Op zijn eerste werkdag vroeg Hans zichzelf even af waar hij in hemelsnaam aan begonnen was. Inmiddels heeft hij 35 jaar met veel plezier bij CWZ gewerkt. Hans vertelt zijn verhaal:
Een beetje geluk moet je hebben
‘Mijn familie komt uit Nijmegen en ik ben geboren in de straat recht tegenover het oude Wilhelminaziekenhuis. Wij zijn van huis uit katholiek dus bij ziekte was vanzelfsprekend het Canisius in beeld. Ik herinner me nog goed hoe dat ziekenhuis aan de St. Annastraat eruit zag en hoe het er rook wanneer ik daar als kind op bezoek kwam en door de gangen liep. Hoe je met z’n allen moest wachten bij de hoofdingang totdat de portier de deuren opendeed voor het bezoekuur. Ik werd er geopereerd op m’n 16e en vlak voor m’n afstuderen nog een keer. De eerste keer lag ik in een barak en de tweede keer op een heel grote zaal. Dat liggen kon toen al snel een weekje duren; het woord dagbehandeling moest nog worden uitgevonden. Je bouwde snel een band op met zaalgenoten. Tijdens een wandelingetje door het ziekenhuis liep ik samen met een zaalgenoot langs de apotheek. Hij vroeg me of ik daar niet kon gaan werken na mijn afstuderen in Amsterdam. Ik vertelde hem dat ik geen schijn van kans had. De ziekenhuisfarmacie kent maar een klein aantal opleidingsplaatsen. Toch had ik geluk en kon ik later bij dié apotheek toch de specialisatie tot ziekenhuisapotheker volgen.’
Hans startte in 1990 in CWZ. In die tijd kreeg je, anders dan nu, naast je opleiding ook andere taken. Zo werd Hans verantwoordelijk voor de bereidingen (in die tijd werd veel nog gemaakt in de apotheek: infusen, ampullen, capsules, crèmes en zalven) én de nieuwbouw van de apotheek inclusief die productieafdeling. ‘Op mijn eerste dag vroeg ik me af waar ik in hemelsnaam aan begonnen was. “Kan ik dit eigenlijk wel?”’, aldus Hans. Maar het bleek te lukken.
Eerst specialiseren, dan organiseren
Nadat Hans zijn opleiding afrondde, waren er kort daarop in de apotheek een aantal personele veranderingen. Met een collega verdeelde hij de taken. ‘Hij de farmaceutische inhoud, ik de organisatie als integraal manager. Een apotheker is voor zijn werk afhankelijk van veel apotheekcollega’s. En dat gaat om een grote groep mensen. Dat vraagt een goede organisatie als basis om processen effectief te laten verlopen en de werksfeer goed te houden.’
Dat organiseren paste wel bij Hans. Hij gaf er vervolg aan in verschillende vormen. Met instemming van CWZ werkte hij in de farmaceutische industrie, was interim manager bij andere ziekenhuisapotheken, verbouwde de ziekenhuisapotheek op Curaçao en werd lid van het stafbestuur. (Dat laatste overigens een paar keer).
De patiënt is en blijft het belangrijkste
‘Na het pensioen van mijn collega werd ik gevestigd apotheker en een andere collega medisch manager. Nu ben ik, in het licht van mijn vertrek, al een tijdje weer ‘gewoon’ ziekenhuisapotheker en daarnaast bezig met een onderzoek. Kees Kramers en ik kijken of alle nieuwe regels rondom medicatieveiligheid niet alleen zin hebben voor degene die ze bedenkt, maar ook iets opleveren voor de patiënt en het zorgproces. We doen dat samen met de faculteit Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit.’
In die 35 jaar is het medicijnenpalet ook veranderd. Van interventies met puur chemische stoffen naar biochemische- en immunologische therapieën. Van doseren op basis van gevoel naar doseren op basis van DNA-testen. En van voorschrijven op papier naar gestuurd voorschrijven via HiX. Hans: ‘Met AI en DNA-interventietechnieken in het verschiet zal de revolutie in de toekomst nog veel verdergaan. Een kanttekening wil ik wel plaatsen, ook vanuit mijn eigen patiëntervaring. Al die technische ontwikkelingen zijn geweldig, maar het is wel belangrijk dat we dit in de zorg niet teveel ten koste laten gaan van een persoonlijke benadering en aandacht. Want het gevoel dat je ertoe doet als mens is ook een belangrijk aspect van die zorg. En dat blijft altijd een relevant thema.’
Meer dan goed zo, en toch ook een beetje jammer
‘Ik voel me bevoorrecht dat ik in CWZ mocht werken. Ik heb veel dingen mogen doen en heb meerdere rollen ingevuld. Ik heb alle kansen gekregen om me te ontplooien. En de keren dat ik kon verkassen heb ik dat niet gedaan. Ik was blij op mijn plek.’
Het voordeel van CWZ is dat de lijnen kort zijn. Omdat geneesmiddelen iets zijn van het hele ziekenhuis, iedereen heeft er mee te maken, kom je ook veel mensen tegen. Op inhoudelijk terrein zijn daar mooie zaken uit voortgekomen. Maar ook in de vrije tijd wisten we elkaar te vinden bijvoorbeeld op sportief terrein.
Bovendien heb ik op een ontzettend leuke afdeling gewerkt met, door de jaren heen, allemaal leuke en capabele mensen. We hebben samen veel meegemaakt en bereikt. Ik kan van alles over ze zeggen, maar mogelijk is dit voldoende: ik ga ze missen. En daar zie ik wel wat tegen op. Voor de toekomst zijn er weer allemaal mooie plannen voor de apotheek. Heel veel succes daarmee, het wordt prachtig.
Ik heb fijn gewerkt in CWZ en mezelf thuis gevoeld. En voor iedereen die daaraan heeft bijgedragen: hartelijk bedankt.’

