen
Behandelduur bij een eerste trombose
Als u voor de eerste keer een diep veneuze trombose of longembolie krijgt, hangt de duur van de behandeling af van uitlokkende factoren. Als er een tijdelijke uitlokkende factor is geweest (bijvoorbeeld gips, een operatie of het gebruik van de anticonceptiepil), dan is de behandelduur 3 maanden. Afbouwen van de bloedverdunners is niet nodig.
Soms is er geen duidelijke uitlokkende factor geweest. Dan zal na 3 maanden uw arts samen met u de afweging maken tussen het risico op bloeding bij het doorgaan met de antistollingsmedicijnen, en het risico op terugkeer van een trombose bij het stoppen van de antistollingsmedicijnen.
Behandelduur bij een herhaalde trombose
Mocht u een 2e keer een trombose ontwikkelen, dan is langdurige behandeling noodzakelijk. Vaak is het advies om levenslang antistollingsmedicijnen te gebruiken. Wel zal uw arts dan jaarlijks samen met u een afweging maken tussen het risico op bloeding bij het doorgaan met de antistollingsmedicijnen, en het risico op terugkeer van een trombose bij het stoppen van de antistollingsmedicijnen. Dit kan via uw huisarts of via de behandelend specialist in het ziekenhuis.
Compressietherapie met zwachtelen of therapeutisch elastische kous
Bij een diep veneuze trombose krijgt u ook compressietherapie. Compressietherapie houdt in dat er door zwachtels of elastische kousen druk op de aangedane ader wordt uitgeoefend. Hierdoor zal de terugstroom van bloed naar het hart verbeterd worden, en wordt eventuele ophoping van vocht voorkomen. Het doel van compressietherapie is om de eerste weken het vocht in het been te verminderen. Op langere termijn wordt door compressietherapie de kans op het ontwikkelen van een posttrombotisch syndroom gehalveerd.
Zwachtelen of tubigrip
Op de spoedeisende hulp krijgt u een tijdelijke kous (tubigrip) aangemeten. Deze kan tot de knie of tot aan de lies zijn, afhankelijk van de plek van de trombose. Dit is een tijdelijke oplossing. Hierna wordt thuiszorg ingeschakeld die vanaf de eerst volgende werkdag uw been zal gaan zwachtelen.
Therapeutische elastische kous
Zodra het vocht in het been voldoende weg is, kunt u een elastische kous aan laten meten. Het recept met daarop de juiste lengte en druk heeft u op de spoedeisende hulp of via de verpleegafdeling meegekregen. Dit kan een recept zijn voor een kous tot de knie of tot de lies. Om een posttrombotisch been te voorkomen, is het belangrijk dat u de kous in ieder geval 6 maanden dagelijks overdag draagt. Na deze periode wordt beoordeeld of het dragen van de kous nog langer nodig is. De levertijd van de kous is gemiddeld 5 tot 10 werkdagen. Tot die tijd wordt doorgegaan met zwachtelen door de thuiszorg. Afhankelijk van uw ziektekostenverzekering krijgt u na 3 maanden 1 of 2 extra kousen. Vraag uw zorgverzekeraar welke leveranciers erkend zijn in uw regio.
Controle op de polikliniek
Diep veneuze trombose
Als bij u de diagnose diep veneuze trombose is gesteld wordt u na 1 tot 2 weken ter controle gezien op de polikliniek interne geneeskunde. U zal worden gezien door de verpleegkundig specialist. Zij zal vragen hoe het met u gaat, samen met u de aanleiding voor het ontwikkelen van een diep veneuze trombose uitvragen, lichamelijk onderzoek doen en samen met u bespreken hoe de verdere behandeling er uit zal gaan zien.
Na 3 maanden krijgt u zo nodig een controle echo en een beoordeling van de behandeling door de verpleegkundig specialist. Tijdens uw behandeling is de verpleegkundig specialist ook uw vaste aanspreekpunt voor vragen. Uw huisarts wordt van uw behandeling op de hoogte gebracht door een brief van de verpleegkundig specialist en internist.
Longembolie
Als bij u de diagnose longembolie is gesteld dan wordt u 10 tot 12 weken hierna ter controle gezien op de polikliniek longgeneeskunde of interne geneeskunde. Zij zullen dan vragen hoe het met u gaat, en samen met u bespreken hoe de verdere behandeling er uit zal gaan zien.
Als u na 3 maanden nog steeds last heeft van kortademigheidsklachten, dan zal de longarts mogelijk verder onderzoek inzetten. Als u bij de internist op controle kwam, zal deze u hiervoor mogelijk doorverwijzen naar de longarts.
Uw huisarts wordt van uw behandeling op de hoogte gebracht door een brief van de internist of longarts.
Aanvullend onderzoek
Soms is het nodig om aanvullend onderzoek te doen naar de mogelijke oorzaak van de diep veneuze trombose of de longembolie. Uw arts of verpleegkundig specialist zal dit met u bespreken.
Adviezen voor thuis
Leefregels
U kunt zelf een positieve invloed hebben op uw herstel door onderstaande adviezen op te volgen:
zit en/of sta niet te lang stil;
lichaamsbeweging is heel belangrijk. In het algemeen geldt: beweeg minimaal 30 minuten per dag;
in geval van een trombosebeen is het in het begin verstandig uw been zo veel mogelijk hoog te leggen als u zit (voet boven knie, knie boven heup);
stimuleer de bloedsomloop in uw benen door oefeningen met uw voeten te doen, bijvoorbeeld door ieder half uur cirkelvormige bewegingen met de voeten te maken;
bij lange reizen: loop iedere 2 uur een stukje;
in geval van trombosebeen wordt de eerste 2 maanden saunabezoek en massage afgeraden;
leef gezond, rook niet en eet gezond en gevarieerd.
Meer informatie vindt u in de brochure Trombose van de hartstichting op www.trombosestichting.nlhttp://www.trombosestichting.nl
Gaat u op vakantie? Dan vindt u op deze website ook de brochure Trombose & vakantie.
Wanneer contact opnemen?
Neem contact op met de polikliniek interne geneeskunde of longziekten als u:
vragen heeft over uw behandeling en leefregels;
kort na de start van de behandeling problemen of onduidelijkheden ondervindt;
In geval van diep veneuze trombose:
- wanneer het verband te strak zit of pijn doet;
- wanneer de kous niet goed past of pijn doet.
Neem contact op met uw huisarts bij:
grote blauwe plekken;
bloederige urine en/of zwarte ontlasting;
hevige menstruatie;
een flinke neusbloeding;
ongevallen;
wanneer u ziek wordt (griep, koorts, diarree);
jeuk en/of huiduitslag;
wanneer u ernstige hoofdpijn krijgt;
bij plotselinge kortademigheid;
als de klachten erger worden.
Behandeling met acenocoumarol of fenprocoumon? Neem contact op met de Trombosedienst bij:
bloederige urine en/of zwarte ontlasting;
hevige menstruatie;
een flinke neusbloeding;
ongevallen;
wanneer u ziek wordt (griep, koorts, diarree);
als u nieuwe medicijnen krijgt voorgeschreven;
als uw huidige medicijnen worden veranderd;
als u een keer vergeten bent uw tabletten in te nemen;
als bij u een tand of kies moet worden getrokken of bij andere chirurgische ingrepen bij huisarts of specialist;
vaccinaties;
wanneer u van adres, telefoonnummer, huisarts of ziektekostenverzekeraar verandert;
als u een lange tijd niet thuis bent (bijvoorbeeld voor vakantie).
Telefoonnummer Trombosedienst: (024) 365 70 00 of trombosedienst@cwz.nlmailto:trombosedienst@cwz.nl
Spuitinstructie
was uw handen
verwijder het dopje van het voor gevulde spuitje
een eventuele luchtbel hoeft niet verwijderd te worden
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
. Bepaal de spuitplek links of rechts van de navel.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Neem tussen duim en wijsvinger een huidplooi.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Steek de naald loodrecht in de volle lengte in de huidplooi
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Druk de stamper naar beneden. Houd de huidplooi tijdens de injectie vast.
Tip: langzaam spuiten geeft minder kans op een blauwe plek.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Tel tot 5, en haal daarna de naald er loodrecht uit.
Sommige spuitjes hebben een systeem waarbij de naald in de spuit verdwijnt, of afgeschermd wordt.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Bij andere spuitjes moet de naald in de beschermhoes gedaan worden. Gebruik hiervoor een harde ondergrond. Niet met de hand doen, anders is er risico dat u zich aan de naald prikt!
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Stop de spuit met naald in de afvalcontainer.
Video spuitinstructie
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=640&q=100)
Wilt u de video spuitinstructie bekijken?
Scan de QR-code.
Naam: ……………………………………………………………………………………………………
Geboortedatum: …………………………………………………………………………..…………
Uw persoonlijke informatie, adviezen of gestelde vragen:
……………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………
Uw behandelaar: ……………………………………………………………………………………………………
Verpleegkundig specialist: ……………………………………………………………………………………..
Internist/longarts: …………………………………………………………………………………………………
Wat is een diep veneuze trombose?
Diep veneuze trombose betekent dat er een bloedstolsel (bloedprop) in een diep gelegen ader gevormd is. Doordat het bloed door de prop niet meer goed kan wegstromen, wordt het betreffende lichaamsdeel door stuwing dik en pijnlijk. In de meeste gevallen komt het voor in de benen (trombosebeen), maar het kan ook in de armen (trombosearm) of in het bekken voorkomen.
Diagnose stellen
De diagnose wordt bevestigd met een echo. Daarop is te zien is dat een diep gelegen ader afgesloten wordt door een bloedprop.
Oorzaken
Diep veneuze trombose kan door verschillende zaken uitgelokt worden, zoals:
vertraging van de bloedstroom, bijvoorbeeld bij langdurige bedrust, het dragen van gips, een lange vliegreis (langer dan 4 uur);
beschadiging van de vaatwand, bijvoorbeeld door operaties of door een ongeluk;
tijdelijke versterking van de bloedstolling, bijvoorbeeld door een operatie of een ernstige infectie (zoals COVID-19 (Corona));
zwangerschap en/of kraambed;
het hebben van een stollingsstoornis;
roken;
gebruik van anticonceptiepil;
kanker.
In veel gevallen is de oorzaak niet duidelijk.
Complicaties
Een diep veneuze trombose komt veel voor, meestal zonder ernstige gevolgen. Het kan echter voorkomen dat een deel van een bloedprop los schiet en in de longen terechtkomt. Dit heet een longembolie. Verderop op deze pagina staat meer informatie over longembolie.
Een andere complicatie is het posttrombotisch been. Het posttrombotisch been ontwikkelt zich meestal binnen 2 jaar nadat de trombose is opgetreden. Het kan ook nog enkele jaren later ontstaan.
Klachten van een posttrombotisch been kunnen zijn:
Een dunne, glanzende huid;
huidverkleuringen;
vocht in het been;
een zwaar vermoeid gevoel in het been;
spataderen;
op lange termijn moeilijk genezende wonden.
Wat is een longembolie?
Een longembolie betekent dat er een bloedprop (stolsel) in een of meerdere slagaders van uw longen zit. Dit is een bloedprop die meestal op een andere plek in het lichaam is losgeschoten vanuit een ader, vaak uit de benen. Door de bloedprop kan een deel van uw longen minder goed doorbloed worden. Klachten hierbij zijn bijvoorbeeld pijn bij de ademhaling, kortademigheid en bloed ophoesten. In ernstigere gevallen kunt u hierbij licht in het hoofd zijn of zelfs buiten bewustzijn raken. In zeer zeldzame gevallen kunnen mensen aan een longembolie overlijden.
Diagnose stellen
De diagnose wordt meestal gesteld met een CT-scan van de longen. Als een CT-scan niet mogelijk is, kan een ventilatie-perfusiescan verricht worden.
Oorzaken
Een longembolie ontstaat vaak doordat een bloedprop uit een ander deel van het lichaam is losgeschoten, bijvoorbeeld vanuit een diep veneuze trombose. De uitlokkende factoren voor een longembolie zijn dan ook dezelfde als voor een diep veneuze trombose, zoals hierboven beschreven. Net als bij een diep veneuze trombose wordt voor een longembolie vaak geen oorzaak gevonden.
Complicaties
Een longembolie verloopt met de juiste behandeling vaak zonder ernstige gevolgen of restverschijnselen. Bij zeer uitgebreide bloedproppen kunnen er echter wel langdurige gevolgen zijn, bijvoorbeeld een blijvend verhoogde weerstand in de longslagaders. Patiënten kunnen dan last blijven houden van kortademigheid bij inspanning en sneller vermoeid zijn.
Contact
- Interne geneeskunde
Divi en G881Laatst bijgewerkt op 11 februari 2026

