Behandeling van stress- incontinentie bij vrouwen

Behandeling

Wat is stress-incontinentie?

Stress-incontinentie (ook wel inspanningsincontinentie genoemd) betekent dat u ongewild urine verliest bij inspanning. Bijvoorbeeld bij tillen, sporten, springen, niezen, hoesten, lachen of opstaan. De oorzaak is dat de druk in uw buik dan toeneemt. Daardoor verliest u urine.

Patiënteninformatie

Klik op onderstaande button voor meer informatie.

Stress-incontinentie (Divi)

Inleiding

Tijdens uw bezoek aan de polikliniek urologie/gynaecologie heeft uw behandelend uroloog/gynaecoloog met u gesproken over de mogelijkheid van een operatie ter behandeling van uw klachten van stressincontinentie.

Op deze pagina kunt u thuis alles nog eens rustig doorlezen. We hebben geprobeerd voor u alle belangrijke informatie zo goed mogelijk op een rijtje te zetten. Het is niet de bedoeling dat deze pagina de persoonlijke gesprekken met uw uroloog/gynaecoloog vervangt. Met problemen of vragen, ook naar aanleiding van deze pagina, kunt u altijd bij haar/hem terecht.

Wat is stressincontinentie?

Stressincontinentie (ook wel inspanningsincontinentie genoemd) is een vorm van urineverlies die voorkomt bij inspanning zoals tillen, sporten of springen. Met ‘stress’ wordt hier bedoeld dat het urineverlies optreedt als de druk in de buikholte toeneemt door het aanspannen van de buikspieren. Dit gebeurt bijvoorbeeld ook bij niezen, hoesten, lachen of opstaan. U verliest dan urine zonder dat u aandrang voelt.

Oorzaken

De voornaamste oorzaak van stressincontinentie is een verzwakte bekkenbodem (dat is het onderliggende spier- en bindweefsel van de vagina). Wanneer de bekkenbodem verzwakt is, wordt de urinebuis minder goed ondersteund en sluit minder goed af. Het slapper worden van de bekkenbodem, bindweefsels en spier kan komen door: zwangerschap en bevalling, chronisch zwaar tillen of chronisch zware inspanning, menopauze of oestrogeentekort, ernstig overgewicht of aanleg.

Behandeling van stressincontinentie

Bij stressincontinentie zijn verschillende soorten behandelingen mogelijk: fysiotherapie, medicijnen, een ring of een operatie. De behandeling is afhankelijk van uw klachten en de gegevens van de verrichte onderzoeken. Over het algemeen wordt met de minst ingrijpende behandeling begonnen. Stressincontinentie is niet gevaarlijk. U hoeft dan ook nooit onmiddellijk een beslissing te nemen.

TOT

De TOT operatie wordt soms ook nog wel TVT genoemd. TVT is een afkorting van ‘tension-free vaginal tape’. Hierbij wordt een bandje onder de plasbuis geplaatst dat via de vagina (schede) wordt ingebracht. De operatie wordt toegepast bij inspanningsincontinentie (stressincontinentie).

Wat is een TOT operatie?

De operatie wordt in alle Nederlandse ziekenhuizen uitgevoerd op zowel de afdeling gynaecologie en urologie. Het doel van de operatie is om stressincontinentie te verhelpen door het afsluitmechanisme van de blaas te ondersteunen. In vergelijking met andere operaties is de operatie weinig belastend. De kans is groot dat de klachten verbeteren.

Het bandje is gemaakt van fijngeweven onoplosbaar kunststof. Bij de TOT wordt het bandje onder de urinebuis geplaatst. Het wordt ingebracht via een sneetje in de schede (2 cm) en een sneetje aan beide kanten van de liesplooi. Het bandje groeit vanzelf vast in het weefsel.

De kans dat de operatie uw klachten verhelpt

86% Van de geopereerde vrouwen is na de operatie helemaal droog. Nog eens 8% heeft minder last van urineverlies dan tevoren. Bij 6% van de vrouwen helpt de operatie niet.

De operatie

De operatie gebeurt op de operatiekamer en kan plaatsvinden onder narcose of met een ruggenprik.

Voorbereiding operatie

Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatieve voorbereiding genoemd. Daarom bezoekt u het spreekuur van de anesthesioloog. Het secretariaat plant in overleg met u de operatiedatum. De afdeling opnameplanning geeft de afdeling en de afgesproken tijd door.

Opname verpleegafdeling urologie C40

Nuchtere opname
Normaal gesproken wordt u op de dag van de operatie opgenomen, blijft u nuchter volgens de afspraken met de anesthesioloog en de verpleegkundige en bent u eventueel gestopt met (bloedverdunnende) geneesmiddelen. Lees hier meer over op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. U meldt zich op de afgesproken tijd bij meldpunt 2C.

Opname dag voor de operatie
Als er meer voorbereidingen nodig zijn, wordt u de dag voor de operatie opgenomen.

De operatiedag
Voor de operatie krijgt u de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Wanneer u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt, moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden of piercings dragen. Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd.

Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Vervolgens krijgt u een infuus. U gaat naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel. Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten.

De TOT

U ligt op uw rug met de benen in de beensteunen. Via een sneetje in de vagina en beiderzijds een sneetje in de liesplooi wordt het bandje ingebracht. Tijdens de operatie kijkt de arts zo nodig via de plasbuis in uw blaas. De twee uiteinden van het bandje worden net onder de huid van de liesplooi afgeknipt. Daarna wordt de huid gehecht met hechtingen die uit zichzelf oplossen. Om ontstekingen te voorkomen, krijgt u voorafgaand aan de operatie een antibioticum via het infuus. Bent u overgevoelig voor een bepaald soort antibioticum, vertel dit dan voor de operatie, zodat de arts er rekening mee kan houden.

Na de operatie

Na de operatie heeft u een infuus in uw hand of arm om wat extra vocht toe te kunnen dienen. Als u heeft gegeten en gedronken en uw bloeddruk en pols stabiel zijn, zal het infuus worden afgekoppeld. De verpleegkundige op de afdeling zal ook de wondjes controleren om te kijken of deze nog nabloeden.

Soms wordt er een katheter ingebracht. Deze wordt in overleg met de arts verwijderd. Als u zelf weer heeft geplast, controleert de verpleegkundige met een echoapparaat of er geen urine in de blaas achterblijft na het plassen. Het is heel belangrijk niet te persen tijdens het plassen, omdat daardoor de plasbuis juist wordt dichtgedrukt op het bandje. Er zou dan urine in de blaas achter kunnen blijven. Vaak zult u merken dat het plassen “anders” gaat dan tevoren, dit hoort bij de operatie. Als er toch urine achterblijft, is dit meestal een tijdelijk probleem. Soms zult u in dat geval een katheter krijgen, waarmee u naar huis gaat. Deze wordt dan bijvoorbeeld na één week weer verwijderd en krijgt u instructies op de polikliniek om met een slangetje (katheter) zelf de blaas leeg te maken. Dit heet zelfkatheterisatie. Een andere optie is dat zelfkatheterisatie u wordt aangeleerd tijdens de opname. Omdat dit probleem heel zeldzaam is (enkele procenten) wordt dit alleen aangeleerd als het nodig blijkt te zijn.

Als het plassen goed gaat (dus bij zo’n 98% van de patiënten!), mag u naar huis. Het wondje in de vagina veroorzaakt na de operatie vaak een paar dagen wat bloedverlies en/of bloederige afscheiding.

Complicaties

De kans op complicaties bij een TOT operatie is klein. We beschrijven hier de complicaties die het meest voorkomen.

Een bloeduitstorting in (één van) de liesplooien/bovenbenen
Bij een bloeduitstorting ziet u een paarse plek van opgehoopt bloed onder de sneetjes. Meestal verdwijnt dit vanzelf: de bloeduitstorting verspreidt zich dan onder de huid, waardoor het omringende gebied alle kleuren van de regenboog aanneemt. Soms komt het bloed via de sneetjes naar buiten. Dit kan geen kwaad. Als bloed en wondvocht naar buiten gekomen zijn, genezen de wondjes vanzelf. Gebruik in die tijd een pleister of een gaas om uw kleren te beschermen. Er kan hierbij pijn in de bovenbenen optreden, meestal voelt dit aan als een flinke spierpijn. Meestal herstelt dit binnen enkele dagen. U mag hiervoor Paracetamol gebruiken.

Een blaasontsteking
Soms treedt na de operatie een blaasontsteking op, maar bij gebruik van een antibioticum komt dit zelden voor.

Een nieuwe klacht: aandrangsincontinentie
Na de operatie ontstaat soms een nieuwe klacht: aandrangsincontinentie. Er is dan zeer vaak aandrang om te plassen en het urineverlies is dan juist in rust. Soms is dit tijdelijk, soms niet. Het is een complicatie die ook bij andere incontinentieoperaties voorkomt. Deze klacht is meestal met medicijnen te verhelpen.

Wat u thuis kunt verwachten?

Het plassen
Zoals voor iedereen geldt is het belangrijk voldoende te drinken, anderhalf tot twee liter per dag, en dus ook na deze operatie. Ook is het belangrijk regelmatig te plassen, ten minste vijf keer per dag. Sommige vrouwen hebben het gevoel ‘over een weerstand’ te plassen. Het is belangrijk dat u niet perst tijdens het plassen.

En verder...
Direct na de operatie kunt u weer onder de douche. Wacht met het nemen van een bad tot de eventuele bloederige afscheiding uit de vagina gestopt is.

Na de operatie gelden er voor de eerste weken thuis een aantal leefregels:

  • gebruik de eerste twee weken na de operatie geen tampon;

  • twee weken niet zwaar tillen;

  • vier weken geen geslachtsgemeenschap hebben.

Contact opnemen

Neemt u tot de eerste poliklinische controle na ontslag uit het ziekenhuis contact op als:

  • U plotselinge hevige of aanhoudende buikpijn heeft die met viermaal daags- om de zes uur- twee tabletten paracetamol van 500mg. niet verdwijnt;

  • Bij hevig bloedverlies en het plassen van grote bloedstolsels;

  • Als u plotseling niet meer kunt plassen of u het gevoel hebt niet goed uit te kunnen plassen;

  • U kort na de operatie koorts heeft boven de 38 graden Celsius of langer dan 24 uur vanaf 38,5 graden Celsius.

Tijdens kantooruren belt u de polikliniek urologie, telefoonnummer (024) 365 82 55. Buiten kantooruren belt u met de verpleegafdeling urologie, telefoonnummer (024) 365 78 00.

Controle

Na 6 weken komt u bij uw behandelend uroloog of gynaecoloog op controle om de resultaten van de operatie te bespreken.

Bericht van verhindering

Bent u op het afgesproken tijdstip voor controle verhinderd? Bel dan zo snel mogelijk de polikliniek urologie. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen.

Divi en G361-DLaatst bijgewerkt op 10 februari 2026

Inhoudsopgave