Behandeling pijnklachten door een blokkade van een lumbale zenuwwortel

Behandeling

Bij een blokkade van een zenuw laag in de rug

Inleiding

Met uw behandelend pijnspecialist-anesthesioloog of verpleegkundig specialist is besproken dat u in aanmerking komt voor een behandeling/verdoving van een zenuwwortel. Deze behandeling kan plaatsvinden ter hoogte van de nek (cervicaal) of de lage rug (lumbaal).

De wervelkolom

De wervelkolom is opgebouwd uit wervels, met daartussen tussenwervelschijven. Tussen de wervels bevinden zich openingen waardoor zenuwwortels zowel links als rechts, vlak naast de wervelkolom, naar buiten treden. Als een zenuwwortel geïrriteerd is, bijvoorbeeld door een uitstulping van een tussenwervelschijf, kan dit uitstralende pijnklachten geven in de armen, de romp of de benen, soms in combinatie met krachtsverlies en een verminderd gevoel.

G428 zenuwwortels wervel met tekst

  1. Zenuwwortels vlakbij de wervelkolom.

  2. Ruggenmerg.

  3. Wervellichaam.

  4. Tussenwervelschijf.

Doel van de behandeling

Het doel van de behandeling is om de pijngeleiding vanuit de zenuwwortel te beïnvloeden om uw pijn te verminderen.

Voorbereiding

Er is geen speciale voorbereiding nodig. U mag op de dag van de behandeling gewoon eten en drinken. Als u medicijnen gebruikt, kunt u deze gewoon innemen.

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, moeten deze in overleg met de arts eventueel tijdelijk worden onderbroken. Dit is tijdens uw bezoek aan de polikliniek met u afgesproken.

Als u overgevoelig bent voor jodium, contrastvloeistof en/of voor een bepaald medicijn, wordt u verzocht dit te melden bij de arts die de behandeling uitvoert.

In het ziekenhuis

  • Een kwartier voor de behandeling meldt u zich bij de balie van Meldpunt 2C.

  • De medewerker van het meldpunt geeft aan waar u kunt wachten.

  • Een doktersassistente van de pijnkliniek zal u komen halen zodra er een bed vrij is.

  • In de voorbereidingsruimte wordt er naar uw identificatie gevraagd, wilt u ervoor zorgen dat u deze bij u heeft?

  • Om de injectieplaats (alleen bij een cervicale behandeling) makkelijker te kunnen bereiken, krijgt u een operatiejasje aan en komt u in een bed te liggen.

  • U krijgt alleen bij een cervicale behandeling ook tijdelijk een infuus ingebracht.

  • De zijde die behandeld moet worden, wordt met een kruisje afgetekend.

  • U wordt met het bed naar de behandelkamer gebracht. Daar stapt u over op een behandeltafel.

Tijdens deze procedures wordt er een aantal keer naar uw naam en geboortedatum gevraagd. Ook wordt er aan u gevraagd aan welke kant de behandeling is afgesproken.

Hoe wordt de behandeling uitgevoerd?

De behandeling vindt plaats op de behandelkamer.

U ligt op de behandeltafel op uw buik of rug, dat hangt af van de plaats waar u behandeld wordt. Met behulp van röntgenapparatuur wordt de plaats waar een dunne naald geprikt wordt bepaald. De huid wordt ontsmet en wordt plaatselijk verdoofd. Als de naald op röntgenbeeld goed lijkt te staan, wordt met kleine stroomstootjes getest of deze dicht genoeg bij de zenuw staat. Daarna wordt contrastvloeistof ingespoten, om nogmaals te controleren of de naald op de goede plaats staat. Vervolgens wordt er een verdovingsvloeistof ingespoten.

Bij een PRF (pulsed radiofrequentie) behandeling wordt door de zenuw met kleine elektrische stroompjes behandeld. Soms wordt er ook nog een ontstekingsremmend medicijn (corticosteroïden) ingespoten.

Na de behandeling

Na de behandeling wordt de naald verwijderd en krijgt u een pleister op de injectieplaats. De pleister mag u de volgende dag verwijderen. U kunt dan ook weer douchen of baden.

U wordt teruggebracht naar de voorbereidingsruimte. Als u iets heeft gedronken en u voelt zich goed, mag u weer naar huis. Houd er rekening mee dat u na een behandeling NIET zelf naar huis mag rijden. Hiervoor moet u iemand meenemen. Na de behandeling kan tijdelijk krachtverlies of uitval van gevoel optreden. Na een aantal uur zal dit over zijn.

Er kan napijn optreden als gevolg van de behandeling. U mag hiertegen zo nodig paracetamol gebruiken en/of doorgaan met pijnstilling die u al voor de behandeling gebruikte. Het maximale effect van de behandeling kan pas na enige tijd (zes tot acht weken) worden beoordeeld. Hiervoor wordt een telefonische of poliklinische afspraak met u gemaakt na de behandeling.

Zijn er bijwerkingen/complicaties?

Elke medische behandeling brengt risico’s met zich mee. De behandeling voor een proefblokkade of een definitieve zenuwblokkade leidt zelden tot ongewenste, blijvende schade. De anesthesioloog-pijnspecialist overlegt met u als de behandeling voor u bijzondere risico’s met zich meebrengt.

Wat kan er gebeuren?

  • Bloeding, infectie, zenuwschade (zeldzaam).

  • Afhankelijk waar de behandeling heeft plaatsgevonden, tijdelijk een wat doof gevoel in arm, been of romp.

  • Tijdelijk eventueel zwakte van het been bij blokkade lage rug (verdwijnt meestal na 20 -60 min);

  • Tijdelijke toename van pijn na de behandeling.

  • Klaplong bij behandeling in de borstregio.

  • Bij suikerpatiënten kan een verhoging van de bloedsuiker optreden indien er een ontstekingsremmer (prednison) wordt achtergelaten.

  • Door de medicijnen kan er een warmte gevoel ontstaan gedurende een paar dagen. Bij vrouwen lijkt dit soms op een “opvlieger”. Ook kan het zijn dat u een rood gezicht krijgt. Dit trekt vanzelf weer weg.

  • Bij vrouwen kan door het gebruik van de ontstekingsremmer de menstruatie korte tijd (gedurende 1 cyclus) ontregeld zijn, waardoor u onregelmatig of heviger bloedt.

Wanneer moet ik eerder contact opnemen dan is afgesproken?

Als er complicaties zijn, is het belangrijk dat u meteen contact opneemt met de huisarts of het ziekenhuis. Dit moet u doen bij de volgende problemen:

  • Moeilijker kunnen bewegen van het been, terwijl dit vooraf wel goed ging.

  • Ontstekingen op plaats waar geprikt is.

  • Onverwachte temperatuursverhoging of koorts.

Poliklinische controle na de behandeling

Ongeveer zes tot acht weken na de behandeling vindt er een poliklinische of telefonische controle met uw arts of verpleegkundig specialist plaats. Het is van belang dat u bij de poliklinische controle kunt vertellen wat het effect van de behandeling op uw klachten en functioneren is geweest.

Verhinderd?

Bent u op de dag van de behandeling onverhoopt verhinderd, laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de Pijnkliniek.

Veranderingen in medicatie

Als er veranderingen optreden in uw medicijngebruik tussen de tijd van uw bezoek op de polikliniek en de datum van behandeling, laat u dit dan zo spoedig mogelijk aan ons weten. Het gaat met name om het starten met bloedverdunnende medicijnen. In overleg met de arts moet dan gekeken worden hoelang deze medicatie gestopt kan worden.

Vragen?

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de Pijnkliniek.

G428Laatst bijgewerkt op 23 januari 2026

Inhoudsopgave