Op 13 mei verdedigde CWZ-longarts Bente Aalbers haar proefschrift 'Beyond spirometry: additional criteria to establish CFTR modulator efficacy in people with cystic fibrosis' aan de Universiteit van Utrecht. Bente heeft onderzoek gedaan naar veelbelovende behandelingen die in de afgelopen jaren voor patiënten met cystic fibrosis (taaislijmziekte) beschikbaar zijn gekomen.
Bij welke behandeling heeft de patiënt baat?
In haar proefschrift onderzocht ze hoe artsen het beste kunnen inschatten of iemand baat zal hebben bij een bepaalde behandeling of niet. Bente: 'Het blijkt daarbij belangrijk om ook - maar niet alleen - naar de longfunctie te kijken. Als de longfunctie bij het begin van de behandeling heel goed of juist heel slecht is, kun je minder effect op deze meting verwachten. Terwijl deze persoon mogelijk op andere vlakken wel heel goed effect heeft van de behandeling.'
Aanvulling op longfunctie meting
In aanvulling op de longfunctie kunnen metingen in gekweekte neuscellen van belang zijn om vooraf in te schatten of iemand goed effect van de behandeling kan hebben, zegt ze. 'Tijdens het gebruik van een nieuw middel is het goed om onder andere te kijken naar de zweettest, het gewicht/BMI en het aantal ziekenhuisopnames. Ook is het goed om vragenlijsten af te nemen over de kwaliteit van leven. Het is belangrijk om altijd naar meerdere aspecten van effect te kijken, omdat de klachten en de effecten per persoon verschillend kunnen zijn.
Lessen trekken voor nieuwe behandelingen
De meeste onderzoeken zijn gedaan met de eerste middelen die beschikbaar kwamen voor cystic fibrosis. Bente: 'De lessen die we hieruit trekken, kunnen van belang zijn bij het starten van behandelingen die recent beschikbaar zijn gekomen of in de toekomst beschikbaar komen.'
Bente verdedigde haar proefschrift met verve en kreeg de doctorstitel met alle egards toegekend.

